Ressentiment

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Ressentiment is een oorspronkelijk uit het Frans afkomstige term term die gebruikt wordt in de psychologie en filosofie. In het dagelijkse taalgebruik bedoelt men er haat of wrok mee. In de filosofie werd de term geïntroduceerd door de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche (1844-1900). In de reactie van de filosoof Max Scheler (1874-1928) op het werk van Nietzsche speelt de notie van ressentiment een centrale rol.

Inhoud

[bewerken] Ressentiment als technische term

Ressentiment is een psychische zelfvergiftiging in het zich vergissen omtrent waarden. Deze auto-intoxicatie ontstaat altijd door een verkeerdheid in het streven, waardoor men voor goed of het beste gaat houden wat slecht of minder goed is. In zijn onmacht de waarde van de ander te realiseren gaat men de waarde van de ander negeren.

Ressentiment is een reactieve neiging: een emotioneel antwoord op iets dat zich heeft afgespeeld over een langere tijd. Het openbaart zichzelf hiermee als een emotionele reactionaire houding ten aanzien van alle wereldlijke ervaring. Het is het resultaat van onmacht. Een voorgaande emotionele toestand, die het gevolg is van emotioneel leed, wordt herbeleefd door de ressentiment-persoon. De ressentiment-persoon zoekt de oorzaak van zijn onmacht niet in zichzelf maar wijst een schuldige buiten zichzelf aan. Het kan gericht zijn tegen een persoon, hele klassen van mensen, sociale toestanden of zelfs het bestaan van de gehele mensheid.

Ressentiment treedt in strikte zin op wanneer er in een persoon sprake is van een totale afwezigheid van pogingen zichzelf in morele zin te overwinnen ten aanzien van diegene die de oorzaak is van zijn ressentiment. Altijd is er sprake van een onmacht in de met ressentiment beladen persoon. Deze onmacht wordt verbonden met verbetenheid, ofwel psychische afstomping, wat inhoudt dat alle vijandige affecten verborgen worden in de duistere diepte van de ziel, opdat deze voortdurend gevoed wordt met dit emotionele gif waardoor de haat jegens haar object of objecten groeiende blijft.

Onafhankelijk van enige activiteit van het ego neemt het ressentiment over langere tijd bezit van een persoon, of een groep personen, indien men zich in die toestand van vijandelijkheid heeft laten weerhouden van het ondernemen van directe actie tegen de oorzaak of oorzaken van dit ressentiment. Gevolg hiervan is de systematisch onderdrukking van een innerlijke explosie van bepaalde gevoelens en affecties. De ressentiment-persoon lijdt in zichzelf onder deze sluimerende toestand van onderdrukte vijandige reactie die zich manifesteert in haat, wraakzucht, boosheid, jaloezie, afgunst en valsheid: gevoelens die in eerste instantie nog zonder praktische intenties zijn, maar die zich later evengoed nog zo kunnen ontwikkelen.

Ressentiment verschijnt in mensen die emotioneel beschadigd zijn, en is de drijfveer achter de reactionaire weerstand tegen dergelijk leed. In wezen is het het hervoelen van iemands specifieke waardekwaliteiten, in welke het proces van het hervoelen de reactionaire emotie met de tijd versterkt. Door de fixatie op dit geleden leed geraakt de ressentiment-persoon in een isolement. Het gevoel van wraakzucht maakt een enorme intensivering door. Ter bevrediging van het gevoel van afgunst zoekt hij een object-persoon die hij gemakkelijk kan devalueren tot zijn eigen staat van onmacht. De eigenwaarde van de ressentiment-persoon wordt zo als ‘meer’ ervaren, terwijl er een nieuwe boosheid groeit in het slachtoffer van deze neiging tot bevrediging van afgunst. De ressentiment-persoon vergaart een ziekelijke voldoening door het met negativiteit injecteren van diegenen tegen wie zijn ressentiment gericht is.

