Resolutie 1054 Veiligheidsraad Verenigde Naties

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag van de Verenigde Naties
Resolutie 1054
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 26 april 1996
Nr. vergadering 3660
Code S/RES/1054 (Document)
Stemming Voor: 13 Onth.: 2 Tegen: 0
Onderwerp Moordaanslag tegen de president van Egypte.
Beslissing Legde sancties op tegen Soedan.
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 1996
Permanente leden
Vlag van China CHN Vlag van Frankrijk FRA Vlag van Verenigd Koninkrijk GBR Vlag van Rusland RUS Vlag van Verenigde Staten USA
Niet-permanente leden
Vlag van Botswana BOT Vlag van Chili CHI Vlag van Egypte EGY Vlag van Guinee-Bissau GBS Vlag van Duitsland GER
Vlag van Honduras HON Vlag van Indonesië INA Vlag van Italië ITA Vlag van Zuid-Korea KOR Vlag van Polen POL
Egypte (geel), Soedan (rood) en Ethiopië (blauw).
Egypte (geel), Soedan (rood) en Ethiopië (blauw).

Resolutie 1044 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd op 26 april 1996 aangenomen door de VN-Veiligheidsraad met 13 stemmen voor en de 2 onthoudingen van China en Rusland.

Inhoud[bewerken]

Waarnemingen[bewerken]

Men was gealarmeerd door de moordaanslag op de president van Egypte in Addis Abeba op 26 juni 1995 en overtuigd dat de verantwoordelijken voor de rechter moesten worden gebracht. De Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) beschouwde die aanslag niet enkel als een aanslag op Ethiopië, maar op heel Afrika. Intussen voldeed Soedan niet aan de vragen van de OAE om verdachten uit te leveren.

Handelingen[bewerken]

De Veiligheidsraad eiste dat Soedan onmiddellijk drie verdachten aan Ethiopië uitleverde en niet langer terreuractiviteiten steunde of terroristen onderdak bood. Volgende maatregelen zouden van kracht worden op 10 mei tot Soedan aan die eisen voldeed. Alle landen moesten het personeel van hun diplomatieke missies in Soedan reduceren en reisbeperkingen opleggen aan leden van de Soedanese overheid of leger. Alle internationale- en regionale organisaties werd gevraagd geen conferenties te houden in Soedan. De landen werd gevraagd binnen de 60 dagen aan de secretaris-generaal te rapporteren welke stappen ze hadden genomen. Die laatste werd gevraagd binnen de 60 dagen te rapporteren over de uitvoering van deze resolutie waarna zou worden bekeken of Soedan aan de eisen had voldaan.

Verwante resoluties[bewerken]