Resolutie 1737 Veiligheidsraad Verenigde Naties

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag van de Verenigde Naties
Resolutie 1737
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 23 december 2006
Nr. vergadering 5612
Code S/RES/1737 (Document)
Stemming Voor: 15 Onth.: 0 Tegen: 0
Onderwerp Atoomprogramma van Iran
Beslissing Legde sancties op tegen Iran.
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 2006
Permanente leden
Vlag van China CHN Vlag van Frankrijk FRA Vlag van Verenigd Koninkrijk GBR Vlag van Rusland RUS Vlag van Verenigde Staten USA
Niet-permanente leden
Vlag van Argentinië ARG Vlag van Congo-Brazzaville CGO Vlag van Denemarken DEN Vlag van Ghana GHA Vlag van Griekenland GRE
Vlag van Japan JPN Vlag van Peru PER Vlag van Qatar QAT Vlag van Slowakije SVK Vlag van Tanzania TAN
Iran.
Iran.

Resolutie 1737 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd unaniem door de VN-Veiligheidsraad aangenomen op 23 december 2006 en legde sancties op tegen Iran naar aanleiding van het atoomprogramma van Iran.

De ontwerpresolutie werd twee maanden eerder ingediend door het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland en werd vervolgens verscheidene keren aangepast na bezwaren van Rusland en China die beiden economische belangen hadden in Iran[1].

Iran zelf wees de resolutie van de hand en vond dat het het recht had om kernenergie voor vreedzame doeleinden na te streven. Het land beschuldigde de Veiligheidsraad ook van hypocrisie omdat het niet reageerde op de vermeende kernwapens van Israël[2].

Achtergrond[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Atoomprogramma van Iran voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Irans nucleaire programma werd reeds in de jaren 1950 en met Amerikaanse ondersteuning op touw gezet om kernenergie voort te brengen. Na de Iraanse Revolutie in 1979 lag het kernprogramma stil. Eind jaren 1980 werd het, deze keer zonder Westerse steun maar met medewerking van Rusland en China, hervat. Er rees echter internationale bezorgdheid dat het land ook de ambitie had om kernwapens te ontwikkelen.

Inhoud[bewerken]

Waarnemingen[bewerken]

Onder het non-proliferatieverdrag hadden alle landen het recht onderzoek te doen naar en gebruik te maken van kernenergie voor vreedzame doeleinden. Men was echter erg bezorgd over rapporten van het Internationaal Atoomenergie Agentschap over het kernprogramma van Iran dat mogelijk een militaire dimensie had. Het IAEA kon ook niet bevestigen dat er geen onaangegeven kernmaterialen en -activiteiten waren in Iran. Het land had ook de uraniumverrijking niet stopgezet, zoals was geëist met resolutie 1696, en had de samenwerking met het IAEA ook niet hervat.

Handelingen[bewerken]

Daarom eiste de Veiligheidsraad dat Iran volgende nucleaire activiteiten stopzette en mogelijk maakte dat het IAEA dit controleerde:

a. Uraniumverrijking en -herwerking,
b. Projecten in verband met zwaar water.

Ook moesten alle landen de levering van materialen, uitrusting, goederen en technologieën die aan deze activiteiten of aan de ontwikkeling van wapendraagsystemen konden bijdragen verbieden.

Verder moesten alle landen de financiële middelen van de personen en organisaties die in bijlage waren opgesomd en waren verbonden aan het Iraanse nucleaire of wapenprogramma bevriezen. Tenslotte werd ook een comité opgericht dat moest toezien op deze maatregelen, beslissen over uitzonderingen en de lijst met personen en entiteiten voor wie ze golden moest onderhouden. Als Iran binnen de 60 dagen niet aan de eisten had voldaan zouden verdere maatregelen worden genomen.

Annex[bewerken]

De bijlage van de resolutie gaf een lijst van entiteiten en personen die waren betrokken bij achtereenvolgens Irans kernprogramma en ballistische raketprogramma en op wie de opgelegde sancties van kracht werden.

Verwante resoluties[bewerken]

Logo Wikisource
Bronnen die bij dit onderwerp horen, kan men vinden op de pagina United Nations Security Council Resolution 1737 op de Engelstalige Wikisource.
Bronnen, noten en/of referenties