Rhijnvis Feith (auteur)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rhijnvis Feith
Rhijnvis Feith geschilderd door Willem Bartel van der Kooi (1819)
Rhijnvis Feith geschilderd door
Willem Bartel van der Kooi (1819)
Algemene informatie
Geboren 7 februari 1753, Zwolle
Overleden 8 februari 1824, Zwolle
Land Prinsenvlag.svg Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
tegenwoordig Vlag van Nederland Nederland
Werk
Genre Sentimentalisme
Bekende werken Open book nae 02.svg Julia (1783)
Open book nae 02.svg Fanny, een fragment (1783)
Open book nae 02.svg Het graf (1792)
Uitgeverij Johannes Allart, Amsterdam
H. As. zoon Doyer, Zwolle
De erven François Boon, Haarlem
J. Immerzeel jr., Rotterdam
Dbnl-profiel
Website
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Geboorteakte van Rhijnvis Feith
Gedicht van Rhijnvis Feith
Overlijdensbericht in de Staatscourant
Graf van Rhijnvis Feith op de Begraafplaats Meppelerstraatweg in Zwolle

Rhijnvis Feith (Zwolle, 7 februari 1753 (doopdatum) – aldaar, 8 februari 1824) was een Nederlandse schrijver van gedichten, toneelstukken, enkele cantates en een theoretische verhandeling over Kant en dichtkunst.

Biografie[bewerken]

Feith stamde uit een gefortuneerd regentengeslacht uit Elburg en was het enig kind van Peter Feith en Elisabeth Spaar.[1] Hij studeerde rechten in Leiden (1769-1770) en promoveerde al na één jaar. Op 17 november 1772 trouwde hij met Ockje Groeneveld. Zij kregen samen negen kinderen. 's Zomers leefde hij op zijn buitengoed Boschwijk (Heinoseweg) en 's winters in de stad.[2] Hier ontving hij gasten, waaronder Willem Bilderdijk en Jan Frederik Helmers.[1]

Feith sloot zich aan bij de patriotten, mogelijk beïnvloed door Joan Derk van der Capellen tot den Pol, zijn buurman in de Bloemendalstraat. In februari 1787 werd hij door de vroedschap en zonder goedkeuring van de stadhouder tot burgemeester gekozen. Deze functie bekleedde hij zeven maanden. In september 1787 vond er een Pruisische bezetting plaats die het gezag van Willem V van Oranje-Nassau herstelde. Feith was niet anti-stadhoudersgezind, maar meer een vurig tegenstander van de aristocratische staatsgezinde partij.

Rhijnvis Feith was in 1780 benoemd tot ontvanger van de belastingen (konvooien en licenten) op het belastingkantoor van zijn vader. Hij oefende die functie uit tot 1814.

Rhijnvis Feith overleed te Zwolle op 8 februari 1824 's middags tussen half twee en twee uur,[3] de dag na zijn eenenzeventigste verjaardag. Hij werd begraven in de Grote of Sint-Michaëlskerk te Zwolle, maar is op 6 oktober 1825 herbegraven op de Algemene Begraafplaats Meppelerstraatweg, tegenwoordig een Rijksmonument. Daarmee ging een wens van Feith in vervulling, want in 1779 ondertekende hij een petitie aan het stadsbestuur met het verzoek om om hygiënische redenen het begraven in kerken te stoppen en een begraafplaats buiten de stadsmuren in te richten. De dichter Anthony Christiaan Winand Staring schreef een gedicht ter nagedachtenis van Feith.

Prijzen en onderscheidingen[bewerken]

  • Diverse prijzen van het Dichtlievend Genootschap in Leiden:
    • Gold medal icon blank.svg Gouden penning voor het gedicht Heil van den Vrede, 1779
    • Gold medal icon blank.svg Gouden penning voor het gedicht Verhandeling over het Heldendicht, 1781
    • Gold medal icon blank.svg Gouden penning en gelijktijdig de zilveren penning voor de twee gedichten Den lof van De Ruijter, 1785
  • Silver medal icon blank.svg Zilveren penning van het genootschap Studium Scientiarum Genitris in Rotterdam voor het gedicht De Menschlievendheid, 1780
  • Gold medal icon blank.svg Gouden penning van het genootschap Kunstliefde spaart geen vlijt voor het gedicht Karel V aan zijnen zoon Philips II, bij de overdragt van de regering der Nederlanden, 1782
  • Silver medal icon blank.svg Zilveren erepenning van het Teylers Godgeleerd Genootschap in 1797[1]
  • Gold medal icon blank.svg Gouden erepenning van het Teylers Godgeleerd Genootschap in 1801
  • Silver medal icon blank.svg Zilveren penning van het genootschap Ter verdediging van den Christelijken Godsdienst, 1800
  • Kruis van een Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.jpg Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 20 februari 1816

Werken[bewerken]

Rhijnvis Feith behoorde tot de literaire stroming het sentimentalisme en stond onder andere onder invloed van Edward Young, Friedrich Gottlieb Klopstock en Baculard d'Arnaud. Zijn standpunt was de natuur niet slaafs na te volgen, maar haar te idealiseren. Zijn werken:

  • Het ideaal in de kunst (1782, verhandeling in 1823 ingestuurd voor prijsvraag Hollandsche Maatschappij van Fraaije Kunsten en Wetenschappen)
  • Verhandeling over het heldendicht (1782)
  • Fanny, een fragment (1783)
  • Julia (1783; briefroman)
  • Brieven over verscheidene onderwerpen (6 delen, 1784–1793)
  • Thirsa, of de zege van de godsdienst (1784; treurspel)
  • Dagboek mijner goede werken (1785)
  • Ferdinand en Constantia (2 delen, 1785)
  • Lady Johanna Gray (1791)
  • Het graf (1792)
  • Bijdragen ter bevordering der schoone kunsten en wetenschappen (3 stukken, 1793–1796; met Jacobus Kantelaar)
  • Ines de Castro (1793; treurspel)
  • Oden en gedichten (5 delen, 1796–1814)
  • De ouderdom (1802)
  • Brieven aan Sophie (1806)
  • Verlustiging van mijnen ouderdom (1818)
  • De eenzaamheid en De Wereld (1821)
  • Verhandelingen (1826)
  • Dicht- en prozaïsche werken (15 delen, 1824–1826)

Oudejaarsavondlied[bewerken]

Een lied van zijn hand (getoonzet door A. Albert) werd opgenomen in de populaire liedbundel Kun je nog zingen, zing dan mee. De eerste regels luiden: 'Uren, dagen, maanden, jaren vliegen als een schaduw heen'.

Grafmonument[bewerken]

Op 26 oktober 1825 werd er een monument op zijn graf onthuld, gemaakt door de beeldhouwer Paulus Joseph Gabriël, een leerling van Antonio Canova.[4] De tekst op de gedenkplaat van zijn graf luidt:

Aanhalingsteken openen

Dat alles wat ik was of had de dood vrij roove;
Gods waarheid wankelt niet, wie immer op haar bouw.
Ik geloof in Jesus, en ik stierf in dat gelove,
Mijn stof rust in dit graf op zijn verdienste en trouw.

Aanhalingsteken sluiten

Door erosie is deze tekst niet meer leesbaar.

Herdenking[bewerken]

Op vrijdag 8 februari 1924 vond er een herdenkingsplechtigheid plaats bij het grafmonument van Feith in het kader van de honderdste sterfdag. Hierbij waren veel nazaten van het geslacht Feith aanwezig. Er werd een krans gelegd en jonkheer J. Feith sprak enkele woorden.[5]

Trivia[bewerken]

  • De ongewone voornaam Rhijnvis is nog altijd in gebruik binnen de familie Feith.
  • De locatie van zijn graf is 52° 31' N, 6° 6' O

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c Onbekende auteur (1988). Panorama van de 19e eeuw. APCO, STV, NCRV, 27-04-1988. Verkregen op 28-03-2008 via deze link.
  2. De Boer, S. (2001). Funeraire Cultuur Zwolle. Soesterberg: Uitgeverij Aspekt.
  3. Suringar G.T.N. (1825). Gedenkzuil voor Mr. Rhijnvis Feith. Leeuwarden: Suringar.
  4. Schelhaas, H. & Molenaar, B. (1980). Graven en begraven in Overijssel. Zwolle: Waanders.
  5. Het Vaderland, 08-02-1924