Richtingaanwijzer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Richtingaanwijzer op een VW Golf
Uitgeklapte richtingaanwijzer bij een auto uit de jaren 30

Een richtingaanwijzer of knipperlicht (in België vaak pinker genoemd en in het dialect clignoteur) is een signalisatielicht op een voertuig dat wordt gebruikt om andere verkeersdeelnemers duidelijk te maken dat een voertuig van richting gaat veranderen of een zijdelingse beweging gaat maken. De specificaties waaraan een richtingaanwijzer moet voldoen zijn wettelijk vastgelegd. Zo moet de kleur van de richtingaanwijzer vooraan wit of oranjegeel zijn, en achteraan rood of oranjegeel. In de zijflanken moet de richtingaanwijzer oranjegeel knipperen. De knipperfrequentie moet 90 per minuut zijn met een tolerantie van plus minus 30. Op het dashboard van de auto knippert een verklikkerlampje synchroon met de richtingaanwijzers buiten. Ook is meestal een akoestische terugkoppeling aanwezig. Wanneer de knipperlichten of de terugkoppeling opeens veel sneller gaan dan ze normaal gesproken doen, kan dat een indicatie zijn dat een of meer lampen defect zijn.

Wanneer de knipperlichten tegelijkertijd links en rechts knipperen, is dat een alarmsignaal. Wanneer plotseling alle knipperlichten van een rijdend voertuig ontstoken worden, kan dit duiden op een gevaar op de weg, zoals een plotselinge file, ongeval of defect. Afstand houden en de snelheid aanpassen is dan aan te raden. Bij een voertuig dat op een ongebruikelijke plaats stilstaat, worden de alarmknipperlichten gebruikt om aan te duiden "opgepast".

Geschiedenis[bewerken]

De eerste auto's hadden geen richtingaanwijzers; de bestuurder, die meestal in de openlucht zat, gaf richting aan door een arm uit te steken. Bij oldtimers komt dat nog steeds wel voor.

Het uitsteken van een arm is nog steeds gebruikelijk bij fietsen en veel andere tweewielers. Voordeel is dat men op die manier nauwkeuriger de richting aan kan geven, bijvoorbeeld scherp rechtsaf of flauw rechtsaf.

Latere auto's hadden als richtingaanwijzer een uitklapbare arm, soms verlicht. Deze werd bediend door aan een touwtje te trekken, later elektrisch. Tot in de jaren 60 waren dergelijke richtingaanwijzers een normaal verschijnsel.

Trivia[bewerken]

  • In Spanje kan een weggebruiker altijd richting aangeven met zijn linkerarm. Omdat auto's tegenwoordig richtingaanwijzers hebben, geldt dat alleen voor tweewielers. Een uitgestrekte arm betekent linksaf; een arm die geknikt omhoog wijst, betekent rechtsaf.

Zie ook[bewerken]