Ridderzaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor het algemene begrip, zie Ridderzaal (kasteel).
De Ridderzaal in 2009
De Ridderzaal in 2009
Interieur van de Ridderzaal
Interieur van de Ridderzaal
Interieur van de Ridderzaal in 1651
Interieur van de Ridderzaal in 1651
In de 17de eeuw bood de Ridderzaal een vervallen aanblik
In de 17de eeuw bood de Ridderzaal een vervallen aanblik
De Ridderzaal in 1900 na de restauratie door P.J.H. Cuypers
De Ridderzaal in 1900 na de restauratie door P.J.H. Cuypers

De Ridderzaal is een zaal die onderdeel uitmaakt van de Grafelijke Zalen op het Binnenhof te Den Haag.

Het gebouw dateert uit de dertiende eeuw. De oudste zalen van het Binnenhof zijn de Kelderzaal en de Rolzaal. Daarachter bevinden zich de De Lairessezaal (genoemd naar Gerard de Lairesse) met daarboven de Hogerbeetskamer (genoemd naar Rombout Hogerbeets). Boven de Rolzaal bevindt zich de Weeskamer. De grootste zaal, door Floris V gerealiseerd in de vorm van een Engelse koningszaal, is echter de Grote Zaal (die tegenwoordig meestal de Ridderzaal wordt genoemd). In die zaal wordt sedert 1904 jaarlijks in de Verenigde Vergadering der Staten-Generaal de Troonrede uitgesproken door de Koning(in). Sinds 1848 (met onderbreking tijdens de Tweede Wereldoorlog) wordt daarmee op de derde dinsdag van september het parlementaire vergaderjaar geopend (Prinsjesdag). Ook worden Nederlandse medaillewinnaars van Olympische Spelen hier na de Spelen traditioneel gehuldigd en benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Oorsprong[bewerken]

De naam Ridderzaal is pas in de negentiende eeuw, onder invloed van de romantiek, in gebruik geraakt. De zaal in Den Haag werd daarvoor de Grote of Hoge Zaal genoemd. De zaal is in de loop der tijd gebruikt als wandelplaats, markt, winkelcentrum, wachtruimte voor de rechtbank, excercitieruimte en trekkingen van de Staatsloterij. Daarom werd hij ook wel Loterijzaal genoemd.

Over de oudste bouwgeschiedenis van de Haagse Grafelijke Zalen is niet veel bekend. De bouw ervan is begonnen onder graaf Floris IV. Het complex is voltooid onder graaf Floris V, vermoedelijk rond 1290. Floris V was voorbestemd om zijn vader Willem II als koning van het Heilige Roomse Rijk op te volgen en liet de Hoge Zaal bouwen om er zijn positie mee uit te drukken. De namen van de bouwmeesters zijn onbekend, wel is er bekend dat de bouw van de Ridderzaal (samen met het Binnenhof) onder financiële en administratieve verantwoordelijkheid van Magister Gerard van Leiden, een raadsman en leermeester van Floris V stond. Het gebouw is in gotische stijl opgetrokken en vertoont invloed van de Oude Westminster Hall in Londen, wellicht omdat er een politiek bondgenootschap was met de Engelse koning. De bouw werd mogelijk betaald met het geld van de afkoopsom die Floris V ontving toen hij afzag van aanspraak op de Schotse troon.

De gevels van de Ridderzaal hebben een dikte van 1,20 meter. De kap heeft een vrije overspanning van 17,80 meter. De voet daarvan ligt op 26 meter hoogte en de lengte is 38 meter. In die tijd was dit een constructie die in het huidige Nederland niet werd geëvenaard en zich kon meten met de grootste zalen elders.

Oorspronkelijk was de Grote Zaal de feestzaal van het grafelijke hof. Bij afwezigheid van de graven werd de Ridderzaal later alleen maar gebruikt als voorportaal van de Rolzaal waar het Hof van Holland zitting hield. In de tijd van de Republiek werd het gebouw voor allerlei andere doeleinden gebruikt, zoals voor verkoop van boeken en om een loterij te houden.

Restauraties[bewerken]

Er hebben meerdere restauraties plaatsgevonden, in 1806 al door architect Adriaan Noordendorp in opdracht van Koning Lodewijk Napoleon. Het houten dak werd in 1860 onder leiding van Rijksbouwmeester Willem Nicolaas Rose afgebroken en vervangen door een gietijzeren neogotische constructie. Rose wilde zo de zaal zijn oorspronkelijke sierlijkheid teruggeven. Hij dacht namelijk dat de houten kap niet origineel kon zijn (wat wel begrijpelijk was, omdat de kap in zijn tijd ongeëvenaard groot was). Rose baseerde zich op diepgaand onderzoek naar de Ridderzaal. Daarbij liet hij zijn assistent Johannes Craner ook nauwkeurige opmetingstekeningen maken. In 1880 zijn (door Pierre Cuypers) het portaal en de twee torenspitsen gerestaureerd. In 1904 werd de Ridderzaal weer in gebruik genomen na een grootscheepse restauratie onder leiding van Rijksbouwmeester Daniël Knuttel. Daarbij werd het gebouw weer zeer getrouw in oude staat hersteld. De gietijzeren kapconstructie van Rose werd in 1904 vervangen door een replica van het originele houten dak uit de dertiende eeuw. Daarbij is dankbaar gebruikgemaakt van de tekeningen die Rose door Craner had laten maken. Enkele bijgebouwen die in de loop der tijd tegen de Hoge Zaal aan gebouwd waren werden afgebroken. Knuttel werd bijgestaan door een commissie. Een van de leden van die commissie, Rijksbouwmeester C.H. Peters, deed veel onderzoek naar de bouwgeschiedenis.

De Grafelijke Zalen zijn rijksmonument (met nummer 17475) en eigendom van De Staat (Rijksgebouwendienst). In 1994 en 1995 gebruikte de Eerste Kamer de Ridderzaal als vergaderzaal, tijdens de restauratie van hun eigen vergaderzaal. In 2005 werd het interieur van de Ridderzaal gerenoveerd. De inrichting van de Ridderzaal ziet er nu grotendeels weer uit zoals die in 1904 bedoeld was. De provincievlaggen die in de Ridderzaal hingen zijn vervangen door wandkleden. Op Prinsjesdag 2006 (19 september) werd het gebouw na de renovatie weer in gebruik genomen.

Tronen[bewerken]

De troon voor het staatshoofd is van architect P.J.H. Cuypers en dateert uit 1904. Er horen drie kleinere zetels (neventronen) bij voor de gemaal en de meerderjarige opvolgers van het staatshoofd. Tot 1964 waren dat de prinsessen Beatrix en Irene, daarna Beatrix en Margriet. In 1968 werd er een vierde neventroon bijgemaakt voor prinses Christina. Een van de neventronen was dus 'namaak' - welke dat was werd geheimgehouden. Sinds 2013 staat een van de neventronen weer in de zaal, voor Koningin Máxima. De overige neventronen worden niet gebruikt en zijn opgeslagen in de Grafelijke Zalen.

Externe links[bewerken]


Bronnen