Republikeins Genootschap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Republikeins Genootschap is een Nederlandse republikeinse beweging, opgericht op 11 september 1996 in het Prinsenhof te Delft, op initiatief van Pierre Vinken.

Oprichters en doel[bewerken]

Volgens de website van het Republikeins Genootschap zijn er veertien oprichters: Martin van Amerongen, Arend Jan Dunning, Han Kleiterp, Ben Knapen, Lense Koopmans, Piet Korteweg, Sjeng Kremers, Roelof Nelissen, Henny de Ruiter, Albert Schuitemaker, Pierre Vinken, Frits Visser, Loek van Vollenhoven en Guus Zoutendijk.[1] Het idee was om te beginnen met vijftien leden, waarbij twee afwezigen –Harry Mulisch en Schuitemaker– in absentia ook als medeoprichter werden aangemerkt; Mulisch trok zich echter terug en bracht zo het aantal op veertien.[2]

Het genootschap kent geen statuten. Anders dan het Nieuw Republikeins Genootschap, voert het Republikeins Genootschap geen acties om de republiek dichterbij te brengen. Het gaat uit van de gedachte dat louter het bestaan van een Republikeins Genootschap voldoende is om op termijn het herstel van de Republiek der Nederlanden mogelijk te maken. Lid kan men uitsluitend worden door coöptatie.

Geschiedenis[bewerken]

Ontstaan, uitlekking en controverse[bewerken]

De groep ontstond uit de vriendenkring van Vinken "om het laatste taboe in Nederland te bespreken". Het bestaan van het Republikeins Genootschap werd in eerste instantie geheim gehouden (gepland was een periode van twee jaar, om vervolgens een blunder van de monarchie af te wachten[3]), omdat sommige leden vanwege hun professionele connecties in de problemen zouden kunnen komen en omdat opiniepeilingen aantoonden dat 95% van de bevolking vóór de monarchie was. Er was aanvankelijk onduidelijkheid over hoe serieus het gezelschap eigenlijk was. Na de eerste bijeenkomst stuurden de oprichters brieven naar anderen om hen vertrouwelijk te informeren over het Genootschap met de vraag of zij geïnteresseerd waren om zich aan te sluiten. In oktober 1996 klapte Piet Grijs (Hugo Brandt Corstius) al uit de school door in Vrij Nederland te schrijven dat hij, ondanks zijn fervente republicanisme, niet mee wilde doen aan de geheimzinnigheid; zijn (beperkte) onthulling deed echter nog geen stof opwaaien.[4] Begin 1997 lekte één van de betrokkenen de notulen van de oprichtingsvergadering naar de Volkskrant, die het op 26 februari 1997 in de openbaarheid bracht.[5][6][7] Uit –eveneens gelekte– correspondentie na de oprichting bleek dat enkele leden zich inmiddels weer gedistantieerd hadden van het Genootschap; zo liet Mulisch (afwezig tijdens de oprichting) zich kritisch uit over het uitsluiten van vrouwen en allochtonen ("Besluit 4: Leden worden ook op lichamelijke kenmerken geselecteerd: alleen autochtone mannen komen in aanmerking.").[2][3] Leden die door de media benaderd werden voor commentaar, reageerden geërgerd op het uitlekken van de oprichting van en/of hun lidmaatschap bij het Republikeins Genootschap, weigerden te reageren of wensten anoniem te blijven.[5][7] In de media, vooral door De Telegraaf die kopte met "Laat ons vorstenhuis met rust!",[8] en ook vanuit de politiek, inclusief minister-president Wim Kok,[9] werd er over het algemeen sterk afwijzend gereageerd, behalve door de Jonge Democraten en Jonge Socialisten, die enthousiast aansluiting bij het Genootschap zochten en graag maatschappelijke discussies wilden voeren over monarchie en republiek; de JOVD verklaarde voorstander te zijn van een puur ceremonieel koningschap "naar Zweeds model".[10][11][12]

Hergroepering[bewerken]

Knapen, die al kort na de oprichting afstand had genomen van het Genootschap, verweet De Telegraaf en de Volkskrant dat ze het Genootschap veel te serieus hadden genomen en noemde de mediacontroverse een "klucht".[13] Van Amerongen beet echter van zich af in De Groene Amsterdammer, waarin hij "Besluit 4" inderdaad uitlegde als een grap, maar het republikeinse initiatief als geheel "hoogserieus" en "alleszins serieus", en er verdere legitimatie voor gaf. Hij trok met name van leer tegen De Telegraaf die hij hypocrisie verweet door het ontstaan van het Republikeins Genootschap eerst nauwelijks vermeldenswaardig te noemen, maar er vervolgens een week lang uitgebreid over te berichten en scheldende opmerkingen van verschillende bekende Nederlanders aan het adres van de republikeinen te laten optekenen (Gerard Joling noemde hen "landverraders").[8][14] Sommigen als historicus Anton van Hooff voegden zich bij het Genootschap,[15] andere republikeinen als SP-fractievoorzitter Jan Marijnissen niet (geen 'conspiratieve clubjes'), maar steunden wel het voeren van openbaar maatschappelijk debat over de monarchie, hetgeen in hun ogen onterecht een taboe-onderwerp leek te zijn.[16] Verschillende politici en commentatoren susten vervolgens de zaak, die ondanks een serieuze ondertoon ook deels een "uit de hand gelopen grap" bleek, doordat Vinkens notulen van ludiek geuite opmerkingen zoals "Besluit 4", op papier per ongeluk serieus werden genomen.[17] Hoewel het bestaan van het Republikeins Genootschap op een ongelegen moment en op onhandige wijze aan het licht kwam, was het erin geslaagd om de staatsvorm landelijk besproken te krijgen. De media schreven een jaar later niet meer kritiekloos over het koningshuis en het ledental van het Republikeins Genootschap groeide gestaag.[18]

