Religieus fanatisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Religieus fanatisme wordt gedefinieerd als fanatisme van een persoon of een groep in zijn toewijding tot een religie. Naar gelang van de vertrouwdheid met religieuze beleving wordt het ook fundamentalisme in een extreme vorm, sektarisme of godsdienstwaanzin genoemd.

Christendom[bewerken]

Vanaf het begin dat het christendom de macht kreeg, zochten de machthebbers naar manieren om hun Kerk te kunnen controleren en uit te breiden. Vaak op een fanatieke en gewelddadige manier. Het christelijke fanatisme zou oorsprong hebben bij de Romeinse keizer Constantijn I, die geen afwijkingen van de officiële ideologie duldde. Een voorbeeld van een groep van christenen die van deze ideologie afweken waren de aanhangers van het donatisme.

Het christelijk fanatisme blijft voortduren tot in de middeleeuwen, een goed voorbeeld zijn hier de kruistochten. Deze tochten waren pogingen, goedgekeurd door de paus, om het Heilige Land van de moslims te bevrijden. Gezien de vermenging van geloof en politiek kan men deze bewegingen niet als een louter religieus gebeuren beschouwen.

Tot religieus fanatisme kan men uiteraard ook de inquisitie rekenen, die ketters vervolgde op de meest gruwelijke wijze. Deze inquisitie was vooral actief in de 16e eeuw. Joden en "ketters" waren het slachtoffer, maar ook vele heksenprocessen vonden in die tijd plaats. Deze hadden overigens niet alleen een religieus-fanatieke maar ook een economische achtergrond: de machthebbers konden zich de bezittingen van de veroordeelden toe-eigenen. Hoewel de inquisitie aanvankelijk ook de reformatie moest bestrijden, werden uitwassen als heksenprocessen ook door reformatorisch gezinden tot diep in de 17e eeuw voortgezet, met als dieptepunt de Heksenprocessen van Salem uit 1692.

Als reactie op de uitspattingen van kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders stonden soms boetepredikers op die een zuiverende invloed hadden, maar toen ze eenmaal macht verkregen hadden, ook zelf tot fanatisme vervielen. Een bekend voorbeeld van een dergelijk iemand is Girolamo Savonarola (1452-1498). Een ander voorbeeld was de wederdoper Jan van Leiden (1509-1536) die in de nadagen van de theocratie in Münster, een waar schrikbewind uitoefende. De tegenkrachten gingen in deze gevallen overigens even bloeddorstig te werk.

Een vorst als Filips II van Spanje (1527-1598) was zo behept met religieus fanatisme dat hij, teneinde de reformatie te bestrijden, een geheel wereldrijk in gevaar heeft gebracht.

In de 19e eeuw werd geleidelijk in de christelijke wereld het principe van scheiding van kerk en staat doorgevoerd zodat religieus fanatisme sindsdien meestal beperkt blijft tot een binnenkerkelijke aangelegenheid in het christendom.

Niettemin zijn bepaalde vormen van christelijk fanatisme ook daarna blijven bestaan. Zo werden van 1860-1870 door de paus katholieke jongens opgeroepen om te vechten voor het behoud van de Kerkelijke Staat. Velen gaven aan deze oproep gehoor en werden zouaaf.

Voorbeelden van christelijk fanatisme in de twintigste eeuw zijn de gekkenlogger uit Katwijk en Lou de Palingboer.

Nog recenter zijn The Troubles in Noord-Ierland, waarbij gewelddaden en provocaties tussen katholieken en protestanten het maatschappelijk leven ondermijnden. Hoewel hier de sociaal-economische factor zeer belangrijk was, werd de godsdienst toch als excuus voor de gewelddadigheden aangevoerd.

Religieus fanatisme ziet men ook in bepaalde anti-abortusbewegingen die zich weliswaar Pro-life noemen maar zich zeer fanatiek, en soms zelfs op gewelddadige wijze, verzetten tegen abortus in al haar vormen, wat gebeurt op grond van religieuze leerstelligheden.

Islam[bewerken]

Misschien is de islam wel de meest bekende religie met aanhangers die fanatieke tendensen uiten. Vanaf Osama bin Ladens fatwa in 1998, is de wereld bekend geraakt met de radicale jihad. Bin Ladens opvatting is heel anders dan de oorspronkelijke betekenis van de term. In de religieuze context betekent jihad ongeveer: "Met spoed werken voor een bepaald godsdienstig doel, doorgaans een positief doel."

Osama bin Ladens fatwa illustreert daarentegen een doel van de fanatieke jihad: "Naar gehoorzaamheid van Gods bevel, brengen wij de volgende fatwa uit voor alle moslims: de verklaring om alle Amerikanen en hun bondgenoten – burgers en militairen - te doden is een individuele plicht voor elke moslim die de kans krijgt".