Rentenmark

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vernietiging van papiergeld na het invoeren van de Rentenmark.

De Rentenmark was in november 1923 de op nieuwe monetaire gronden gewaardeerde Duitse Reichsmark.

In de zomer van 1923 bezetten Franse en Belgische troepen het Ruhrgebied om de betaling van de in de Vrede van Versailles aan Duitsland opgelegde herstelbetalingen af te dwingen. Daarop werd gereageerd door massale stakingen. De arbeiders werden gewoon uitbetaald door in snel tempo bijgedrukt geld (zogenoemde monetaire financiering), hetgeen een hyperinflatie veroorzaakte omdat de waarde van het geld in een steeds slechtere verhouding tot de economische productie van het land kwam te staan. Omdat de herstelbetalingen nominaal gesteld waren werden die zodoende sneller afgelost, waarop Frankrijk en België dreigden de industrieën te ontmantelen en de machines weg te voeren.

Na bemiddeling van de Verenigde Staten hief Gustav Stresemann de stakingen op en beloofden Frankrijk en België het gebied in de winter van 1924 te evacueren. Ook besloten de VS de Duitse economie te steunen (Young-Dawespact) door leningen te verstrekken die de economische groei zouden stimuleren waardoor aan de herstelbetalingen voldaan kon worden èn de leningen ingelost zouden kunnen worden.

Om de koers van de Reichsmark te stabiliseren werd besloten de waarde ervan voortaan te baseren op de pachtopbrengsten van de landbouwgronden, die aanzienlijk stabieler leken. Nadeel daarvan was dat de agrariërs buitengewoon zwaar belast werden. Dit resulteerde in het verlaten van het traditionele stemgedrag waarbij de agrarische sector traditiegetrouw op de Deutsche Zentrumspartei en de vele versplinterde landbouwpartijen stemde. De monarchistische, Duits-nationale partijen en de NSDAP konden hiervan uiteindelijk profiteren.