Resolutie 1242 Veiligheidsraad Verenigde Naties

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag van de Verenigde Naties
Resolutie 1242
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 21 mei 1999
Nr. vergadering 4008
Code S/RES/1242 (Document)
Stemming Voor: 15 Onth.: 0 Tegen: 0
Onderwerp Irak
Beslissing Verlengde het olie-voor-voedselprogramma met 180 dagen.
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 1999
Permanente leden
Vlag van China CHN Vlag van Frankrijk FRA Vlag van Verenigd Koninkrijk GBR Vlag van Rusland RUS Vlag van Verenigde Staten USA
Niet-permanente leden
Vlag van Argentinië ARG Vlag van Brazilië BRA Vlag van Bahrein BRN Vlag van Canada CAN Vlag van Gabon GAB
Vlag van Gambia GAM Vlag van Maleisië MAS Vlag van Namibië NAM Vlag van Nederland NED Vlag van Slovenië SLO
Een aardolieboorinstallatie.
Een aardolieboorinstallatie.

Resolutie 1242 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd op 21 mei 1999 unaniem aangenomen door de VN-Veiligheidsraad.

Achtergrond[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Golfoorlog (1990-1991) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 2 augustus 1990 viel Irak haar zuiderbuur Koeweit binnen en bezette het land. De Veiligheidsraad veroordeelde de inval en later kregen de lidstaten carte blanche om Koeweit te bevrijden. Eind februari 1991 was die strijd beslecht en legde Irak zich neer bij alle aangenomen VN-resoluties. In 1995 werd met resolutie 986 het olie-voor-voedselprogramma in het leven geroepen om met olie-inkomsten humanitaire hulp aan de Iraakse bevolking te betalen.

Inhoud[bewerken]

Waarnemingen[bewerken]

Humanitaire hulp aan de Iraakse bevolking bleef tijdelijk noodzakelijk, en die hulp moest gelijk worden verdeeld over alle lagen van de bevolking in heel het land.

Handelingen[bewerken]

De Veiligheidsraad besloot de provisies van resolutie 986 (het olie-voor-voedselprogramma) met 180 dagen te verlengen, vanaf 25 mei. Gedurende die periode bleef ook paragraaf °2 van resolutie 1153 (het maximumbedrag van US$5,256 miljard waarvoor Irak olie mocht uitvoeren) en resolutie 1175 (de toelating om reserve-onderdelen voor de olie-installaties te kopen) van kracht.

De secretaris-generaal werd gevraagd deze resolutie uit te voeren en te rapporteren of hulpgoederen correct verdeeld werden, door Irak aangekochte reserve-onderdelen voor olie-installaties gebruikt werden waarvoor ze toegelaten waren en of Irak wel voldoende olie kon produceren om het maximumbedrag te halen.

Verwante resoluties[bewerken]