Rita (heilige)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
H. Rita

De heilige Rita werd in 1381 geboren te Rocca Porena in Italië, een dorpje vier kilometer ten oosten van Cascia. Toen ze als jong meisje in haar wieg lag (zo vertelt de legende) vlogen er bijen in en uit haar mond die haar voedden met honing.

Leven[bewerken]

Op 14-jarige leeftijd werd zij uitgehuwelijkt aan Fernando Mancini. Ze hadden 2 kinderen, 2 jongens. Zij wilde echter kloosterlinge worden, maar was zo gehoorzaam dat ze niet tegen de wil van haar ouders in ging. Al was haar echtgenoot een bruut, ze verzette zich niet tegen hem en bad slechts voor zijn zielenheil. Nadat deze man vermoord was, zwoeren haar beide zonen bloedwraak. Maar Rita bad tot God dat ze liever had dat haar zonen zouden sterven dan dat ze hun snode plannen uitvoerden. Haar beide zonen stierven inderdaad een jaar later een natuurlijke dood, waarna Rita vrij was om tot het klooster toe te treden. Dit was het Maria Magdalenaklooster te Cascia. Volgens de legende werd haar de toegang tot driemaal toe geweigerd, maar verschenen in een nachtelijk visioen Johannes de Doper, Augustinus en Nicolaas van Tolentino die haar naar het klooster begeleidden, waarvan de poorten zich vanzelf openden.

Zij voelde zich religieus sterk aangetrokken tot het lijden van Christus. Op Goede Vrijdag 1442 zou zij aan het voorhoofd gestigmatiseerd zijn door een doorn uit Christus' doornenkroon, een wond die niet meer heelde.

Een tweede mirakel vond plaats tijdens haar ziekbed in 1447, toen ze aan een verwante die haar bezocht vroeg om een roos voor haar te plukken. Hoewel het winter was, vond deze toch een roos en bracht die aan Rita. Kort daarop stierf zij. Dit is de reden dat op 22 mei, haar sterfdag, aan Rita gewijde rozen bij de zieken worden gebracht. Bij haar overlijden drapeerden allemaal bijen een wit deken over haar lichaam.

Zalig- en heiligverklaring[bewerken]

Tien jaar later werd haar lichaam opgegraven en het bleek nog geheel intact te zijn. Het werd opgebaard in een glazen sarcofaag in de kerk van Cascia.

Rita werd door paus Urbanus VIII zalig verklaard in 1628. Haar heiligverklaring volgde in 1900 door paus Leo XIII. De devotie voor de heilige Rita werd vooral verspreid door de Augustijnen, onder wie vooral de priorin Maria Teresa Fasce genoemd moet worden, die leefde van 1881 tot 1947.

De heilige Rita staat bekend als patrones van de hopeloze gevallen. Ze wordt onder meer aangeroepen bij examenvrees en bij pokken. In de Sint-Ritakerk in Kontich wordt zij nog steeds vereerd en in de hal hangen de muren helemaal vol met ex votos van gelovigen om de heilige te danken voor via haar verleende gunsten.

Externe links[bewerken]