Rijksbouwmeester

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De rijksbouwmeester is een functie in Nederland in dienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De rijksbouwmeester bevordert en bewaakt onder meer de stedenbouwkundige inpassing en de architectonische kwaliteit van rijksgebouwen. Voorheen werd de functie ook wel landsbouwmeester of rijksarchitect genoemd.[1]

Daarbij heeft hij in het bijzonder aandacht voor monumenten en toepassing van beeldende kunst in rijksgebouwen. Daarnaast adviseert hij de regering gevraagd en ongevraagd over het architectuurbeleid. De rijksbouwmeester is de adviseur van de directeur-generaal van de Rijksgebouwendienst en van de ministers van WWI en VROM en andere betrokken ministers op deze gebieden. Hij staat aan het hoofd van een stafbureau (Atelier Rijksbouwmeester) dat hem daarbij ondersteunt. Sinds 2005 zijn er naast de rijksbouwmeester drie rijksadviseurs benoemd, die eveneens in het Atelier Rijksbouwmeester zijn gehuisvest. De rijksadviseur voor het Landschap is benoemd vanuit het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; de rijksadviseur voor Infrastructuur vanuit het Ministerie van Verkeer en Waterstaat; de rijksadviseur voor het Cultureel Erfgoed vanuit het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De drie rijksadviseurs vormen samen met de rijksbouwmeester het College van rijksadviseurs.

De rijksbouwmeester selecteert de architecten die kunnen inschrijven op projecten van de Rijksgebouwendienst. Rijksbouwmeester en rijksadviseurs adviseren niet alleen gevraagd en ongevraagd hun eigen minister(s), maar afhankelijk van het onderwerp ook andere bewindslieden of de ministerraad.

Het ambt bestaat al geruime tijd: sinds 1806, toen Jean-Thomas Thibault benoemd werd tot Architect des Konings. Tussen 1870 en 1920 waren er meerdere rijksbouwmeesters tegelijk, elk bij een andere bouwende rijksdienst. Met de vorming van de Rijksgebouwendienst in 1924 bleef er één rijksbouwmeester over. Ten tijde van het rijksbouwmeesterschap van Jo Vegter (1958-1971) veranderde de taak, van leidinggevend ontwerper naar adviseur van de directeur-generaal van de Rijksgebouwendienst. Daarna, vooral vanaf het einde van de jaren tachtig van de vorige eeuw nam het aantal vragen vanuit andere departementen toe en verbreedde de functie zich. Dat leidde uiteindelijk tot de noodzaak om naast de rijksbouwmeester ook rijksadviseurs te benoemen.

In 1998 richtte men in Vlaanderen een gelijkaardig instituut op, namelijk dat van Vlaams Bouwmeester.

Rijksbouwmeesters[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • De tekst op deze pagina of een eerdere versie daarvan is afkomstig van de website van het Ministerie van VROM.
  1. Corjan van der Peet & Guido Steenmeijer (ed): De Rijksbouwmeesters. Twee eeuwen architectuur van de Rijksgebouwendienst en zijn voorlopers. Rotterdam: Uitgeverij 010, 1995