Relatieve deprivatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Relatieve deprivatie is een subjectieve ontevredenheid die niet wordt veroorzaakt door een objectieve situatie, maar door de relatieve positie ten opzichte van de situatie van een ander. Dit kan aanzetten tot criminaliteit. Relatieve deprivatie slaat dus eigenlijk op het feit dat mensen geneigd zijn om de ontberingen die men zelf moet doorstaan, te vergelijken met de ontberingen van een ander.

Onderscheid kan worden gemaakt tussen relatieve persoonlijke deprivatie en relatieve groepsdeprivatie. Relatieve persoonlijke deprivatie heeft betrekking op individuen, terwijl relatieve groepsdeprivatie beschrijft hoe een groep zich benadeeld kan voelen ten opzichte van een andere groep.

Robert Mertons' bijdrage[bewerken]

De relatieve deprivatietheorie van Robert Merton (1957) gaat over het feit dat er in deze consumptiemaatschappij erg veel prikkels aanwezig zijn, onder andere in de vorm van marketingtechnieken en advertenties. Voor de economisch zwakkeren is het moeilijk deze consumpties te verwerkelijken. Door Merton wordt verwacht dat de economisch zwakkeren deze goederen illegaal proberen te bemachtigen, om er toch bij te kunnen horen.

Merton ziet in de relatieve deprivatietheorie een voorbeeld van een middle range theory, een theorie die het midden houdt tussen alomvattende grand theories en onsamenhangende hypotheses waarmee men niet kan generaliseren.