Respiratoir syncytieel virus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Respiratoir syncytieel virus
Respiratoir syncytieel virus
Taxonomische indeling
Groep: Groep V ((-)ssRNA)
Orde: Mononegavirales
Familie: Paramyxoviridae
Geslacht: Pneumovirus
Soort
Human respiratory syncytial virus
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Het respiratoir syncytieel virus (RSV) is een virus dat gezien wordt als een van de belangrijkste veroorzakers van verkoudheid. Voor volwassenen blijft het dan bij deze verkoudheid, maar vooral bij zeer jonge kinderen kan de verkoudheid overslaan op de lagere luchtwegen. Het virus wijkt af van de meeste virussen in het feit dat het gedurende het leven verschillende ziekte-episoden kan veroorzaken: immuniteit is niet levenslang.

Het RS-virus komt zoveel voor, dat ieder kind er wel een keer mee wordt besmet in de eerste levensjaren. Zeker kinderen die op een kinderdagverblijf verblijven, krijgen het al in hun eerste levensjaar. Het virus wordt overgedragen door direct contact (handcontact, knuffelen, inademen van uitgehoeste lucht). Baby's raken vaak besmet door contact met een volwassene die gewoon verkouden lijkt. De symptomen zijn dan vaak hoesten, moeilijker ademhaling en soms lichte koorts. Bij ernstige vormen moet soms tijdelijk (enige dagen) wat extra zuurstof worden gegeven waarvoor dan opname noodzakelijk is. Dit treedt op bij ongeveer 1 op de 100 gevallen.

Borstvoeding[bewerken]

Bij kinderen jonger dan 100 dagen die borstvoeding krijgen, heeft de ziekte vaker een milder beloop.[1]

Verschijnselen[bewerken]

De simpele neusverkoudheid kan omslaan in een RSV-bronchiolitis of RSV-pneumonie (longontsteking). Dit gebeurt eigenlijk alleen bij jonge kinderen. Bij bronchiolitis doen de symptomen sterk denken aan peuterastma: een belemmerde en piepende uitademing en hoest. Bij pneumonie ontstaat soms ernstige benauwdheid, en er klinkt een gekraak over de longen. Het kind ziet er dan grauw uit, gaat slecht eten en drinken, en is erg snel moe. Het virus is meestal onschuldig en gaat na enige weken vanzelf over, hoewel de hoest soms lang aanwezig blijft (1-2 maanden). Bij zeer jonge baby's, met name premature zuigelingen, kan de infectie echter ernstig tot zeer ernstig verlopen. Tot de risicogroepen behoren: prematuur geboren kinderen van 35 weken en jonger, die jonger zijn dan 6 maand aan het begin van het RS seizoen, en kinderen met bronchopulmonale dysplasie.

Medicijn[bewerken]

Er is een medicijn voor RS, genaamd Ribavirin. In het laboratorium is de werking hiervan bewezen, in de praktijk blijkt het echter beperkt tot niet werkzaam[2][3]. Het wordt voor niet-ernstige gevallen nooit gegeven. Voor de risicogroepen is er een preventief medicijn beschikbaar, bestaande uit monoclonale specifieke antistoffen: palivizumab (Synagis). Dit wordt gedurende het RS seizoen dan iedere maand gegeven, zo mogelijk al 1 maand voor het begin van het RS seizoen. Bij kinderen die de infectie al hebben is de werkzaamheid niet bewezen[4]. Omdat het een erg duur medicijn is (2006: 600 à 1000 € per dosis, afhankelijk van het gewicht) worden alleen kinderen uit de risicogroepen er mee behandeld, en alleen op voorschrift van een kinderarts. Het is nog niet gelukt een vaccin te maken voor het RS-virus, hoewel verscheidene teams aan een vaccin werken. Er zijn aanwijzingen dat een RS-vaccin ook zou helpen bij het voorkomen van middenoorinfecties[5].

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Nishimura T, Suzue J, Kaji H. Breastfeeding reduces the severity of respiratory syncytial virus infection among young infants: a multi-center prospective study. Nishimura Pediatric Clinic, Infant Respiratory Syncytial Virus Infection Study Group, Kashiwara City, Osaka, Japan. 2009 Apr 3
  2. Chavez-Bueno S, Mejias A, Welliver RC. Respiratory syncytial virus bronchiolitis: current and future strategies for treatment and prophylaxis. Treat Respir Med. 2006;5(6):483-94.
  3. van Woensel J, Kimpen J. Therapy for respiratory tract infections caused by respiratory syncytial virus. Eur J Pediatr. 2000 Jun;159(6):391-8.
  4. Fuller H, Del Mar C. Immunoglobulin treatment for respiratory syncytial virus infection. Cochrane Database Syst Rev. 2006 Oct 18;(4)
  5. Patel JA, Nguyen DT, Revai K, Chonmaitree T. Role of respiratory syncytial virus in acute otitis media: Implications for vaccine development. Vaccine. 2006 Nov 9; (Epub ahead of print)