Richard Rogers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Richard Rogers (Florence, 23 juli 1933) is een Brits architect. Hij studeerde op de prestigieuze Architectural Association School of Architecture in Londen, en daarna werkte hij zijn studies af op de Universiteit van Yale (1962). In 1971 startte hij samen met Renzo Piano het bedrijf Piano & Rogers, met wie hij het Centre Pompidou ontwierp, waar vele activiteiten worden gehouden.

Biografie[bewerken]

Begin van z'n loopbaan[bewerken]

Rogers werd geboren in Florence in 1933 en studeerde aan de Architectural Association School of Architecture in Londen. Hij studeerde in 1962 af met een masterdiploma’s aan de universiteit van Yale. Tijdens zijn studie aan Yale ontmoette Rogers zijn medestudent Norman Foster . Op de terugweg naar Engeland zetten zij samen een architecturale praktijk op met hun respectievelijke echtgenotes, Su Brumwell en Wendy Cheeseman. Zo bouwden ze een bloeiende reputatie en een adembenemende architectuur, wat later door de media high-tech architectuur genoemd wordt.

In 1967 splitste het Foster / Rogers Partnership, maar Rogers bleef samenwerken met Su Rogers, met John Young en Laurie Abbott. In begin 1968 kreeg hij de opdracht om een huis en studio te ontwerpen voor Humphrey Spender in de buurt van Maldon, Essex . Zijn plannen: een glazen kubus omlijst met I-balken. Hij bleef zijn ideeën van prefabricage en structurele eenvoud gebruiken om een Wimbledon - huis voor zijn ouders te ontwikkelen. Dit was gebaseerd op ideeën van zijn conceptuele 'Zip Up' huis, om energie-efficiënte gebouwen te maken.

Rogers bundelde vervolgens zijn krachten met de Italiaanse architect Renzo Piano, een partnerschap zijn vruchten afwierp. Zijn carrière maakte een sprong vooruit toen hij, samen met Piano, de ontwerpwedstrijd voor het Centre Pompidou won in juli 1971, samen met een team van Ove Arup met daarin onder andere de Ierse ingenieur Peter Rice.

Dit gebouw bevestigde Rogers handelsmerk van het blootstellen van de meeste van de diensten van het gebouw (water, verwarming en ventilatiekanalen, en trappen) op de buitenkant, waardoor de interne ruimtes overzichtelijk en open zijn voor bezoekers tijdens tentoonstellingen. Deze stijl, de zogenaamde "Bowellism" door sommige critici genoemd, was niet overal populair op het moment dat het centrum geopend werd in 1977, maar vandaag is het Centre Pompidou een alombekende bezienswaardigheid in Parijs. Rogers vermengde deze inside-outstijl met zijn ontwerp voor het Londense Lloyd's gebouw, voltooid in 1986 - een ander controversiël ontwerp die sindsdien uitgegroeid tot een bekende en opvallende mijlpaal in de architectuur

Latere carrière[bewerken]

Rogers heeft veel van zijn latere carrière besteed aan bredere kwesties rond architectuur, stedenbouw, duurzaamheid en de manieren waarop steden worden gebruikt. Een van de eerste illustratie van zijn denken was een tentoonstelling in de Royal Academy in 1986, getiteld "Londen als het zou kunnen", waarin ook het werk van James Stirling en ex-partner Rogers Norman Foster.

In 1998 richtte hij de Urban Task Force op, op uitnodiging van de Britse regering, om te helpen de oorzaken van stedelijk verval te identificeren en een visie op veiligheid, vitaliteit en schoonheid voor Groot-Brittannië. Rogers diende een aantal jaren als voorzitter van de Greater London Authority panel voor Architectuur en Stedenbouw. Hij stapte uit deze post in 2009. Hij is voorzitter geweest van de Raad van Toezicht van de Stichting voor Architectuur. Van 2001 tot 2008 was hij senior-adviseur over architectuur en stedenbouw aan burgemeester van Londen Ken Livingstone. Hij werd vervolgens door de nieuwe burgemeester Boris Johnson in 2008 gevraagd om zijn rol als adviseur voort te zetten. Hij stapte af van de post in oktober 2009. Rogers heeft ook gediend als adviseur van de burgemeester van Barcelona op de stedelijke afdeling.

Te midden van deze extra-curriculaire activiteit bleef Rogers controversieel en iconisch te werk gaan. Misschien wel de bekendste van deze, de Millennium Dome, werd ontworpen door Rogers’ praktijk, in combinatie met het ingenieursbureau Buro Happold en het werd voltooid in 1999. Het was het onderwerp van felle politieke en publieke debatten over de kosten en de inhoud van de tentoonstelling, hoewel het gebouw zelf slechts € 43 miljoen kostte.

In mei 2006 werd Rogers gekozen als de architect van Toren 3 van het nieuwe World Trade Center in New York City, ter vervanging van de oude World Trade Center dat vernietigd werd in de aanslagen van 11 september 2001.

Sommige van de recente plannen van Rogers hebben geen geluk gebouwd te worden. Vele van z’n plannen worden om financiële redenen afgekeurd. Dit gebeurt echter overal en is dus niets persoonlijks.

Toekomst[bewerken]

In februari 2006 was Rogers te gast op de eerste vergadering van de campagneorganisatie Architecten en Planners van Justitie in Palestina (APJP) in Londen. Op dat moment had zijn praktijk hem van een aantal projecten in New York verzekerd, inbegrepen de herontwikkeling van het Silvercup Studios site en een opdracht voor een 1,7 miljard dollar uitbreiding van het Jacob K. Javits Convention Center in Manhattan.

Maar, Rogers verliet deze groep na enkele weken naar aanleiding van de geuite gevoelens van het volk van de algemeen pro-Israëlische New Yorkkiezers en politici, die hem bedreigd hadden met het verlies van de prestigieuze opdrachten, met inbegrip van projecten in New York en in het buitenland. Hij kondigde zijn terugtrekking met de stelling "Ik neem ondubbelzinnig afstand van Architecten en Planners van Justitie in Palestina en en heb me ontdaan van enig contact en verdere relatie." Al zijn werken kun je vinden op de site van ‘Rogers partnership’

Werken[bewerken]

Een aantal van zijn bekende werken zijn:

Eerbetoon[bewerken]

Rogers werd in 1981 tot ridder geslagen door koningin Elizabeth II. Hij werd in 1966 baron Rogers van Riverside. Hij zit als een Labour-peer in het House of Lords. Rogers werd ook lid in de Orde van de Metgezellen van Eer in 2008.

Rogers werd bekroond met de RIBA Royal Gold Medal in 1985 en kreeg een Chevalier, L'Ordre National de la Legion d'honneur in 1986. Hij ontving een Gouden Leeuw voor Lifetime Achievement. In 2006 werd de Richard Rogers Partnership bekroond met de Stirling Prize voor Terminal 4 van Barajas Airport, en opnieuw in 2009 voor Maggie's Centre in Londen . In 2007 Rogers werd hij laureaat van de Pritzker Architecture Prize . In datzelfde jaar werd aan hem de Minerva Medal uitgereikt door de Chartered Society of Designers.

Rogers is bekroond met eredoctoraten van verschillende universiteiten, waaronder Alfonso X El Sabio Universiteit in Madrid, Oxford Brookes University, de Universiteit van Kent, de Tsjechische Technische Universiteit in Praag en de Open Universiteit.