Rijm (stijlfiguur)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Rijmwoord)
Ga naar: navigatie, zoeken

Men spreekt van rijm als twee woorden in de beklemtoonde lettergrepen een klankgelijkheid hebben. Rijm speelt een belangrijke rol in gedichten en wordt daarom als een stijlfiguur gezien.

In de woorden[bewerken]

Men onderscheidt het rijm naar de plaats van het rijm in de woorden in:

Begin-, half-, vol- of rijk rijm kan zijn:

Zie ook: oogrijm, kreupelrijm

In de versregels[bewerken]

Verder onderscheidt men rijm naar de plaats van de rijmende woorden in de versregel in:

Eindrijm kan worden weergegeven in rijmschema's.

Geen rijm[bewerken]

Van een aantal woorden, waaronder herfst, wulps, vijftig, zilver, stolp, slordig, nieuws, ordner, turbo, zesde, wereld en twaalf, wordt gezegd dat deze op geen enkel ander Nederlands woord rijmen.

Drs. P ondernam echter voor het woord herfst een knappe poging het tegendeel te bewijzen:

De buren waren grimmig, zijn ouders diep gegriefd.
En onder zijn collega's was hij ook al niet geliefd.
De oude juffrouw Zomer, baas Voorjaar, meester Herfst.
Ze riepen driewerf schande, juffrouw Zomer het driewerfst.

Oorspronkelijk van Marcel Verreck maar later geclaimd door Drs. P., en vaak toegeschreven aan Ivo de Wijs[1] en Pieter Nieuwint is deze:

In de winter en de herfst
Zijn bejaarden op hun sterfst

De volgende is niet van Drs. P maar echt van Evert van IJdic, pseudoniem van Vic van de Reijt:

De kop van Noord-Holland
Een storm in de herfst
Dit was Wieringerwerf
Op zijn Wieringerwerfst

van E Tolstoj ten slotte is:

Je hoed waait weg, hier in New Britain
Je wilt een picknick in de herfst
dan moet je op de bla'ren zitten
Het Wilde Westen op zijn sheriffst.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. zie reactie van Ivo de Wijs zelf: [1]