De neiging naar de voldoening die het naar beneden halen van de ander en het bedreigen van de positieve waarde van het object schenkt, groeit en maakt dat steeds meer gelegenheden worden aangegrepen om de innerlijke voldoening te bewerkstelligen. Slachtoffers van ressentiment-personen, evenals de ressentiment-personen zelf, begrijpen steeds minder vaak de tegen hen gerichte haat en negativiteit, een begrip dat bepalend is voor de toekomstige relatie tussen de boosdoener en het slachtoffer.

[bewerken] Ressentiment bij Nietzsche

De notie van ressentiment was een sleutelbegrip binnen zijn ideeën met betrekking tot de meester-slaafproblematiek en de daaruit volgende geboorte van de moraal, die hij uiteenzette in Jenseits vom Gut und Böse. Nietzsche gebruikte de notie van ressentiment voor het eerst in zijn boek Zur Genealogie der Moral.

De slavenmoraal is het product van het ressentiment in de mensen die niet bij vermogen zijn fysiek weerstand te bieden aan de bron van hun ellende, namelijk hun meesters en onderdrukkers. Door deze scheve machtsverhouding koesteren de zwakkeren haat en wraakgevoelens jegens de sterkeren, maar hun inferioriteit stelt hen niet in staat uitdrukking te geven aan deze gevoelens. Daarom nemen zij hun toevlucht tot wat Nietzsche ‘imaginaire wraak’ noemt. De enige mogelijkheid tot deze wraak is het vormen van nieuwe waarden waardoor die van de meesters devalueren. De zwakkeren hebben zich verenigd en hun eigen waardenrangorde gesticht waarin het sterke wordt gediskwalificeerd en het zwakke opgewaardeerd.

In tegenstelling tot ‘elke voorname moraal’ zet de slavenmoraal zich af tegen een buitenwereld, en hanteert ‘een omkering van de waardenscheppende blik.’ De oorzaak van hun onmacht wordt niet bij zichzelf gezocht, maar is gelegen in de buitenwereld, de ander. Zij heeft ‘uiterlijke prikkels nodig om tegen te ageren – haar actie is per definitie reactie.’ (GM I:10)

De omkering van de meestermoraal in de slavenmoraal brengt de ontwaarding van de voorname idealen met zich mee. Er wordt gebroken met de zelfbevestiging van het voorname. Geen mens is nog langer in zichzelf goed, maar is pas goed in de mate waarin hij zich voegt naar de moraal zoals deze wordt voorgeschreven door de kerk. Het ressentiment wordt door de kerk op de mens losgelaten waardoor de indruk ontstaat dat er iemand schuldig is aan het lijden, namelijk de zondige mens zelf. De verlossing van de mens bestaat daarin dat hij zich conformeert aan de door de kerk voorgeschreven moraal van nederigheid en gehoorzaamheid.

[bewerken] Ressentiment bij Scheler

In zijn boek Ressentiment im Aufbau der Moralen claimt Scheler dat Nietzsche de religieuze kern van het christendom heeft miskend. Deze berust niet, zoals Nietzsche stelt, op een bodem van ressentiment; het is de burgerlijke moraal die hier haar oorsprong heeft. Om dit te illustreren vergelijkt Scheler de Griekse liefde en de Christelijke liefde. Waar liefde voorheen beschreven werd als een beweging van het lagere naar het hogere, krijgt liefde nu de vorm van een beweging van het hogere naar het lagere. In plaats van een streven en verlangen naar het hogere, van een wil tot macht, buigt het hogere zich over het lagere en toont haar betrokkenheid en bekommernis. De liefde spreekt zo niet uit een egoïstisch verlangen de ander te onderwerpen maar is er om de ander te ondersteunen en zo tot het hoogste niveau te verheffen. De mens wordt in de christelijke liefde niet naar beneden gehaald, maar juist opgetild, dus berust de christelijke ethiek niet op een basis van ressentiment, op onmacht, maar op de overvloed van Gods liefde.

[bewerken] Literatuur

  • Friedrich Nietzsche, Zur Genealogie der Moral, KSA5, DTV, München, 1999.
  • Max Scheler, Ressentiment im Aufbau der Moralen, Klostermann, Frankfurt, 1978.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen