Rennes-le-Château

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rennes-le-Château
Gemeente in Frankrijk Vlag van Frankrijk
Wapen van Rennes-le-Château
Rennes-le-Château
Rennes-le-Château
Situering
Regio Languedoc-Roussillon
Departement Aude (11)
Arrondissement Limoux
Kanton Couiza
Coördinaten 42° 56' NB, 2° 16' OL
Algemeen
Oppervlakte 14,7 km²
Inwoners (1 jan. 2011) 62 (4,2 inw/km²)
Hoogte 272 - 568 m
Overig
Postcode 11190
INSEE-code 11309
Foto's
France - Aude - Rennes le Château.jpg
Portaal  Portaalicoon   Frankrijk
Rennes-le-Chäteau
Et in Arcadia Ego, Nicolas Poussin, 1627

Rennes-le-Château is een klein plaatsje in Frankrijk in de Pyreneeën, regio Languedoc-Roussillon, departement Aude, tussen Carcassonne en Andorra, met 82 inwoners (2009) op 14,68 km². Het kleine stadje was in de oudheid en de vroege Middeleeuwen bekend onder de naam Rhedae, genoemd naar de Keltische stam der Redones, die het gebied bewoonden. Aan het begin van de 5e eeuw maakten de Westgoten onder aanvoering van Alarik II Rhedae tot de hoofdstad van één van hun koninkrijkjes, Septimanië. In 1062, bij de Frankische invasie, was de koningsstad Rhedae op het toppunt van haar macht; de stad had toen 30 000 inwoners. Tegenwoordig trekt Rennes-le-Château veel bezoekers door het mysterie van de Heilige Graal en de schat van de dorpspastoor, Abbé Saunière.

Het mysterie[bewerken]

In 1885 was Rennes-le-Château vervallen tot een klein provinciedorp. Dat jaar werd ene Bérenger Saunière benoemd tot priester van het dorp. Hij startte een bescheiden renovatie van de kerk. Saunière heeft hierbij iets gevonden waardoor hij, voor het oog van de buitenwereld, over grote sommen geld kon beschikken waarmee hij een veel grotere renovatie financierde. Sommigen suggereren dat hij zich bezighield met oplichtingspraktijken, maar dat is niet bewezen. Wel zou hij handelen in aflaten op basis van een voor de katholieke kerk ketterse filosofie. Na zijn dood is niets van de rijkdom teruggevonden. Voldoende is aangetoond dat Sauniere de bedragen waarover hij beschikte nimmer uit de handel in aflaten verdiend kan hebben. Er moet dus iets anders aan de hand geweest zijn.

Diverse overleveringen, die onder andere kritisch getoetst zijn door de Engelse journalisten Lynne Picknett en Clive Prince in hun boek The Templar Revelation ( in Nederlands: Het geheime boek der grootmeesters; uitgeverij Tirion Baarn)zeggen het volgende: In één van de pilaren van het altaar (deze pilaar was afkomstig uit de tijd van de Westgoten) vond Saunière vier stukken perkament. Onder een steen vóór het altaar vonden de werklieden een pot met gouden munten, een Westgotische ketting en een armband, en een 13e-eeuwse gouden beker. Nadat de koster nóg een stuk perkament vond, begon Saunière in het geheim grootschalige opgravingen in de kerk en op het kerkhof. Blijkbaar heeft hij daarbij iets gevonden, want daarmee vertrok hij al gauw naar Parijs, alwaar hij gehoor vond bij occulte genootschappen. Onder andere was de operadiva van die dagen Emma Calve lid van dit genootschap. Zij kwam nadien regelmatig op bezoek in Rennes le Chateau. Korte tijd later ging Saunière zich als een rijker man gedragen. Hij liet de kerk grootschalig opknappen, bouwde voor de parochie een villa en voor zijn boekenverzameling bouwde hij een toren, genoemd naar Maria Magdalena, La Tour Magdala. Op 22 januari 1917 overleed Saunière aan de gevolgen van een beroerte. Zijn geheim en bezittingen droeg hij over aan zijn trouwe huishoudster Marie Denarnaud. De vraag blijft wat Sauniere gevonden heeft. Inmiddels zijn er duizenden mensen over de hele wereld op zoek naar dit geheim. Met name omdat het er alle schijn van heeft dat het te maken heeft met de ondergrondse traditie rond de leer der Katharen en de verering van het Vrouwelijke en de specifieke rol die Maria Magdalena daarbij gespeeld heeft. De kerk zelf geeft in diverse van de gangbare leer afwijkende statiën en beeltenissen in het bas-reliëf een aantal aanwijzingen. Verder zijn er aanwijzingen gevonden in de perkamenten. Deze worden in het boek van Pycknett en Prince nader onderzocht. Zij vormen een redelijk bewijs voor een aantal hypothesen. Anders dan sommige auteurs willen doen geloven is het zeker niet bewezen dat Berrenguer Sauniere gefraudeerd heeft. Aannemelijker is dat hij documenten en relikwieën gevonden heeft die van grote waarde zijn voor de ondergrondse traditie van katharen, tempeliers en vrijmetselarij. En mogelijk voor een aantal vorstenhuizen.Twee van de perkamenten betroffen genealogieën. Juist daarvan zijn nooit kopieën in omloop gebracht, terwijl dat wel geldt voor de twee overige perkamenten. De ondergrondse traditie betrof ook een genootschap dat de Orde van Sion heet. Deze Orde heeft zeker bestaan. Er is een lijst van grootmeesters in omloop die t/m de voorlaatste, de beroemde franse kunstenaar Jean Cocteau redelijk betrouwbaar lijkt. Problemen komen na zijn dood omdat er een zekere Pierre Plantard op de voorgrond treedt die in een machtsstrijd verwikkeld is en kennelijk niet altijd even betrouwbaar opereert. Sommigen zeggen dat daarmee de hele geschiedenis in twijfel getrokken moet worden. Dat is een overdrijving waardoor het kind met het wijwater weggegooid dreigt te worden. Naaste betrokkenen van Jean Cocteau bevestigen dat hij lid was van diverse geheime genootschappen, waaronder één waarvan hij grootmeester was. Dit was echter nadrukkelijk niet het genootschap waarvan de heer Pierre Plantard beweert de scepter te hebben overgenomen.

De schat[bewerken]

De plotselinge schijnbare rijkdom van Saunière heeft door de jaren heen veel stof voor speculaties gegeven. Sommigen geloven dat hij een schat van de Katharen heeft gevonden, die in Rennes-le-Château verborgen zou zijn na de val van Montségur. Anderen houden het op een schat van de Tempeliers, die bij de vernietiging van deze orde weggesmokkeld zou zijn. Dan is het ook nog mogelijk dat Saunière een schat van de Westgoten heeft gevonden; toen de deze onder Alaric I in 410 Rome plunderden, zouden ze uit de stadskluizen de schat van de Tempel in Jeruzalem hebben meegenomen, die naar Rome was gebracht na de verwoesting van de Tempel in 70 na Chr. Toen de Westgoten na hun omzwervingen door de Provence en Spanje zich in Toulouse vestigden, zouden zij die schat nog bij zich hebben. De schat zou in Rennes-le-Château zijn verborgen in de tijd dat de Merovingen onder leiding van Clovis Toulouse veroverden.

De Heilige Graal[bewerken]

Volgens het boek Het heilige bloed en de heilige graal heeft Saunière bewijzen gevonden, dat Maria Magdalena de vrouw was van Jezus Christus, en met hem samen kinderen had die na de kruisiging met hun moeder in Frankrijk terecht zijn gekomen. Saunière zou met deze bewijzen de katholieke kerk hebben gechanteerd en zo het geld hebben vergaard dat nodig was voor de restauratie van de kerk en het bouwen van de villa en de Tour Magdala. Sommigen menen in het werk van enkele schilders uit de 17e eeuw verder bewijzen te zien voor deze theorie, waaronder Nicolas Poussin die vlakbij Rennes-le-Château zijn schilderij De herders van Arcadië (Les bergers d'Acardie) heeft gemaakt.

Uit later onderzoek is gebleken, dat het een deel van Het heilige bloed en de heilige graal gebruik maakt van een aantal valse documenten die door ene Pierre Plantard (volgens het boek zelf de laatste grootmeester van de Priorij van Sion) in omloop zijn gebracht. Plantard heeft dit tijdens een rechtszaak ook moeten toegeven. Ondanks de bewijzen voor het tegendeel zijn de schrijvers van het boek nog steeds overtuigd van hun theorie. Zij komen in 1996 met nadere bewijzen van hun onderbouwing. Er blijkt een lijst van grootmeesters te zijn die in ieder geval tot en met Jean Cocteau overeenkomt, maar Pierre Plantard buiten schot houdt.

Een deel van de theorie van Het heilige bloed en de heilige graal en daarmee de legende van Rennes-le-Château is gebruikt door de schrijver Dan Brown als basis voor zijn bestseller De Da Vinci Code. Dan Brown baseert zich echter vooral op het onderzoek van Pyknett en Prince dat er op voortbouwt. Feit is dat de bibliotheken van de Dode Zeerollen van Qumran en de bibliotheek van Nag Hammadi, die respectievelijk in 1947 en 1945 werden gevonden en de afgelopen decennia voor een breed publiek vertaald beschikbaar kwamen, lijken te bevestigen dat Maria Magadalena als partner van Jezus en apostola apostolarum ( apostel der apostelen) stichter van de ecclesia ( gemeenschap) in Zuid Frankrijk werd onderschat. Zonder twijfel heeft zij een veel grotere rol gespeeld in de oerchristelijke kerk dan de orthodoxe kerk wilde doen geloven.

Een alternatieve theorie is naar voren geschoven door de Nederlander Klaas van Urk in zijn boek Zoektocht naar de Heilige Graal en de Ark van het Verbond. In september 2006 werd opnieuw een andere theorie naar voren gebracht door de Nederlandse schrijver Karl Hammer Kaatee in zijn boek Satans lied. Daarin wordt gesteld dat het verhaal over Rennes-le-Château in feite onderdeel is van een enorm mistgordijn om de bergplaats van de kruisvoorwerpen van Jezus te verhullen.

Het dorp en zijn geschiedenis worden ook steeds vaker onderwerp van historische thrillers. Waar Dan Brown zich vooral richt op de theorie, zijn er ook auteurs die hun werk laten afspelen in het dorp. Het verloren Labyrint van Kate Mosse speelt zich er grotendeels af en ook in De erfenis van de Tempeliers van Steve Berry speelt het dorp een grote rol.

Demografie[bewerken]

Onderstaande figuur toont het verloop van het inwonertal (bron: INSEE-tellingen).

Grafiek inwonertal gemeente

Externe links[bewerken]