Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is een kennis- en onderzoeksinstituut in Nederland, gericht op de bevordering van de volksgezondheid en een gezond en veilig leefmilieu. De kerntaken van het RIVM, die zowel in nationale als internationale context worden uitgevoerd, dienen als ondersteuning van het overheidsbeleid van de overheid.

Taken:

  • Beleidsondersteuning
  • Nationale coördinatie
  • Preventie- en interventieprogramma's
  • Informatie aan professionals en burgers
  • Kennisontwikkeling en onderzoek
  • Ondersteuning aan inspecties

Het RIVM is mede verantwoordelijk voor een onafhankelijke en betrouwbare informatieverstrekking aan professionals en burgers, op het gebied van gezondheid, geneesmiddelen, milieu, voeding en veiligheid. Het doel hierbij is de wetenschappelijke kennis en kunde optimaal te benutten en toegankelijk te maken.

De opdrachtgevers van het RIVM zijn de volgende ministeries:

Ook enkele inspecties en andere overheidsdiensten kunnen opdrachten verstrekken.

Het instituut is volgens de Wet op het RIVM onafhankelijk: de directeur-generaal wordt benoemd door de minister van VWS (art. 2) en voor het onderzoeksprogramma moet overleg gepleegd worden met en goedkeuring verkregen worden van de drie ministers (art. 4), maar de minister van VWS mag niet vertellen hoe dat onderzoeksprogramma moet worden uitgevoerd (art. 5).

Historie[bewerken]

Het RIVM heeft een geschiedenis die teruggaat tot 1909. Het is in Utrecht begonnen als klein Centraal Laboratorium voor de inspecteurs van de volksgezondheid. De omstandigheden daar waren moeilijk. De medewerkers moesten hun werk doen met veel te weinig mensen in een te kleine ruimte, terwijl het werkaanbod snel toenam: de Spaanse griep, levensmiddelenonderzoek, difterie, tuberculose, tyfus en syfilis, maar ook watervervuiling speelde al een rol.

In 1934 werd het Centraal Laboratorium samengevoegd met het Rijks-Serologisch Instituut en ontstond het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid.

In de eerste helft van de jaren vijftig vond een indrukwekkende uitbreiding van werkzaamheden plaats. Van een betrekkelijk klein onderzoeksinstituut met een overzichtelijk aantal bezigheden en beperkte faciliteiten, werd het RIV een instelling die vrijwel geen beperkingen in zijn mogelijkheden kende.

In 1953 verhuisde het RIV naar zijn huidige locatie in Bilthoven. Deze was geschikt om voldoende ruimte aan het personeel, het werk én de proefdieren te bieden. Het werd groot opgezet zodat Nederland voor vaccins niet langer afhankelijk zou zijn van import en om eventueel, bij een oorlog met het Oostblok, voldoende sera en vaccins te kunnen fabriceren voor het militaire apparaat van de NAVO. In 1965 werkten er duizend mensen.

In de jaren vijftig en zestig werden grote successen geboekt in de ontwikkeling en productie van vaccins en de bestrijding van besmettelijke ziekten. De innovaties van de RIV-onderzoekers leidden tot voortdurende verbeteringen in het Rijksvaccinatieprogramma waardoor besmettelijke ziekten in Nederland onder controle zijn gekomen.

Vanaf de jaren zestig kreeg milieu-onderzoek een steeds belangrijker positie. In 1984 was er opnieuw een fusie. Door samenvoeging van het RIV, het Rijksinstituut voor Drinkwater-voorziening en de Stichting Verwijdering Afvalstoffen ontstond het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

In 1986 ontstond in Tsjernobyl een nucleaire ramp in een kerncentrale, waarvan de effecten over de hele wereld merkbaar waren. De regering nam, als reactie op deze ramp en de gevolgen daarvan, het besluit om het RIVM, in het kader van kamerbesluit Nationaal Plan Kernongevallenbestrijding (NPK), de bevoegdheden en middelen te geven om op te treden bij kernongevallen. Het NPK werd in 1989 van kracht. Aansluitend hierop kreeg het RIVM ook de taak om bij andersoortige calamiteiten (chemisch, biologisch) te adviseren en nazorg te verlenen.

In 1988 verscheen het eerste integrale milieurapport Zorgen voor Morgen. In 1993 werd de eerste Volksgezondheid Toekomstverkenning (VTV) uitgebracht.

Op 1 januari 2003 zijn de vaccinactiviteiten van het RIVM afgezonderd en ondergebracht in het zelfstandige Nederlands Vaccin Instituut. Op diezelfde dag werd het RIVM een agentschap waardoor het een zelfstandiger positie heeft binnen de rijksoverheid en in zijn bedrijfsvoering een baten-lastenstelsel hanteert.

Op 1 januari 2006 werden de milieu- en natuurverkennende activiteiten van het RIVM in een apart planbureau ondergebracht als gevolg van een kabinetsbesluit om beleidsondersteunende planbureaus verder uit te bouwen. Dit Milieu- en Natuurplanbureau ging in 2008 op in het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving). Het PBL is bij wet onafhankelijk en werkt samen met de andere planbureaus, het CPB en het SCP, om de regering te adviseren op de terreinen milieu, natuur en ruimte.

Op 10 juni 2009 kwam Koningin Beatrix bij het RIVM op bezoek in verband met het eeuwfeest van het instituut.

Positie[bewerken]

Het RIVM neemt internationaal een sterke positie in. Het instituut is onderdeel van de netwerken die de Europese instellingen ondersteunen en heeft banden met veel internationale organisaties. De internationale activiteiten van het RIVM zijn onder te verdelen in werkzaamheden voor kennis en kwaliteit en werkzaamheden voor beleid en regelgeving.

Externe link[bewerken]