Groei en concurrentie[bewerken]

Bij zijn eenjarig bestaan in september 1997 zocht het Republikeins Genootschap zelf de publiciteit door een nieuwe, uitgebreide ledenlijst te tonen waarin ook vrouwen en allochtonen waren opgenomen, waaronder Jeroen Brouwers, Remco Campert, Jaap van Heerden, André Haakmat, Jasperina de Jong, H. Jesserun d'Oliveira, Ite Rümke, André Spoor, Jan Timman, Adriaan Morrien, Theo Sontrop, Theo van Gogh en Theodor Holman.[19] De exclusiviteit door coöptatie en het gebrek aan publieke acties van het Republikeins Genootschap vormde echter een obstakel voor diverse politiek actieve jongeren, die op 21 januari 1998 in De Balie het Nieuw Republikeins Genootschap (NRG) oprichtten,[20] dat op 28 januari voorafgaand aan de 60e verjaardagsviering van koningin Beatrix op ludieke wijze op de Dam de Derde Republiek der Nederlanden uitriep.[21] De twee republikeinse genootschappen besloten wel spoedig tot toenadering en mogelijke samenwerking.[22]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Namen. Site van het Republikeins Genootschap. Republikeins Genootschap Geraadpleegd op 21 mei 2015
  2. a b Jan Hoedeman. "Mulisch haakt om 'autochtonen' af als republikein", de Volkskrant, 27 februari 1997. Geraadpleegd op 21 mei 2015.
  3. a b Jan Hoedeman. "Leve de republiek", de Volkskrant, 27 februari 1997. Geraadpleegd op 21 mei 2015.
  4. Piet Grijs. "Republikeins Genootschap", Het Parool, 3 maart 1997. Geraadpleegd op 21 mei 2015.
  5. a b Jan Hoedeman. "Prominente heren knabbelen wat aan het koningschap", de Volkskrant, 26 februari 1997. Geraadpleegd op 21 mei 2015.
  6. "Club discussieert over republiek", NRC Handelsblad, 26 februari 1997. Geraadpleegd op 21 mei 2015.
  7. a b Albert de Lange. "Salonrevolutie smoort in openheid", Het Parool, 27 februari 1997. Geraadpleegd op 21 mei 2015.
  8. a b Martin van Amerongen. "De bende van vijftien", De Groene Amsterdammer, 5 maart 1997. Geraadpleegd op 21 mei 2015.
  9. "Kok vindt club republikeinen 'van geen kaliber'", de Volkskrant, 1 maart 1997. Geraadpleegd op 22 mei 2015.
  10. "Prominenten willen republiek in plaats van monarchie", Algemeen Dagblad, 27 februari 1997. Geraadpleegd op 21 mei 2015.
  11. "Republikeins Genootschap moet echter wel serieus genomen worden", Trouw, 27 februari 1997. Geraadpleegd op 21 mei 2015.
  12. Jeroen den Blijker. "Politiek verrast Genootschap tegen monarchie", Brabants Dagblad, 27 februari 1997. Geraadpleegd op 21 mei 2015.
  13. Ben Knapen. "Republikeinse klucht leidt tot mediakolder", de Volkskrant, 3 maart.
  14. "'Tijd niet rijp voor discussie over monarchie'", Trouw, 5 maart 1997. Geraadpleegd op 21 mei 2015.
  15. Anton van Hooff. "De Republikeinse Vereniging", NRC Handelsblad, 13 maart 1997. Geraadpleegd op 31 mei 2015.
  16. Jan Marijnissen. "Waarom Nederland een republiek moet worden", Website SP. Geraadpleegd op 21 mei 2015. (Oorspronkelijk verschenen in het Eindhovens Dagblad op 1 maart 1997 onder de titel "De republiek is het laatste taboe van Nederland").
  17. "Krant: Republikeins Genootschap laatste taboe", Eindhovens Dagblad, 7 maart 1997. Geraadpleegd op 22 mei 2015.
  18. Martin van Amerongen, "Zeven Dolle Dagen. Een miljoenenverslindend museumstuk ter discussie" in: Tom Rooduijn, De Republiek der Nederlanden. Pleidooien voor het afschaffen van de monarchie (1998) 122-140. Amsterdam: De Bezige Bij.
  19. Frank van Zijl. "Republikeins Genootschap werft nu zelfs vrouwen", de Volkskrant, 11 september 1997. Geraadpleegd op 23 mei 2015.
  20. "Blazers en hanenkammen willen gekozen Beatrix", Het Parool, 21 januari 1998. Geraadpleegd op 23 mei 2015.
  21. "Republikeinse vlag op de Dam", Algemeen Dagblad, 30 januari 1998. Geraadpleegd op 23 mei 2015.
  22. Marieke Monden. "Oude en nieuwe oppositie Oranje verenigd", Het Parool, 30 januari 1998. Geraadpleegd op 23 mei 2015.