Renato Bruson

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Renato Bruson
Renato Bruson (November 2008).JPG
Algemene informatie
Geboren 13 januari 1936
Werk
Jaren actief 1961
Genre(s) Klassiek
Instrument(en) stem (bariton)
Label(s) Deutsche Grammophon, EMI, Opera D'Oro
(en) IMDb-profiel
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Renato Bruson (Granze nabij Padua (Italië), 13 januari 1936) is een Italiaanse operabariton. Bruson wordt door velen gezien als een van de belangrijkste Verdi-baritons van eind twintigste en begin eenentwintigste eeuw.

Biografie[bewerken]

Brusons hartstocht voor muziek rijpte toen hij een kind was, in het parochiekoor. Hij begon zijn muziekstudie aan het conservatorium van Padua waar hij een beurs kreeg die hem in staat stelde de lessen te volgen ondanks de economische problemen. Hij ontving weinig steun van zijn familie, die hem als een nietsnut beschouwde. In zijn eigen woorden: "Ze dachten dat ik alleen maar muziek wilde studeren omdat ik geen zin had om te werken. In die tijd leefde de gedachte dat als iemand werkte, hij een toekomst had, terwijl zij die studeerden, in het bijzonder zij die muziek studeerden, werden beschouwd als mislukkelingen die nooit hun weg in het leven zouden vinden." [1] Niettemin kon hij zijn studie voortzetten met hulp van het bestuur van het conservatorium en de steun van vrienden.

Bruson maakte zijn operadebuut in 1961 als de Conte di Luna in Il trovatore aan het Teatro Lirico Sperimentale in Spoleto. Het volgende jaar was hij Riccardo in I puritani aan het Teatro dell'Opera in Rome. Zijn eerste optreden aan de Metropolitan Opera was in 1969 als Enrico in Lucia di Lammermoor. In 1970 begon hij zijn samenwerking met de dirigent Riccardo Muti in Un ballo in maschera in Florence. Hij maakte zijn debuut aan het Teatro alla Scala in 1972 als Antonio in Gaetano Donizetti's Linda di Chamonix, aan het Edinburgh International Festival in 1972 als Ezio in Attila, aan het Royal Opera House Covent Garden in 1975 in de rol van Renato in Un ballo in maschera, toen hij met groot succes voor Piero Cappuccilli inviel. Hij debuteerde aan de Wiener Staatsoper in 1978 met Macbeth, met zulk een succes dat het prestigieuze Oostenrijkse theater hem beloonde met de belangrijke titel van Kammersänger. In de jaren tachtig keerde hij naar de 18e eeuw met Wolfgang Amadeus Mozarts Don Giovanni and tot het Italiaanse verisme met Umberto Giordano's Andrea Chénier.

Hij wordt door sommige critici beschouwd als de beste Rigoletto sinds Tito Gobbi. [2] Zij waarderen zijn elegante en expressieve frasering, fluwelen toon, muzikale intelligentie en acteerkwaliteiten. Hij blinkt uit in lange, lyrische lijnen. Hij wordt evenzeer gewaardeerd vanwege het feit dat hij niet neerkijkt op kleinere rollen en geen divo-houding aanneemt. Bruson beschreef ooit zichzelf in de volgende woorden: "Ik ben zelfkritisch genoeg om te begrijpen wat ik aankan. Sinds ik wist dat ik niet een donderende stem heb om grove effecten te bereiken, zocht ik de interpretatie aangezien ik denk dat het belangrijker is dat het publiek naar huis gaat met iets in hun hart dan met wat geluiden in hun oren." [3]

Repertoire[bewerken]

Erkenning[bewerken]

  • Carlo Maria Giulini: "Ik geloof dat Renato Bruson nu de Falstaff is. Hij heeft de humor, de intelligentie, de waardigheid en, natuurlijk, de stem. Basta." [4]
  • Giuseppe Sinopoli: "Alleen de bariton Renato Bruson heeft een vergelijkbaar vermogen (verwijzend naar Mirella Freni) om expressie en woord te laten samenvallen, hij onderzoekt het met heel de semantische lading die het bevat. En dit is niet het resultaat van een intellectuele activiteit maar is een bevoorrecht instinct". [5]
  • Muziekcriticus Christian Springer schreef van Bruson: "Bruson was de wezenlijke Verdi-bariton in de tweede helft van de afgelopen eeuw. Een Verdi-bariton niet zoals het verstaan (of liever, misverstaan) in de jaren 1950 en 1960, maar een Verdi-bariton als verstaan en gewenst door de componist zelf." [6], [7]

Onderscheidingen[bewerken]

Bruson talloze onderscheidingen ontvangen, zoals:

Hij ontving in 1980 de Orphée d'or van de Franse Académie du disque Lyrique voor de opname van Luisa Miller op Deutsche Grammophon.

Trivia[bewerken]

Bruson, je zingt erg goed maar je hebt geen persoonlijkheid! was het oordeel na een auditie aan het Teatro alla Scala in Milaan in 1963.[7]

Bruson vertelde het volgende verhaal tijdens een vraaggesprek. Hij was in Monte Carlo in de jaren zestig met de dirigent Franco Mannino om in La traviata te zingen. "Gedurende de repetities sprak een employé van het theater hem [Mannino] aan met een zeer onplezierig ‘italiens de merde!’. Hij verloor zijn geduld, we eindigden beiden in een gevecht, en de politie kwam. Toen, na de opera-uitvoering, nodigde prins Rainier ons in de koninklijke loge om zich te verontschuldigen. Grace Kelly was er ook, erg knap, stralend. We dronken champagne aangeboden door de prins, en vergaten alles met een lach." [8]

Externe links[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Messenger van Saint Anthony
  2. Richard Osborne at http://www.gramophone.co.uk/gramofilereview.asp?reviewID=8601117&mediaID=52001&issue=Reviewed%3A+Gramophone+1%2F1986
  3. Anna Dalponte interviews Bruson
  4. Bernheimer, M.: "Giulini's 'Falstaff'" page 8 of booklet included in CD Deutsche Grammophon 410503-2, 1982.
  5. Lenzi, R.: Giuseppe Sinopoli, una bacchetta scomoda, 24.04.2001
  6. Baritones
  7. a b http://213.92.11.85:8888/news/prod/bolletti/persmese/december2001.htm
  8. http://www.provincia.palermo.it/rivista%20Palermo/palermo_riv_pdf/palermo_set_06/62_63.pdf

Bronnen[bewerken]

Portal.svg Portaal Klassieke muziek
  • Tita Tegano - Renato Bruson: 40 anni di "Recitar cantando" (40 jaren van acteren door zingen) - Pantheon, 2001, ISBN 88-7434-012-5
  • Tita Tegano - Renato Bruson: L'interprete e i personaggi - Azzali Editore, 1998