Rentmeester (beroep)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een rentmeester beheert goederen, in het bijzonder onroerend goed van een eigenaar.

Geschiedenis[bewerken]

In het feodale tijdvak werd een bezit, zoals een heerlijkheid, beheerd door een rentmeester als de heer langdurig afwezig was, bijvoorbeeld omdat hij verbleef op een ander van zijn bezittingen of in dienst was van zijn leenheer. In dit verband gebruikt men ook wel de term kastelein, kasteelvoogd of slotvoogd. Het woord kastelein heeft geleidelijk aan de betekenis van herbergier gekregen.

In het hertogdom Gelre had elk kwartier zijn eigen rentmeester. De oudste rekening van de rentmeester van Zutphen dateert uit 1313. De oudste van de Veluwe van 1324[1]. Ook tegenwoordig worden landgoederen nog wel door rentmeesters beheerd.

Vanaf de tweede helft van de dertiende eeuw komen rentmeesters voor in bronnen onder der naam notarii. Vanaf 1290 onder de naam receptores. In rekeningen van 1294-1295 worden clavigeri of sluiters genoemd. Hun taak was het beheren van de burchten van de graaf en de daarbij behorende domeinen. Sluiters fungeerden dus als rentmeesters. Vanaf 1310 werd het gehele domeinbeheer overgenomen door de rentmeesters[2].

In het hertogdom Gelre bestond in de vijftiende eeuw onder hertog Arnold de hertogelijke raad voornamelijk uit ridders, waar onder altijd een landrentmeester. Deze beheerde de financiën van de hertog en controleerde de rekeningen van de lokale rentmeesters, alsmede de rekeningen van de ambtmannen en de tollenaars. Het ambt van landrentmeester is vanaf ongeveer 1340 in bronnen vermeld[3]. Na 1543 speelden Hollanders een belangrijke rol in het bestuur van Gelre. De financiele controle werd losgekoppeld van het bestuur en de rechtspraak. Gerard van Rhenoy werd aangesteld als landmeester-generaal.

Huidige rentmeester[bewerken]

De eigenaar die zijn onroerend goed laat beheren door een rentmeester kan zowel een particulier als een private of publieke rechtspersoon zijn. Een rentmeester is vaak een vastgoeddeskundige. Naast het organiseren van het beheer adviseren rentmeesters op het gebied van onder andere grondzaken, grondbeleid, overdracht van eigendom, pacht, erfpacht, onteigening, vestigen van zakelijke rechten, schadevergoeding, waardering van vastgoed, fiscale aspecten, juridische aspecten (zoals illegaal grondgebruik en verjaring), planologische vraagstukken, bestemmingswijziging en gebiedsontwikkeling. Rentmeesters kunnen in Nederland zowel zelfstandig als in dienst van rentmeesterkantoren werken. In beide gevallen kunnen zij lid zijn van de Nederlandse Vereniging van Rentmeesters.

Bijbel[bewerken]

Ook in de Bijbel komt men de functionaris tegen, in de gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester. Deze naam stamt uit de NBG 1951. De Nieuwe Bijbelvertaling uit 2004 zet er boven: 'Rijkdom en gerechtigheid'.

De gelijkenis in het boek Lucas gaat over een rentmeester die ontslagen wordt. Deze verlaagt vervolgens de schuld die de mensen hebben bij zijn baas; in de praktijk van die tijd betrof dat wellicht het deel van de heffing dat hij mocht opleggen als eigen inkomsten. Hij hoopt daarmee hun sympathie te verwerven voor als hij op straat zal staan.

In de Bijbel wordt rentmeesterschap ook overdrachtelijk gebruikt, de mens is volgens de Bijbel geen eigenaar van zijn bezit maar rentmeester. God is in die visie eigenaar van alles op aarde, zowel het stoffelijke als het onstoffelijke, de mens heeft het slechts in bruikleen.

Politiek[bewerken]

In de politiek wordt het begrip rentmeesterschap vanouds als stelregel gehanteerd door met name christelijke en later ook door ecologistische partijen. Goed rentmeesterschap staat dan voor het streven naar duurzame ontwikkeling. Veel andere partijen delen overigens in meer of mindere mate deze zienswijze.

Bekende rentmeesters[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Keverling Buisman, 1990, De bestuurlijke organisatie van het gewest Gelre (1543-1795/1798)
  • Maris A.J. en H.L. Driessen, 1978, Het archief van het Hof van Gelre en Zutphen (1543-1795), Arnhem
  • Noordzij, Aart, 2009, Gelre. Dynastie, land en identiteit in de late middeleeuwen, Werken Gelre 59
  1. Gent, M. an en M.C. Le Bailly, 2003, Gids voor de landsheerlijke archieven van Gelre, Holland, Zeeland en het Sticht. Bestuurlijke, economische en sociale geschiedenis vóór 1500, 60-61, Den Haag
  2. Meihuizen, L.S., 1953, De rekening betreffende het graafschap Gelre 1294/1295, Arnhem
  3. Kuys, J.A.E., 2001, Centraal en regionaal bestuur van graafschap en hertogdom Gelre tot 1543, in GGG, p.146-156, Geldern