Ritenstrijd

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Vlaamse jezuïet Nicolas Trigault in Chinees kostuum, door Peter Paul Rubens.

De Ritenstrijd (ca 1645 – 1742) was een langdurig meningsverschil tussen de jezuïeten en een tweetal andere ordes, die der dominicanen en franciscanen over de vraag of het wenselijk was bepaalde westerse kerkelijke rituelen aan te passen aan gewoontes in missiegebieden. In de Ritenstrijd speelden ook nationale belangen een rol. Veel jezuïeten waren van Franse origine, en de Portugezen beschouwden China als hun domein.[1]

Geschiedenis[bewerken]

Toen Matteo Ricci door China trok, kleedde hij zich aanvankelijk als boeddhistische monnik, later hulde hij zich in Chinese kledij. Niccolo Longobardo, de opvolger van Ricci, verzette zich het accepteren van Chinese rituelen. Zijn tegenstanders, de Jezuïeten stelden de rituelen, voorouderverering en huisaltaar, voor als seculiere gebruiken. In 1656 stond paus Alexander VII dan ook toe de kerkelijke mis op te dragen in de landstaal, het Chinees, iets dat in Europa nog lang verboden bleef. In 1664/1665 werden een aantal missionarissen gevangen gehouden, waaronder Philip Couplet, en Adam Schall.

Katholieke priesters en monniken in China rond 1657, door Johan Nieuhof

Jezuïeten dienden ondertussen aan het keizerlijk hof. Ze maakte indruk op de Chinezen met hun kennis van de sterrenkunde en mechanica, en in feite beheerste Ferdinand Verbiest het Keizerlijke Observatorium. Andere jezuïeten fungeerden als hofschilder, geograaf of vertaler. De jezuïeten op hun beurt waren onder de indruk van de Chinese elite, en hadden zich aangepast aan de confucianistische levensstijl.[2] Ze droegen hun haar in Chinese stijl, met een vlecht.[3]

In 1692 stond keizer Kangxi de prediking van het christendom toe, nadat hij door twee priesters was genezen van malaria, die hem kinine hadden toegediend.[4] Het tolerantie-edict werd vergeleken met het Edict van Nantes van een eeuw eerder. Antoine Thomas kreeg toestemming in het gehele Chinese rijk te prediken.

In 1686 publiceerde de Waalse missionaris Philippe Couplet zijn werk over China. Vervolgens begonnen ook geleerden zich met het onderwerp te bemoeien. Voor Pierre Bayle was de Chinese samenleving een van atheïsten met een hoogstaande deugd en moraal. In 1704 werden twee Franse geleerden uitgenodigd naar Peking, maar vervolgens uitgewezen. Het Confucianisme zou onverenigbaar zijn met de christelijke leer. Intussen werd de Chinese filosofie in Europa beschouwd als een vorm van spinozisme.[5] In 1708 schreef Nicolas Malebranche zijn Entretiens waarin hij het christendom verdedigde en ter bestrijding van de vrijdenkerij.

Keizer Kangxi met de astronoom Adam Schall of Ferdinand Verbiest? "Tapisserie de Beauvais", 1690-1705.

In 1711 publiceerde de jezuïet François Noël een omvangrijk werk over de Chinese cultuur en religie, waarop Leibniz en Christian Wolff (filosoof) zich baseerden. Leibniz stelde voor Chinese missionarissen naar Europa te halen om de praktische filosofie en natuurlijke theologie te onderwijzen.[6]

In 1704 verwierp paus Clemens XI de Chinese rituelen, een beslissing die in 1715 werd bevestigd. Als gevolg daarvan verloor de kerk een goede gelegenheid om een ​​aanzienlijk deel van de Chinese elite te bekeren tot het katholicisme. In december 1722 veranderde de situatie in China na de dood van Kangxi. Zijn opvolger Yongzheng had niet veel op met Europeanen en het christendom; missiewerk werd vanaf 1724 niet langer getolereerd. De invloed van de Jezuïeten in Peking was voorbij en de meesten trokken naar Kanton of Macao.[7]

In 1721 veroorzaakte Wolff een rel na een afscheidsrede aan de universiteit, waarin hij Christus met Mozes, Confucius en Mohammed vergeleek. Bij koninklijk besluit moest hij twee jaar later het piëtistische Halle (Saale) verlaten. In 1736 werd een nieuw onderzoek gestart naar de zaak, en in 1740 is hij in ere hersteld. Een triomf voor het Verlichtingsdenken.[8]

De jezuïeten werden in 1742 door Paus Benedictus XIV met de bul Ex quo singulari in het ongelijk gesteld. Dit betekende min of meer het einde van de missie in China en contacten tussen geleerden in China en Europa.

In 1764 werd de Jezuïetenorde opgeheven.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Leibniz. Over de Natuurlijke Theologie van de Chinezen, p. 22. Vertaald en ingeleid door Karel L. van der Leeuw (2006).
  2. http://www.fordham.edu/halsall/mod/1715chineserites.asp
  3. Amstel, A. van (2011) Barbaren, rebellen en mandarijnen. De VOC in de slag met China in de Gouden Eeuw, p. 282.
  4. Huard, P. & M. Wong (1967) Chinese geneeskunde, p. 118. Wereldakademie
  5. Democratic Enlightenment:Philosophy, Revolution, and Human Rights 1750-1790, p. 558-574. Door Jonathan Israel [1]
  6. Leibniz. Over de Natuurlijke Theologie van de Chinezen, p. 49. Vertaald en ingeleid door Karel L. van der Leeuw (2006).
  7. Spence, J. (1900) De vraag van Hou. Een Chinees in Europa 1722/1726, p. 141.
  8. Leibniz. Over de Natuurlijke Theologie van de Chinezen, p. 69. Vertaald en ingeleid door Karel L. van der Leeuw (2006).