Rederijker

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Blazoen van de rederijkerskamer de Goudsbloem van Gouda: verheven retorica door wysheit triompheert, beneyn haer Catrine en naerstigheit floreert.
Rederijkers (Jan Steen)

Rederijkers waren amateur-dichters en voordrachtkunstenaars die zich in de late middeleeuwen gingen organiseren in verenigingen. Ze spiegelden zich daarbij aan al bestaande broederschappen uit Artesië. De eerste Nederlandstalige 'kamers' ontstonden in Vlaanderen. De vroegste, voor zover bekend, was 'Alpha en Omega' uit Ieper. Pas na de val van Antwerpen (1585) begon de bloeiperiode van de rederijkerij in Holland. In de Zuidelijke Nederlanden werden te kritische rederijkers door de Spaanse bezetters immers opgepakt en geëxecuteerd zodat heel wat schrijvers uitweken naar het noorden.

De leden van deze verenigingen noemden zich naar Frans voorbeeld rhétoriqueurs. Tegen het einde van de 15e eeuw hadden deze gezelschappen 'vander Rethorique' vooral in Vlaanderen een aanzienlijke culturele en maatschappelijke macht verworven. Later volgden ook Brabant, Zeeland en Holland. Er werden onder meer dichterswedstrijden ingericht waarbij de vorm van het gedicht onderworpen was aan strenge regels. Behalve de populaire ballade waren ook andere dichtvormen zoals het rondeel, het ketendicht en het achrosticon erg in trek. Tijdens 'landjuwelen' gingen de verschillende rederijkerskamers met elkaar in competitie.

Deze 'kamers' zouden de Nederlandstalige literatuur vanaf de 15e tot een stuk in de 16e eeuw beheersen. Bijna iedereen die zich met literatuur bezighield werd lid van een rederijkerskamer of was er nauw bij betrokken. Zo schreef Joost van den Vondel na de stichting van "Den Amsterdamschen Schouwburg" (de bekroning van het rederijkersleven) in 1637 zijn Gijsbreght van Aemstel voor de inwijding van dit eerste Nederlandse nationale theater.

Mogelijk de bekendste en talentrijkste 'rederijker' was de Antwerpse dichteres Anna Bijns, die meesterlijke "refereinen" (gedichten) schreef die met de beste van de rederijkers kon wedijveren. Waarschijnlijk zal ze omwille van haar sekse echter geen lid geweest zijn van een rederijkerskamer. Het verbitterde haar dat ze ondanks haar kunst geen aanspraak kon maken op de status van rederijker. Het verplichtte haar ook om aan minder hoogstaande evenementen deel te nemen, waar het publiek niet altijd even fijngevoelig was. In een variant van 'parels voor de zwijnen zei ze in een 'refreyn' hierover:

"Tes verlooren Rosen voor soghen ghestroydt"

Andere bekende rederijkers waren de dichter Anthonis de Roovere die in Brugge op 17-jarige leeftijd tot 'Prince' werd verkozen, en Peter van Diest, de auteur van de succesrijke moraliteit Elckerlijc.

Wedstrijden[bewerken]

Er waren ook wedstrijden om uit te maken welke rederijkersgroep het beste toneelstuk schreef en opvoerde. Deze wedstrijden heetten landjuwelen. De aankondigingen voor een landjuweel werden vaak al lang voor de wedstrijd zelf verstuurd. De uitnodiging voor zo'n wedstrijd heet een kaart. Met de kaart werden ook de opdrachten en de prijzen genoemd. Vaak werd er tijdens een wedstrijd in verschillende onderdelen geconcurreerd. Voorbeelden van winnende stukken zijn Elckerlijc en Mariken van Nimwegen. De winnaar kreeg de prijs en moest de volgende keer de wedstrijd organiseren.

Rederijkers nu[bewerken]

Rederijkers bestaan nog steeds. De meeste rederijkerskamers zijn tegenwoordig gezelligheidsverenigingen, maar vooral in het noorden van Nederland is er een levendige cultuur binnen de daar gevestigde rederijkerskamers. De Groningse kamers stammen uit veel latere tijd dan de "oude" kamers uit de zuidelijke Nederlanden. Uit noodzaak Hollands te leren voor de handel met het westen werden door Groningssprekende notabelen en boeren in Groningse dorpen rederijkerskamers opgericht. Deze zijn tegenwoordig verenigd in het K.P.G.R.V. (Koninklijk Provinciaal Groninger Rederijkers Verbond). Binnen de meeste van de aangesloten verenigingen streven de leden naar hoogwaardig amateurtoneel, wordt poëzie voorgedragen en wordt jeugd onderricht in de theater- en poëziekunst. Elk jaar is er een concours (toneel- en voordrachtwedstrijd) tussen de verschillende kamers van het K.P.G.R.V. Ook in Friesland komt een rederijkerskamer voor en wel de 'Koninklijke Rederijkerskamer Ons Genoegen' te Sexbierum, één van de zes rederijkerskamers in Nederland die het predicaat Koninklijk mogen voeren.[1]

In Vlaanderen leeft de rederijkerscultuur nog. Sinds 2004 bestaat er Gentiaan (rederijkerskamer), een Gentse kamer. Andere voorbeelden zijn de Koninklijke Rederijkerskamer De Bloeyende Wijngaerd uit Berchem, de Koninklijke Rederijkerskamer der Rethorica Langhoirs Victorinen uit Poperinge en de Koninklijke Aloude Hoofdrederijkerskamer De Violieren, beide uit Antwerpen.

De Rederijkers was ook een improvisatieprogramma op Canvas (VRT) van en met Johan Terryn.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Dixhoorn, A. van, Lustige geesten. Rederijkers en hun kamers in het publieke leven van de Noordelijke Nederlanden in de vijftiende, zestiende en zeventiende eeuw (Proefschrift Amsterdam 2004).
  • Mareel, S. en Bussels, S., 'Strategieën van overtuiging in het rederijkerstoneel en de beeldende kunsten in de vijftiende- en zestiende-eeuwse Nederlanden', in: Desipientia: Zin & Waan: Kunsthistorisch Tijdschrift 15 (2008), nr. 1 (2008), pp. 16-20.
  • Literatuurgeschiedenis.nl, Rederijkerij
  1. persbericht SDU 29 januari 1997
Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: De rederijkers.