Repatriëren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Repatriëren (latijn: re = "wederom, terug", patria = "vaderland") is letterlijk: naar het vaderland terugkeren. Dikwijls wordt hiermee bedoeld het terugkeren uit overzeese gebiedsdelen, hetzij levend, hetzij dood. Als het een overleden persoon betreft, is het bedoeld om de uitvaart in het eigen land te doen plaatsvinden.

Incidentele en structurele repatriëring[bewerken]

Repatriëren kan een incidenteel karakter hebben, en dan kan het voor één of meerdere personen nodig zijn. In geval van ziekte of een ongeluk tijdens verblijf in het buitenland, wordt/worden de slachtoffers gerepatrieerd indien het hun mogelijk is te reizen: bekend zijn de gipsvluchten tijdens wintersportvakanties. Deze worden meestal georganiseerd door alarmcentrales in samenwerking met een luchtvaartmaatschappij.

Structurele repatriëring vindt plaats om politieke en/of militaire redenen. Grotere aantallen mensen moeten soms snel uit veiligheidsoverwegingen worden gerepatrieerd uit gebieden in oorlogssituaties, of omdat zij op politieke, etnische of andere groepsgebonden gronden niet langer welkom of handhaafbaar zijn in het vreemde land.

Geschiedenis[bewerken]

Repatriëring is van alle eeuwen, maar een aantal voorbeelden is zeer bekend geworden. Een daarvan is de repatriëring van Indische Nederlanders. Daarbij gaat het vaak om repatriëring in ruimere zin. Dan hebben de gerepatrieerden het land van aankomst zelf nog nooit gezien; wel zijn hun voorouders veelal uit dat land afkomstig, waardoor de verhuizing toch als een "terugkeer" kan worden gevoeld, dus als een re-patriëring. Deze verbondenheid met het moederland komt soms al tot uiting in het tweede (koloniale, nederzettings-)land waarin men opgroeide. Het taalgebruik kan van dit gevoel blijk geven. Zo was het mogelijk dat een Australische in Nevil Shutes On the Beach zei: I've never been Home. ("Ik ben nooit Thuis geweest" — bedoeld werd: in Engeland). En in de tijd dat de kolonie Nederlands-Indië nog bestond, werd gezegd dat iemand "in patra was achtergebleven" of "met verlof naar patria was gezonden": Nederland.

Repatriëring in engere zin[bewerken]

  • Films die de Vietnamoorlog en de nasleep ervan behandelen, laten, vaak dramatische, beelden zien van de repatriëring van Amerikaanse militairen, alsook van de scheiding tussen hen en hun geliefden, als het die laatsten niet lukte te worden meegenomen.

Repatriëring in ruimere zin[bewerken]

  • Begin 19e eeuw wilde de "Society for the Colonization of Free People of Color of America” zwarte en gekleurde Afrikanen vanuit Amerika naar West-Afrika repatriëren. Rond 1820 resulteerde dit in het ontstaan van een Afrikaanse staat die niet toevallig Liberia (ongeveer: "Vrijheid") heette.
  • In 1953 werden vierhonderd Javaanse gezinshoofden met hun gezinnen uit Suriname gerepatrieerd; zij kwamen op 4 januari 1954 met het MS “Lengkoeas" op West-Sumatra aan.
  • Bij de stichting van de staat Israël, na de Tweede Wereldoorlog, kan men van een repatriëring op nog veel langere termijn spreken; veelal waren de terugkerenden, in hun voorouders, immers al millennia geleden uit het land van terugkomst verdreven.

Driehoeksrepatriëring[bewerken]

In nog ruimere zin van het woord kan men van repatriëring spreken als de gerepatrieerden of geëvacueerden niet worden teruggebracht naar het land van herkomst (of dat nu hun land of dat van hun voorouders was), maar naar een derde land. Dit is kenmerkend het geval als mensen wier voorouders uit een voormalige kolonie afkomstig waren, in een andere kolonie zijn gevestigd. De eerste kolonie verkreeg onafhankelijkheid van het kolonialiserende land, en tegelijkertijd of later werd ook de tweede kolonie onafhankelijk. Dit betekende dat de gevestigden niet naar het eigenlijke land van herkomst terug konden. Zo vindt men thans Hindoes in Nederland: hun voorouders waren uit Brits-Indië of omringende landen naar Suriname gehaald, en zelf kwamen zij vandaar in Europa terecht. In Engeland, maar ook in Portugal vindt men mensen van Indiase komaf die zelf in Afrika zijn geboren.

Repatriëring van Indische Nederlanders[bewerken]

Aankomst "ooievaarsschip" Atlantis, Polygoonjournaal 1950

In de periode 1946-1968 zijn ruim 300.000 Indische Nederlanders vanuit de voormalige kolonie Nederlands-Indië naar Nederland gekomen. Directe aanleiding daarvoor was de onafhankelijkheidsverklaring van Indonesië, al kwam de eerste groep evacués (1946-1949) nog voor een tijdelijk verblijf naar Nederland om bij te komen van de Japanse bezetting (1942-1945). Deze groep bestond uit circa 110.000 mensen, van wie bij benadering slechts 30.000 terugkeerden naar Indonesië.

