Resolutie 1284 Veiligheidsraad Verenigde Naties

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag van de Verenigde Naties
Resolutie 1284
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 17 december 1999
Nr. vergadering 4084
Code S/RES/1284 (Document)
Stemming Voor: 11 Onth.: 4 Tegen: 0
Onderwerp Irak
Beslissing Verving de Speciale Commissie door de UNMOVIC, schrapte de beperkingen op Iraakse olieuitvoer en opende de deur voor het opheffen van de andere economische sancties.
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 1999
Permanente leden
Vlag van China CHN Vlag van Frankrijk FRA Vlag van Verenigd Koninkrijk GBR Vlag van Rusland RUS Vlag van Verenigde Staten USA
Niet-permanente leden
Vlag van Argentinië ARG Vlag van Brazilië BRA Vlag van Bahrein BRN Vlag van Canada CAN Vlag van Gabon GAB
Vlag van Gambia GAM Vlag van Maleisië MAS Vlag van Namibië NAM Vlag van Nederland NED Vlag van Slovenië SLO
Irak.
Irak.

Resolutie 1284 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd op 17 december 1999 aangenomen door de VN-Veiligheidsraad. Veertien leden van de Raad stemden voor de resolutie. Vier onthielden zich: China, Frankrijk, Maleisië en Rusland. Resolutie 1284 was de laatste resolutie van 1999 en de jaren 1990.

Achtergrond[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Golfoorlog (1990-1991) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 2 augustus 1990 viel Irak haar zuiderbuur Koeweit binnen en bezette het land. De Veiligheidsraad veroordeelde de inval en later kregen de lidstaten carte blanche om Koeweit te bevrijden. Eind februari 1991 was die strijd beslecht en legde Irak zich neer bij alle aangenomen VN-resoluties. In 1995 werd met resolutie 986 het olie-voor-voedselprogramma in het leven geroepen om met olie-inkomsten humanitaire hulp aan de Iraakse bevolking te betalen.

Inhoud[bewerken]

Waarnemingen[bewerken]

Iraakse Scud-raketten anno 1989.

Met resolutie 715 had de Veiligheidsraad in 1991 plannen van de Secretaris-Generaal en de directeur-generaal van het Internationaal Atoomenergie Agentschap voor wapeninspecties in Irak goedgekeurd. Het was de bedoeling om het Midden-Oosten vrij te maken van massavernietigingswapens en draagraketten ervoor, en tot een globale ban van chemische wapens te komen.

Verder was men bezorgd om de humanitaire situatie in Irak, alsook het feit dat nog steeds niet alle vluchtelingen uit Koeweit zijn teruggekeerd. In de resoluties 686 en 687 was geëist dat Irak alle aangeslagen Koeweitse eigendommen zo snel mogelijk moest teruggeven, wat nog steeds niet gebeurd was.

Irak voldeed dus niet volledig aan de VN-resoluties en dehalve konden de verboden opgelegd met resolutie 687 (wapenembargo) ook niet opgeheven worden.

Handelingen[bewerken]

A[bewerken]

Hans Blix, de eerste voorzitter van de UNMOVIC

De Veiligheidsraad besloot als onderafdeling van de Veiligheidsraad de VN-Waarnemings-, Verificatie- en Inspectiecommissie (UNMOVIC) op te richten ter vervanging van de Speciale Commissie uit resolutie 687. Die moest de wapeninspectietaken in Irak van de Speciale Commissie overnemen. Van Irak werd geëist dat UNMOVIC onmiddellijk, onvoorwaardelijk en ongehinderd toegang kreeg tot eender welk gebied, installatie, uitrusting, documenten of persoon.

De Secretaris-Generaal werd gevraagd binnen de 30 dagen een voorzitter aan te stellen. De UNMOVIC werd gevraagd binnen de 45 dagen een plan over haar eigen organisatie voor te leggen. UNMOVIC en het IAEA moesten dan binnen de 60 dagen na aanvang van hun werk in Irak elk een werkprogramma opstellen. Irak moest instaan voor alle kosten van beide.

B[bewerken]

Irak werd herinnert aan haar verplichting om alle Koeweiti's te repatriëren en mee te werken met het Rode Kruis. De Secretaris-Generaal werd gevraagd hierover elke 4 maanden te rapporteren, en om de 6 maanden over de teruggave van Koeweitse eigendommen.

C[bewerken]

Een olietanker komt olie laden aan een Iraakse off-shore-terminal

De landen mochten vanaf nu onbeperkt olie en olieproducten invoeren uit Irak (eerder gold een maximumbedrag), onder de condities van resolutie 986. Een groep van experts moest bepalen welke onderdelen en uitrusting Irak nodig had om haar olieproductie op te drijven. Gedurende 6 maanden werd ook paragraaf °8 (g) van die resolutie geschorst.[1]

De Secretaris-Generaal werd gevraagd uit te zoeken of resolutie 986 de Iraakse bevolking effectief vooruit hielp. De Veiligheidsraad besliste verder dat pelgrimsvluchten voor de Hadj werden uitgezonderd van de provisies in de resoluties 661 en 670 (vliegverbod). Ook werd Irak opgeroepen te zorgen dat alle hulpgoederen correct verdeeld werden. Verder werd de Secretaris-Generaal nog gevraagd een groep van experts op te richten om uit te zoeken hoe de Iraakse olieproductie kon worden opgedreven, bijvoorbeeld door de inbreng van buitenlandse oliebedrijven.

D[bewerken]

De Veiligheidsraad was van plan om, in geval Irak aan de resoluties voldeed, het verbod op in- en uitvoer uit en naar Irak gedurende 120 dagen op te heffen. Als daarna gemeld werd dat Irak niet meer meewerkte zou dat verbod 5 werkdagen later terug ingaan.

Verwante resoluties[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Resolutie 986, paragraaf °8, (g):
    Om de 90 dagen US$10 miljoen beschikbaar maken van de borgrekening (waarop Iraakse olie betaald werd) voor de betalingen voorzien in paragraaf °6 van resolutie 778 (herstelbetalingen aan Koeweit).