Reis door de nacht (boek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Reis door de nacht
Land van oorsprong Vlag van Nederland Nederland
Originele taal Nederlands
Genre Kinderboek
Oorlogsroman
Onderwerp Belevenissen van een Nederlands gezin in de Tweede Wereldoorlog
Creatieteam
Auteur(s) Anne de Vries
Publicatie
Uitgever Callenbach / Kok
Eerste publicatie 1951
Laatste publicatie 1958
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Reis door de Nacht is een serie jeugdboeken van Anne de Vries. Hij schreef de boeken tussen 1951 en 1958, op verzoek van de Stichting 1940-1945. Tegenwoordig worden de vier boeken uitgegeven in een boek met vier delen:

  1. De Duisternis in
  2. De Storm steekt op
  3. Ochtendgloren
  4. De Nieuwe Dag

De hoofdpersoon is Jan de Boer, een jongen van 16 jaar. Hij is de oudste zoon van het gezin. Het verhaal begint op 10 mei 1940 als de Duitsers Nederland binnenvallen. Gaandeweg wordt Jan meer en meer betrokken bij het verzetswerk en leert over "goed" en "fout", van vriendschap en verraad.

Sylvia, de koerierster in de KP van Oom Hein is losjes gebaseerd op de verzetsheldin Esmée van Eeghen.

Verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

De Duisternis in[bewerken]

Het gezin De Boer is net verhuisd en wordt de eerste dag geconfronteerd met de Duitse invasie. De kleintjes zijn tijdelijk ondergebracht bij familie en vader besluit ze te gaan halen. Vader, moeder, Jan en zijn jongere zus Guusje stappen in de auto om naar Scheveningen te gaan. Onderweg worden ze overvallen door Duitse Fallschirmjäger. Vader weet een parachutist buiten gevecht te stellen. Het gezin bereikt zonder verder oponthoud Scheveningen waar ze tijdelijk verblijven omdat er nog een dochter uit Hillegersberg gehaald moet worden. De volgende ochtend zien ze de zwarte rookpluimen vanaf Rotterdam dat platgebombardeerd is opstijgen. Ze gaan snel naar Rotterdam en vinden gelukkig de dochter in goede gezondheid. De grote stroom gewonden zorgt ervoor dat de auto wordt gevorderd door het leger en Jan moet gewonden afvoeren. Zo ontmoet hij Trijntje, een verpleegster. Nadat Nederland gecapituleerd heeft, kan het gezin huiswaarts keren. Thuis wordt vader later nog opgepakt wegens het incident met de parachutist maar Frits weet hem te bevrijden.

De Storm steekt op[bewerken]

Twee jaar zijn voorbijgegaan. Het gezin De Boer probeert zijn weg te vinden in de roerige tijden. Vader Evert-Jan verricht hand-en-spandiensten voor het verzet. Jan en Guusje helpen hem daarmee; Frits, die niets liever wil dan ook meehelpen, wordt vanwege zijn pubergedrag op afstand gehouden. Belangrijk figuur is Oom Gerrit, een vitale bejaarde man die ooit boerenknecht was bij de familie De Boer. Met zijn humor en relativseringsvermogen houdt hij de familie bijeen.
Het gezin krijgt een onderduiker in huis genaamd Wim. Deze wordt zo een goede vriend van Jan. Als op een nacht een geallieerde bommenwerper in de buurt neerstort krijgt het gezin een piloot in huis. Het aantal onderduikers neemt toe. Op het eind van het boek belegt vader een vergadering van lokale verzetsleiders in zijn huis, maar zijn buurman Walinga (NSB'er) verraadt hem en het gezin moet op de vlucht slaan. Het door De Boer zelf ontworpen huis wordt door de bezetter in brand gestoken.

Ochtendgloren[bewerken]

Het gezin is gevlucht en uit elkaar gevallen. Evert-Jan en Jan worden in het bijzonder gezocht. Jan is daarom ondergedoken bij een oom en tante in Amsterdam. Daar wordt hij opgehaald door Wim die lid van een knokploeg (KP) is en Jan besluit ook lid te worden. Samen met Oom Hein, de leider van de knokploeg, doet Jan mee aan overvallen op distributiekantoren en liquidaties. Als hij is neergeschoten tijdens een kraak keert hij even terug naar huis, maar ondertussen wordt de groep verraden en moet hij weer onderduiken. In een poging de verraadster te doden wordt hij zelf opgepakt en na een tijdje in de gevangenis te hebben gezeten, wordt hij afgevoerd naar de Veluwe om gefusilleerd te worden. Hij weet uit de vrachtwagen te ontsnappen en wordt gevonden door een vriendelijke boer bij wie hij onderduikt.

De Nieuwe Dag[bewerken]

Na zijn ontsnapping gaat Jan in zijn thuisstreek weer verzetswerk doen. Zijn vader is opgepakt door de Duitsers en Oom Gerrit heeft een klein knokploegje opgericht. Jans' jongere broer Frits is ondertussen een hele man geworden. Samen helpen ze bij droppings en helpen van geallieerde spionnen en verzetswerk om het zo moeilijk mogelijk te maken voor de Duitsers. Op het eind van het boek is Nederland bevrijd en ontdekt Frits dat zijn vader het gevangenkamp overleefd heeft. Met Wim rijden ze naar Dachau en brengen hem naar huis.

Travestie[bewerken]

Maarten ’t Hart beschrijft in Een deerne in lokkend postuur, persoonlijke kroniek 1999 (2000) dat zijn gevoelens over travestie werden aangewakkerd toen hij op achtjarige leeftijd Reis door de Nacht las. In het verhaal wordt namelijk de verzetsstrijder Koos ten tonele gevoerd die aan de SD ontkomt door zich als vrouw te verkleden. De vermomming bevalt Koos zo goed dat hij vrouwenkleren blijft dragen en zelfs een persoonsbewijs laat maken op naam van 'Wiesje Langmaat'.
’t Hart schrijft dat hij met name werd getroffen door de manier waarop De Vries in zijn boek travestie beschrijft. Niet veroordelend, maar als een normaal verschijnsel en nog belangrijker, volgens ’t Hart, op een luchtige toon.[1]

Literatuur[bewerken]

  • Pröpper, Henk, "Reis door de nacht : ... de bijeengelezen Tweede Wereldoorlog van een babyboomer". De groene Amsterdammer. 3 mei 1995.
  • Dane, Jacques, "'De onrechtvaardige zal zijn eigen ziel doden' : over de ontstaansgeschiedenis, waardering en protestantse traditie in Anne de Vries' verzetsroman Reis door de nacht, 1951-2001". 'Bouwsel voor 't leven' : de traditie van de protestantse kinderliteratuur vol. 11 (2003) p. 115-132.
  • Vries, Anne de, "Reis door de nacht : feit en fictie". De Tweede Wereldoorlog als moreel ijkpunt : opvoeding, jeugdliteratuur en beeldvorming 2005. p. 116-131.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Een deerne in lokkend postuur, persoonlijke kroniek 1999, in het hoofdstukje '‘excursie; Wiesje'’ (pag. 191-195)