De groep die meestal aangeduid wordt als Indische repatrianten, kwam tussen 1950 en 1952 naar Nederland. In deze periode vertrokken ongeveer 80.000 Indische Nederlanders uit Indonesië, om uiteenlopende redenen. Sommigen gingen met pensioen, van anderen kwam de betrekking in Indonesië te vervallen vanwege de onafhankelijkheid en weer anderen wilden niet opteren voor het warga negara Indonesia, het Indonesisch staatsburgerschap. Deze laatste groep bestond overwegend uit Indo-Europeanen.

In de jaren 1952-1955 zette de Nederlandse regering een rem op de komst van met name Indo-Europeanen. Deze groep zou, volgens de regering, slecht kunnen aarden in Nederland en moest tegen zichzelf beschermd worden. Alleen bij hoge uitzondering mochten deze gezinnen daarom nog naar Nederland komen. Daarvoor moesten zij een aanvraag (rekest) indienen bij het Hoge Commissariaat. De leefomstandigheden van deze groep gemengdbloedigen in Indonesië werd echter zo problematisch, dat de Nederlandse regering in 1955 besloot de repatriëringscriteria aan te passen. Hierdoor kwamen vanaf 1955 late repatrianten en spijtoptanten naar Nederland. Spijtoptanten hadden in eerste instantie voor het Indonesisch staatsburgerschap gekozen, maar hadden hier spijt van en opteerden bij aankomst in Nederland voor het Nederlands staatsburgerschap.

Aankomst van Indische Nederlanders in Rotterdam, 1958

Op 5 december 1957, ook bekend als Zwarte Sinterklaas, zagen nog in Indonesië wonende Indische Nederlanders zich gedwongen te vertrekken. Op die dag verklaarde de Indonesische regering alle Nederlanders staatsgevaarlijk. In 1958 is hierdoor een groep van nog eens 10.000 naar Nederland gekomen. Overigens kwamen toen (nog steeds) niet alle Nederlanders terug, met name (Indische) Nederlanders die sleutelposities bekleedden in het bedrijfsleven bleven in Indonesië. Daarnaast bleef een groep van bij benadering 5.000 Indo-Europeanen achter, die om uiteenlopende redenen niet mochten repatriëren naar Nederland.

De komst van Indische Nederlanders was hiermee nog niet beëindigd. Door het verlies van Nieuw-Guinea in 1962 vertrokken circa 20.000 overwegend Indo-Europeanen uit dit laatste Nederlandse gebiedsdeel in de oost. Daarnaast kwamen door de staatsgreep van Soeharto op 1 oktober 1965 Indonesiërs naar Nederland die zich, eenmaal hier aangekomen, lieten naturaliseren. In 1968 zette de Nederlandse regering de regeling voor de komst naar Nederland definitief stop.

Een bijzondere groep in deze periode vormden de Molukkers, de peranakans en de verstekelingen.

Molukkers weken af van de grote groep repatrianten, omdat zij er niet zelf voor gekozen hadden naar Nederland te komen en er vanuit gingen dat zij slechts tijdelijk in Nederland zouden zijn. Zij waren KNIL-militairen die niet op republikeins grondgebied gedemobiliseerd wilden worden en de republikeinse regering had er bezwaar tegen wanneer dit op de Molukken zou gebeuren, vanwege het uitroepen van de Molukse republiek RMS in april 1950. Daarom besloot de Nederlandse regering in 1951 circa 12.500 Molukkers naar Nederland over te brengen. Daar aangekomen kregen zij te horen dat zij niet langer in dienst van het leger waren. Zij werden opgevangen in voormalige concentratiekampen, zoals Vught en Westerbork, dat toen kamp Schattenberg heette.

Peranakans ("kind van het land") waren Chinezen die geboren en getogen waren in Indonesië of Nederlands-Indië. Een paar van deze groep is ook naar Nederland gekomen, maar had minder vaak Europese wortels, zoals de totoks en de Indo-Europeanen. Met name in de tijd na de staatsgreep van Soeharto vreesde deze groep voor hun leven. Zij werden beschuldigd van communisme en vervolgd door de regering-Soeharto.

Verstekelingen waren er gedurende de gehele repatriëringsperiode. Zij kozen er om uiteenlopende redenen voor om zonder papieren boord te gaan de van repatriëringsschepen. Een aantal verstekelingen had bijvoorbeeld de Indonesische nationaliteit omdat hun ouders daarvoor gekozen hadden, en kon niet aanmerking komen voor de Nederlandse. Zij 'verstekelden', omdat zij vreesden voor hun leven. Anderen maakten deze keuze uit avonturiersdrang. De bekendste groep verstekelingen zijn de 70 van mr. Samkalden. In mei 1958, na Zwarte Sinterklaas, bevond een recordaantal verstekelingen zich aan boord van de Johan van Oldenbarnevelt. Bij aankomst in Nederland werden zij gearresteerd en ondergebracht in kamp Schattenberg. De meesten kwamen in aanmerking voor naturalisatie, maar in oktober 1958 besloot de toenmalige minister van Justitie mr. Samkalden dat circa 30 van hen terug moesten naar Indonesië. Zij werden aan boord gezet van de Johan van Oldenbarneveld. Onder grote internationale druk besloot de Nederlands regering dat de groep niet op Indonesië, maar op Nieuw-Guinea van boord mocht gaan. Zij liepen in Indonesië namelijk het risico vervolgd te worden. Deze groep is later alsnog naar Nederland gekomen, na het verlies van Nieuw-Guinea.

Zie ook vertrek naar Nederland van Indische Nederlanders.