Reuzenbalsemien

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Reuzenbalsemien
ImpatiensGlandulifera-bloem-kl.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Asteriden
Orde: Ericales
Familie: Balsaminaceae (Balsemienfamilie)
Geslacht: Impatiens (Springzaad)
Soort
Impatiens glandulifera
Royle (1835)
opengesprongen vrucht
opengesprongen vrucht
Afbeeldingen Reuzenbalsemien op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Reuzenbalsemien op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De reuzenbalsemien (Impatiens glandulifera) is een eenjarige plant die tot 2,5 m hoog wordt.

Algemeen[bewerken]

De plant heeft opvallende 2-5 cm grote bloemen, die van juli tot september bloeien met een lila, roze of lichtgele tot witte kleur. De bloemen staan met twee tot veertien bloemen in trossen in de oksels van de bovenste bladeren. De vijf kroonbladen vormen bij elkaar een tunnel, hoed of helm.

De getande, bovenste bladeren zitten in een krans aan de hoekige stengels, die vaak vertakt zijn. De langwerpige, lancetvormige bladeren zijn voorzien van extraflorale nectarklieren.

De bloemen zorgen dat de plant niet gemakkelijk met andere planten verward wordt.

Verspreiding[bewerken]

Deze plant is afkomstig uit de Himalaya, vooral uit Tibet en ook uit India.

Vanaf 1915 is de plant in Europa als invasieve soort gaan verwilderen, men treft hem nu door geheel West-Europa aan.

De plant groeit graag langs of in de buurt van water. Langs sloten, greppels en beken kan men hem aantreffen. Wel moet de bodem stikstofrijk en basisch zijn. De verspreiding van de zaden vindt mechanisch plaats, wanneer de rijpe vrucht wordt aangeraakt, rollen de vijf delen hiervan zich op en schieten zo de zaden weg. Tegelijkertijd valt de vrucht van de plant af.

Ecologische aspecten[bewerken]

Bestuiving vindt plaats door hommels, honingbijen en andere bestuivende insecten.

Externe link[bewerken]