Rekristallisatie (natuurkunde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Rekristallisatie of ook herkristallisatie[1] is een fysisch proces binnen vaste stoffen die uit kristallen bestaan. Doordat ze zich in een bepaalde toestand van druk en temperatuur bevinden zijn de kristallen van het materiaal instabiel en groeien nieuwe kristallen over de oude heen.

Een bekend voorbeeld is het "verijzen" van sneeuw, waarbij sneeuwkristallen zich omvormen naar ijskristallen. Andere voorbeelden zijn metamorfe processen in gesteenten, waarbij de mineralen in het gesteente wel kunnen reageren, maar de chemische samenstelling van het gesteente als geheel hetzelfde blijft. Bij rekristallisatie verandert de chemische samenstelling van het materiaal dus niet, in tegenstelling tot processen als metasomatisme in gesteenten.

Dynamisch versus statisch[bewerken]

Rekristallisatie komt op twee manieren voor:

Microschaalmechanismen van rekristallisatie[bewerken]

Rekristallisatie kan plaatsvinden door de volgende mechanismen, die door diffusie van ionen in het kristalrooster verlopen:

  • Grain Boundary Migration (soms afgekort GBM), waarbij ionen zich op de grens tussen twee kristallen verplaatsen (diffusion creep) van het minder stabiele naar het stabielere kristal;
  • Subgrain Rotation (afgekort SR) waarbij verplaatsing van dislocaties (dislocation creep) in afzonderlijke kristallen ervoor zorgt dat nieuwe kristalgrenzen ontstaan in bestaande kristallen, waarbij een deel van het kristal in zijn geheel roteert ten opzichte van de rest en een subgrain gaat vormen.

Referenties[bewerken]

  1. Keratofier: door herkristallisatie veranderde porfier, [...]
    blz 435. J.G. Zandstra
    Noordelijke kristallijne gidsgesteenten
    Brill 1988
    ISBN 90 04 08693 5