Relmuis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Relmuis
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Loirs mangeant.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Rodentia (Knaagdieren)
Familie: Gliridae (Slaapmuizen)
Geslacht: Glis (Relmuizen)
Soort
Glis glis
(Linnaeus, 1766)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De relmuis of zevenslaper (Glis glis of Myoxus glis) is een knaagdier uit de familie van de slaapmuizen (Gliridae).

Kenmerken[bewerken]

De relmuis is de grootste slaapmuis van Europa. De lengte kan variëren van 13 tot 19 centimeter, en het gewicht tussen de 70 en de 200 gram. De pluimstaart is iets korter dan het dier zelf, circa 12 tot 15 centimeter. Relmuizen hebben een grijsbruine vacht. Over de rug loopt een vage donkere streep. De buikzijde is iets lichter van kleur. De kop heeft een donkere ring om de ogen, maar het is niet een masker zoals bij de eikelmuis.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

Relmuizen komen in Zuid- en Midden-Europa voor, van Noord-Spanje tot België, oostwaarts tot de Wolga. Ook komt de soort voor in de Kaukasus en in Noord-Iran. De soort is in 1902 ingevoerd in Engeland. In Nederland, Scandinavië en het grootste deel van het Iberisch Schiereiland komt de relmuis niet voor. Ze leven in volwassen loofbossen, parken, tuinen, boomgaarden en andere boomrijke gebieden, zowel op vlak als heuvelachtig terrein. De relmuis is een echte boombewoner, die zich voornamelijk in de kruinen van bomen ophouden. Het is dan ook een goede klimmer. Ook in zolders komen ze voor. In de Pyreneeën kunnen de dieren tot op een hoogte van 2000 meter worden gevonden.

Leefwijze[bewerken]

Voedsel en gedrag[bewerken]

De relmuis is een nachtdier. Hij eet noten, zaden, vruchten, paddenstoelen, schors en insecten. Daarnaast plunderen ze zo nu en dan nesten van vogels, op zoek naar eieren en jonge vogels. In de zomer legt de relmuis een nest van mossen en vezels aan in de boomkruin, dichtbij de boomstam. Tot acht dieren kunnen gebruiken maken van deze nesten. De relmuis is een sociaal dier dat leeft in los groepsverband.

Winterslaap[bewerken]

Net als andere slaapmuizen houdt hij een winterslaap. Deze duurt van oktober tot april (zeven maanden lang, vandaar de naam "zevenslaper"). De winterslaap wordt gehouden in een holle boom, een holte in een muur, een nestkastje of in een ondergronds hol, tot op een diepte van zestig centimeter. In de aanloop naar de winterslaap kweekt de relmuis een dikke vetlaag, waardoor hij soms wel tot 300 gram kan wegen. Tijdens de winterslaap verliest hij zo'n vijftig procent van zijn lichaamsgewicht.

Voortplanting[bewerken]

De paartijd valt van juni tot augustus. Een vrouwtje krijgt na een draagtijd van 31 dagen een worp van twee tot negen jongen. Vlak na de geboorte zijn de jongen nog naakt en blind, net als bij muizen. Een relmuis kan maximaal zeven jaar oud worden.

Als lekkernij[bewerken]

De relmuis gold bij de Oude Romeinen als een lekkernij. De dieren werden gehouden en vetgemest in potten, gliraria genaamd. Als de dieren vet genoeg waren, werden ze gekookt en opgegeten.

Bronnen, noten en/of referenties