Resorptie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De mate van resorptie (opname) van een farmacon hangt af van de polariteit van het farmacon en de verdelingscoëfficiënt. Resorptie vindt doorgaans plaats via membranen, welke grotendeels zijn opgebouwd uit lipoïde (vetachtige, apolaire) structuren. Een stof die door het membraan heen moet, moet dus ook apolair zijn (denk bijvoorbeeld aan een flesje waar olie èn azijn inzitten en toch niet mengen; dit komt doordat olie apolair is en azijn polair).

Er bestaan ook manieren om polaire stoffen door membranen heen te laten gaan:

  • Ultrafiltratie; in sommige membranen zitten poriën die gevuld zijn met polaire vloeistof. Nu is het dus wel mogelijk voor een polair farmacon om door het membraan de diffunderen.
  • Carrier-transport; door te binden aan een speciaal molecuul, een carrier, kan een polaire stof (tijdelijk) apolair worden en door het membraan heen gaan.

Biologische term[bewerken]

Resorptie is een proces dat in het gehele darmkanaal kan plaatsvinden, maar in de dunne darm vindt door het grote oppervlak het meeste resorptie plaats. Water, voedingsstoffen en verteringsproducten worden door de cellen van het darmepitheel opgenomen. Het opnemen van deze stoffen kan op meerdere manieren:

  • Porie-eiwitten — Via porie-eiwitten wordt het grootste deel van het water getransporteerd door osmose en diffusie samen met kleine, in water oplosbare moleculen.
  • Actief transport — Glucose kan via transportenzymen in de darmepitheelcellen gepompt worden. Na2+ wordt teruggepompt door de natrium-kaliumpomp.
  • Celmembraan — Via het celmembraan worden vetten en in vet oplosbare moleculen, door osmose en diffusie, getransporteerd.

De geresorbeerde glyceriden komen in de lymfen en vervolgens in het bloed. De andere stoffen komen direct in het bloed en gaan door de poortader naar de lever.