René Just Haüy

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
René Just Haüy met goniometer

René Just Haüy (Saint-Just-en-Chaussée, 28 februari 1743 - Parijs, 3 juni 1822) was een Frans mineraloog die wordt gezien als[bron?] de grondlegger van de geometrische kristallografie, naast Jean-Baptiste Romé de L'Isle.

Leven[bewerken]

René Just Haüy werd op 28 februari 1743 geboren te Saint-Just-en-Chaussée in het departement Oise als zoon van een wever. Zijn broer was Valentin, de stichter van de eerste blindenschool te Parijs. Haüy studeerde aan het Collège de Navarre en later aan het Collège du cardinal Lemoine te Parijs. In 1770 werd hij tot priester gewijd. Hij gaf les aan het Lemoine, maar zijn vrije tijd besteedde hij aan botanica en mineralogie. In 1783 werd hij buitengewoon lid van de Académie des Sciences als botanicus. Tijdens de Franse Revolutie werd hij gearresteerd, augustus 1792, vanwege zijn onwil de eed van trouw te zweren aan de nieuwe constitutie, maar op voorspraak van zijn collega's en zijn leerling Étienne Geoffroy Saint-Hilaire werd hij weer vrijgelaten. Haüy zelf heeft nog geprobeerd, tevergeefs, Antoine Lavoisier van de guillotine te redden. In 1793 werd Haüy lid van de commissie voor maten en gewichten, die zich bezighield met de invoering van het metriek stelsel. In 1794 werd hij professor in de natuurkunde aan de École normale de l'an III, en uiteindelijk conservator en professor in de kristallografie aan de École des mines, 1795; in datzelfde jaar trad hij toe tot het Institut de France. Hij correspondeerde met geleerden uit heel Europa, ook werd hij lid van meerdere buitenlandse wetenschapssociëteiten, waaronder de Hollandse Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem, in 1803. Vanaf 1802 doceerde hij mineralogie aan het Muséum national d'histoire naturelle waar hij tot 1822 zou blijven. In 1809 bezette hij de voor hem in het leven geroepen leerstoel voor de mineralogie aan de Faculté des sciences de Paris. Tijdens de Restauratie werd hem zijn professorschap weer ontnomen, en hij leefde zijn laatste jaren in armoede. Hij stierf 3 juni 1822 in Parijs, op 79-jarige leeftijd, na een valpartij in zijn kamer. Hij ligt begraven op de beroemde begraafplaats Père-Lachaise in Parijs. Hij is een van de 72 Fransen wier namen in de Eiffeltoren gegrift staan.

Dodecaëder, opgebouwd uit kleinere eenheidskubussen. Naar een tekening van Haüy, in: Traité de Minéralogie, 1801. De hoekpunten die de kubus en de dodecaëder met elkaar gemeenschappelijk hebben beletterde Haüy met A, E, I, O en A', E', I' O', de overige hoekpunten met n, p, q, r, s, t en n', p', q', r', s', t'.

Werken[bewerken]

Haüy toonde aan dat de uitwendige vorm van een kristal het resultaat is van de opeenstapeling van kleine volume bouwstenen die hij molécules intégrantes noemde en waaraan zijn leerling Gabriel Delafosse het begrip "maille", eenheidscel, ontleende in 1840. Het verhaal gaat[bron?] dat hij een zeshoekig prisma van calciet, uit de collectie van zijn vriend France de Croisset, uit zijn handen liet vallen; toen hij de brokstukken opruimde, viel het hem op dat deze ofwel dezelfde vorm hadden als het oorspronkelijke kristal, ofwel de (totaal andere) vorm hadden van kristallen ijslandspaat. Er was al bekend dat ijslandspaat en calciet dezelfde chemische samenstelling hebben, Haüy's logische denkstap was dan ook dat de verschillende verschijningsvormen veroorzaakt worden door een verschillende opstapeling van dezelfde eenheidskristallen. Dit idee was niet nieuw, maar Haüy werkte het uit in meer dan honderd verhandelingen.

Elektrische eigenschappen van kristallen[bewerken]

In 1817 ontdekte hij dat kristallen elektrische eigenschappen hebben die kunnen worden veranderd door druk (het Piëzo-elektrisch effect), door wrijving (het Tribo-elektrisch effect), of door verwarming (het Pyro-elektrisch effect). Haüy is de naamgever van de kristallen actinoliet, dioptaas, epidoot en nog vele andere. Het kristal haüyniet is ter zijner eer naar hem vernoemd.

Kristalmodellen[bewerken]

Haüy heeft ook kristalmodellen van perenhout vervaardigd voor educatieve doeleinden. De Nederlandse chemicus Martinus van Marum, directeur van het Teylers Museum, kocht in 1802 zevenhonderd van dergelijke modellen van Haüy. Ook het Universiteitsmuseum Utrecht beschikt over dergelijke modellen.

René Just Haüy

Bibliografie[bewerken]

  • Essai d'une théorie sur la structure des crystaux (1784)
  • Exposition raisonné de la théorie de l'électricité et du magnétisme, d'après les principes d'Æpinus (1787)
  • De la structure considérée comme caractère distinctif des minéraux (1793)
  • Exposition abrégé de la théorie de la structure des cristaux (1793)
  • Extrait d'un traité élémentaire de minéralogie (1797)
  • Traité de minéralogie (5 delen, 1801)
  • Traité élémentaire de physique (2 delen 1803, 1806)
  • Tableau comparatif des résultats de la cristallographie, et de l'analyse chimique relativement à la classification des minéraux (1809)
  • Traité des pierres précieuses (1817)
  • Traité de cristallographie (2 delen, 1822)

Correspondentie[bewerken]

  • La correspondance de Haüy et de Van Marum, geredigeerd door R. Hooykaas, Bulletin de la Société française de minéralogie et de cristallographie, deel 72, 1949.

Haüy schreef talrijke artikelen voor een aantal tijdschriften, met name Journal de physique en Annales du Museum d'Histoire Naturelle.

Secundaire literatuur[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties