Rijksarchief (België)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Voorgevel van het Algemeen Rijksarchief te Brussel.

Het Rijksarchief (Frans: Archives de l’État) is een Belgische Federale Wetenschappelijke Instelling die ressorteert onder de Programmatorische Overheidsdienst (POD) Wetenschapsbeleid. Het Rijksarchief bestaat uit het Algemeen Rijksarchief te Brussel en 18 Rijksarchieven verspreid over het land. Elke vestiging beschikt over een leeszaal waar het publiek archieven op papieren of elektronische dragers kan raadplegen.

Het Rijksarchief profileert zich als kenniscentrum voor historische informatie en overheidsarchief. In 2013 bewaarde en beheerde het Rijksarchief bijna 275 strekkende kilometer archief en 25 km boeken. Algemeen Rijksarchivaris Karel Velle is de huidige directeur-generaal.

Administratieve indeling[bewerken]

De Rijksarchieven zijn verdeeld over drie departementen:

Departement I: Rijksarchieven in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest[bewerken]

Kaart met de vestigingen van het Rijksarchief in België

Departement II: Rijksarchieven in de Vlaamse provincies[bewerken]

Departement III: Rijksarchieven in de Waalse provincies en in de Duitstalige Gemeenschap[bewerken]

Een veelzijdige instelling[bewerken]

De verzameling zegelafgietsels van het Rijksarchief, 38.000 stuks, is de op één na grootste ter wereld

Bewaring en vrijwaring van het archivalisch erfgoed[bewerken]

Een van de hoofdopdrachten van de Rijksarchieven bestaat uit de materiële vrijwaring van het archief dat hen werd toevertrouwd. De definitieve bewaring van archiefmateriaal vereist opslag in speciaal daartoe voorziene ruimtes, die voldoen aan strikte eisen inzake temperatuur, luchtvochtigheid, brandbeveiliging en bescherming tegen wateroverlast. De archiefdocumenten worden bewaard in zuurvrije dozen en mappen waarop de nodige identificatiegegevens werden aangebracht. Het Rijksarchief stelt tegen een lage kostprijs zuurvrije dozen ter beschikking van de archiefvormers. Beschadigde archiefstukken worden gerestaureerd; en indien nodig worden documenten opnieuw ingebonden. Om te vermijden dat documenten beschadigd raken door frequente raadpleging, worden “risicostukken” (zoals bv. registers van de burgerlijke stand en parochieregisters, kaarten, plattegronden, plannen en tekeningen, oude charters op perkament) overgebracht op andere dragers: microfilm en meer en meer in digitale vorm aangeboden.

Het Rijksarchief coördineert het archiefbeleid op nationaal vlak en streeft naar efficiënte internationale samenwerking.

Het archieftoezicht[bewerken]

Het archiefbeheer van de Belgische overheidsdiensten wordt nog steeds gereglementeerd door de archiefwet van 1955, gewijzigd door de wet van 2009. De wet verleent de Algemeen Rijksarchivaris en zijn gemachtigden de bevoegdheid om toezicht uit te oefenen op de archiefbewaring van alle rechtbanken en alle Belgische overheidsadministraties en -instellingen. Bovendien mag geen enkel archiefdocument gevormd of ontvangen door een overheidsdienst, worden vernietigd zonder uitdrukkelijke toestemming van de Algemeen Rijksarchivaris. Archivarissen van de afdeling “Toezicht, advisering en coördinatie van verwerving en selectie” oefenen toezicht uit op het overheidsarchief van de centrale diensten van de federale instellingen; hun collega’s in de vestigingen van het Rijksarchief in de Provinciën nemen de externe diensten van de federale administraties, de hoven en rechtbanken en de gewestelijke en lokale instellingen voor hun rekening.

Het Rijksarchief waakt dus over de correcte bewaring van de archiefstukken die door de overheid werden gevormd en beheerd. Daartoe verstrekt het Rijksarchief richtlijnen en aanbevelingen, leggen rijksarchivarissen controlebezoeken af en worden opleidingen georganiseerd voor ambtenaren belast met archiefbeheer. Het Rijksarchief verleent ook advies bij de bouw en inrichting van ruimtes voor de archiefbewaring en in verband met het beheer van het archief in overheidsadministraties. De richtlijnen, de brochures met advies en de aanbevelingen zijn beschikbaar op de website van het Rijksarchief.

Verwerving van overheids- en privé-archief[bewerken]

Na selectie worden de archiefdocumenten voor langetermijnbewaring in dozen verpakt

Het Rijksarchief verwerft en bewaart (na selectie) archief van minstens 30 jaar oud van hoven en rechtbanken, overheidsadministraties, notarissen, evenals van de privé-sector en van particulieren (ondernemingen, politici, verenigingen, invloedrijke families, enz. die een belangrijke maatschappelijke rol speelden). Het Rijksarchief ziet erop toe dat de overheidsdocumenten volgens de actuele archiefnormen worden overgebracht.

Openbare dienstverlening[bewerken]

Een van de andere hoofdopdrachten van het Rijksarchief bestaat erin de archiefdocumenten ter beschikking te stellen van het publiek, met inachtneming van het privé-karakter van sommige gegevens. De 19 leeszalen van het Rijksarchief stellen zowel werktafels als leesapparatuur voor de microfilms van het kwetsbaar archief ter beschikking van een gevarieerd publiek. Rechtstreekse publiekswerking via intranet (de “digitale leeszaal”) vormt een prioritaire bekommernis van het Rijksarchief.

Ontsluiting van het archivalisch erfgoed[bewerken]

Het wetenschappelijk personeel heeft vooral tot taak de immense hoeveelheid archief van de instelling toegankelijk te maken voor onderzoek. Daartoe worden wetenschappelijke zoekinstrumenten opgesteld (zoekwijzers, archiefoverzichten en gidsen, inventarissen, institutionele studies) zodat de vorsers op efficiënte en correcte wijze de gewenste informatie kunnen vinden.

Het Rijksarchief is een kenniscentrum voor historische en archivistische informatie. Het wetenschappelijk personeel van het Rijksarchief verricht permanent wetenschappelijk onderzoek over archivistiek, bewaring en institutionele geschiedenis van de archiefvormende instellingen. Deze activiteiten dragen bij tot een correcte uitvoering van de opdrachten inzake verwerving, bewaring, ontsluiting en communicatie.

Aanverwante activiteiten voor de verruiming van de publiekswerking[bewerken]

Het Rijksarchief brengt het grote publiek in contact met het archivalisch erfgoed via thematische tentoonstellingen waar de archiefstukken in een ruime maatschappelijke en culture context worden gesitueerd. Bij die gelegenheden worden ook een catalogus, een wetenschappelijk dossier of een brochure gepubliceerd.

Het Rijksarchief organiseert regelmatig opendeurdagen of studiedagen, en werkt mee aan diverse andere evenementen (vb : Erfgoeddagen).

Wetenschappelijk onderzoek[bewerken]

Als wetenschappelijke instelling verricht het Rijksarchief natuurlijk ook onderzoek over het eigen vakgebied, met name het archiefbeheer en -behoud en de geschiedenis van de archiefvormende instellingen. De hierboven opgesomde taken (verwerving, bewaring, ontsluiting en communicatie) kunnen immers niet degelijk worden volbracht als ze niet permanent onderbouwd worden door wetenschappelijk onderzoek.

Een groot aantal wetenschappelijke activiteiten wordt ontplooid in samenwerking met de verschillende universiteiten.

Digitalisering van archief[bewerken]

Het Rijksarchief werkt continu aan een groots project: de digitalisering van archiefdocumenten, die vervolgens ter beschikking komen in alle leeszalen. In die optiek werden alle Rijksarchieven, waaronder het Algemeen Rijksarchief, uitgerust met een digitale leeszaal.

Vanaf augustus 2009 werden de gedigitaliseerde parochieregisters en registers van de burgerlijke stand van heel het land geleidelijk aan ter beschikking gesteld van het publiek via de 19 leeszalen van het Rijksarchief.

Sinds januari 2013 kunnen zowat 24.000 parochieregisters en een groeiend aantal registers van de burgerlijke stand gratis worden geraadpleegd via de website van het Rijksarchief.

Ook andere soorten documenten, zoals bijvoorbeeld de verslagen van de Ministerraad (1918-1979) en meer dan 20.000 zegelafgietsels kunnen eveneens via de website worden bekeken.

Historiek van het Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën[bewerken]

In de Franse (1795 – 1814) en Nederlandse (1815 – 1830) tijd[bewerken]

De wetgeving uit de Franse tijd legde tot 1960 de structuur van het Belgisch Rijksarchief vast. De wet van 5 brumaire jaar V (26 oktober 1796) bepaalde dat archiefstukken van instellingen en administraties die waren afgeschaft moesten bijeengebracht worden in de hoofdplaats van elk departement. In de Belgische landsgedeelten werden de bestaande beschikkingen van een wet van 25 juni 1794 niet vervangen. Deze stelden dat de eigendomsbewijzen van overheidsbezittingen met spoed moesten worden opgezocht en dat alle documenten met een “feodale” inslag moesten vernietigd worden, omdat ze als mensonwaardig werden beschouwd.

In alle departementen werden Rijksarchieven opgericht, behalve in het departement Twee Neten (provincie Antwerpen). Vanaf het jaar 1800 stonden ze onder de controle van de secretaris-generaal van de prefectuur. Door de staat bezoldigde conservators werden aangesteld in Brussel en Luik, later ook in Bergen en Gent.

Na de Belgische onafhankelijkheid (1830 – heden)[bewerken]

Na de onafhankelijkheid van België werden archiefdiensten opgericht in alle provinciehoofdsteden die er nog geen hadden, namelijk Brugge, Namen, Aarlen, Hasselt en, in 1896, Antwerpen. Sinds 1960 werden nog tien vestigingen van het Rijksarchief opgericht: vier arrondissementele depots [1] in 1964 (Hoei, Kortrijk, Ronse en Doornik), twee hulpdepots (in 1960 te Saint-Hubert en in 1964 te Beveren (Oost-Vlaanderen)), en de Rijksarchieven te Leuven, Eupen, Louvain-la-Neuve en Anderlecht.

Bij Koninklijk besluit van 17 december 1851, kwamen de Rijksarchieven in de provincies onder het gezag van de Algemeen Rijksarchivaris. Het Belgisch Rijksarchief is een van de meest gecentraliseerde archiefdiensten ter wereld.

Belang van de functie van Algemeen Rijksarchivaris[bewerken]

Reeds in 1773 werd in Brussel bij Keizerlijke verordening een Archiefbureau opgericht, waar de Algemeen Rijksarchivaris kantoor hield. Ook na het Oostenrijks bewind en met de komst van de Fransen bleef Brussel een hoofdarchiefdienst; tijdens de periode van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden won de Brusselse vestiging zelfs nog aan belang. Eind 1814 werd Pieter-Jan de L’Ortye benoemd tot «archivarius» van het Koninklijk Archief te Brussel en werd hij belast met het toezicht op de bewaring en het beheer van het archief dat werd gevormd door de overheidsinstellingen. In 1831 werd hij opgevolgd door Louis-Prosper Gachard, die vanaf 1826 zijn adjunct was. Gachard, de eerste echte Algemeen Rijksarchivaris, oefende zijn functie uit van 1831 tot aan zijn overlijden op Kerstavond 1885.

De Archiefwet[bewerken]

De Franse wetgeving en reglementering bleven tot in 1955 van kracht. Toen werd een Belgische Archiefwet gestemd. In 2009 werd de wet van 1955 gewijzigd. De overbrengingstermijn voor publiekrechtelijk archief werd teruggebracht van 100 naar 30 jaar. Deze maatregel, waarvoor een overgangsperiode voorzien is, wil tegemoetkomen aan de vragen van burgers die onderzoek verrichten rond het recente verleden of rond stamboomkunde. De raadpleging van sommige archiefdocumenten kan niettemin beperkt worden onder meer op basis van de wetgeving op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Lijst van Algemene Rijksarchivarissen[bewerken]

Noten en referenties[bewerken]

  1. zie lijst hierboven voor de artikels over de depots

Bibliografie[bewerken]

  • Website van het Rijksarchief in België
  • Vanrie A., Doms R. (vertaling) De Brusselse Hofwijk: archiefbewaarplaatsen in een uniek kader: tentoonstelling georganiseerd naar aanleiding van het 200-jarig bestaan van het Rijksarchief, Brussel, Algemeen Rijksarchief, 24 oktober 1996 – 13 december 1996, reeks Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën Educatieve Dienst Dossiers Tweede reeks, Volume 12, Algemeen Rijksarchief, Brussel, 1996, 71 p.

Externe link[bewerken]