Rechtsstaat
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een rechtsstaat is een staat waarvan de macht gereguleerd en beperkt wordt door het recht. De rechtsstaatgedachte is ontwikkeld tegen de praktijk van absolute vorsten (zoals Lodewijk XIV). De rechtsstaatgedachte wil willekeur voorkomen en rechtszekerheid en rechtsgelijkheid bevorderen.
In een rechtsstaat worden burgers tegen de macht van de staat beschermd door wetten. Onafhankelijke rechters kunnen bij een conflict oordelen en worden geacht de wetten te volgen. Een rechter kan bij overtredingen sancties opleggen die wettelijk geregeld zijn. Als de rechters in een staat niet onafhankelijk zijn, mag die staat geen rechtsstaat genoemd worden.
Vaak worden de begrippen democratie en rechtsstaat door elkaar gebruikt, maar een democratie hoeft niet per se een rechtsstaat te zijn, en een rechtsstaat is niet per definitie een democratie.
Inhoud |
[bewerken] Voorwaarden voor een rechtsstaat
Een staat moet aan een aantal voorwaarden voldoen om een rechtsstaat te kunnen zijn, bijvoorbeeld:
- Wetten werken niet met terugwerkende kracht, je kunt niet veroordeeld worden voor iets dat op dat moment nog niet verboden was (zie voor een nuancering van deze stelling het Elektriciteits-arrest, gewezen in een tijd waarin discussie heerste of aftappen van elektriciteit diefstal was; in dit arrest wordt onder meer overwogen dat een handeling die 'evident strafwaardig' is, onder bepaalde voorwaarden ook zonder expliciet wettelijk verbod bestraft mag worden).
- Wetgevende, rechtsprekende en uitvoerende instanties zijn zelf ook gebonden door de wet.
- Onschuldpresumptie: Mensen moeten voor onschuldig gehouden worden tot het tegendeel is bewezen. Ze mogen niet opgesloten of anderszins gestraft worden als niet bewezen kan worden dat zij een wet hebben overtreden.
Een aantal grondrechten is vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en Fundamentele Vrijheden (EVRM). Weergegeven rechten en wetten zijn echter nooit een uitputtende beschrijving van het begrip rechtsstaat, dit is immers volgens Witteveen een "essentially contested concept".
Een rechtsstaat is een staat waarin de overheidsmacht aan banden worden gelegd door het recht (zoals het woord zelf reeds aanduidt). En recht is meer dan een systeem van wetten. Als een overheid of een functionaris daarvan zijn macht misbruikt, is per definitie geen sprake van een rechtsstaat, maar van een gebrek daaraan. In een rechtsstaat heerst evenwicht tussen een te veel en te weinig regels en kunnen wetten een inhoudelijke toets der kritiek weerstaan.
Vanwege bovenstaande, wordt tegenwoordig vaak gesproken over rechtsstatelijkheid in plaats van over De Rechtsstaat. Volgens sommigen is het nuttig om rechtsstatelijkheid te beschouwen als een deugd voor organisaties, als een karaktertrek derhalve. Integriteit kan worden gezien als een component van rechtsstatelijkheid.
Een rechtsstaat kan echter ook te machtig worden indien er geen beperkingen zijn. Om die macht aan banden te leggen en daarmee dus misbruik te voorkomen door de overheid, bepleit men dat er minstens het volgende aanwezig is:
- een constitutie
- machtenscheiding
- klassieke grondrechten
[bewerken] Constitutie
- Dit kan geschreven of ongeschreven zijn. Geschreven deel = grondwet. Vergelijkbaar is de terminologie materiële / formele constitutie.
- Gw kan flexibel of rigide zijn, verzwaarde of gewone wijzigingsprocedure. Zie 137 Gw, in Nederland is de rigide van toepassing: ruime meerderheid moet aanwezig zijn.
- De Nederlandse constitutie bestaat uit:
- Statuut van het Koninkrijk
- Grondwet
- zekere daarop gebaseerde, internationaal rechterlijke bepalingen. Zie 93/94 Gw.
- daarop gebaseerde organieke wetten ( door Gw voorgeschreven wet m.b.t staatsinrichting ) Vb gemeentewet, kieswet
- Staatsrechtelijk gewoonterecht oftewel ongeschreven, constitutioneel recht.
- Belangrijkste voorbeeld is de vertrouwensregel, ander voorbeeld van gewoonterecht is homogeniteitsregel (houdt in, ministerraad spreekt met één mond, vergelijk 45.3 Gw)
- Kenmerken voor gewoonterecht: gewoonterecht is rechtsbron indien:
- er sprake is van herhaling van feiten (usus)
- die gewoonte als bindend wordt ervaren (opinio necessitatis)
Het bijzondere van staatsrechtelijk gewoonterecht is dat vereiste a. niet zo sterk geldt, immers ook op basis van één gebeurtenis kan er al staatsrechtelijk gewoonterecht ontstaan. Bij b. is het zo dat staatsrechtelijk gewoonterecht autonoom is, dwz zij, voor wie het geldt bepalen zelf de inhoud en status hiervan.
Nu staatsrechtelijk gewoonterecht autonoom is kunnen degenen voor wie het geldt ook bepalen dat een bepaalde gewoonte geen normatief appel uitoefent (het moeten navolgen), maar dat er slechts sprake is van staatkundige gewoonte of conventie (vb Prinsjesdag). Stelregels tegenover spelregels. Ministeriële verantwoordelijkheid = stelregel, kabinetsformatie – spelregel.
[bewerken] Machtenscheiding
- Montesquieu onderscheidt drie overheidsfuncties (trias politica - hij heeft deze term overigens zelf nooit gehanteerd) en wil daarvoor drie afzonderlijke organen in het leven roepen met nadruk op de wetgevende macht, terwijl de rechter niet meer zou moeten zijn dan een wetstoepasser.
- In de constitutie van de VS is deze gedachte ontwikkeld tot een systeem van machtsevenwicht (checks and balances)
Trias politica in Nederland; deels in strijd met Montesquieu
- een wet, te weten formele wet komt niet alleen tot stand door het parlement, het kan namelijk niet zonder de uitvoerende macht, te weten de regering, zie 81 Gw.
- de uitvoerende macht (regering) kan ook zelfstandig wetten maken → algemene maatregel van bestuur (amvb’s) zie 39.1 t/m 89.3 Gw. Dat de regering amvb’s maakt komt sinds 1945 veelvuldig voor. Men noemt dit de omkering van de triasleer: formele wetgever geeft slechts heel algemeen de beleidsrichting aan in een kader of raamwet, terwijl de eigenlijke normstelling plaatsvindt door de regering in de vorm van een gedelegeerde amvb.
Dit heeft te maken met de verzorgingsstaat waar snel overheidsoptreden op het juiste overheidsniveau van groot belang is→ Regering stelt normen ter invulling van formele of raamwetten → dat zijn gedelegeerde amvb’s.
[bewerken] Klassieke grondrechten
- zie Gw 1 t/m 17, EVRM, IVBPR
- zij waarborgen jegens de burger een staatsvrije sfeer.
Kenmerken:
- overheidsonthouding
- rechtens afdwingbaar.
- in de moderne rechtsstaatgedachte van de 20e eeuw passen ook sociale grondrechten, hoewel zij strikt genomen er niet bijpassen omdat zij de macht van de overheid juist uitbreiden.
Kenmerken:
- overheidsingrijpen
- rechtens niet afdwingbaar.
Het gaat om instructienormen voor de overheid. Art 18 t/m 23 Gw, ESH, IVESCR

