Rituelen (boek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Rituelen (1980) is een boek van Cees Nooteboom, dat in 1981 werd bekroond met de F. Bordewijk-prijs. Het is te beschouwen als een filosofische, existentialistische roman.

De oorspronkelijke uitgave is van De Arbeiderspers. Het boek is vertaald in het Chinees, Deens, Duits, Engels, Estisch, Frans, Hongaars, Spaans, Tsjechisch, Turks en Zweeds.

Indeling en voorpublicaties[bewerken]

De roman bestaat uit drie hoofdonderdelen, waarvan de eerste twee eerder werden gepubliceerd.

  • Intermezzo, spelend in 1963, beslaat 20 pagina's zonder onderverdeling en werd in 1977 gepubliceerd in het maandblad Zero.
  • Arnold Taads, spelend in 1953, beslaat 77 pagina's, onderverdeeld in 16 hoofdstukken, en werd in november 1980 gepubliceerd in het maandblad Avenue.
  • Philip Taads, spelend in 1973 met uitloop tot 1978, beslaat 81 pagina's, onderverdeeld in 13 hoofdstukken.

Korte Inhoud[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Het boek beschrijft drie periodes uit het leven van het hoofdpersonage Inni Wintrop, handelaar, vrouwenliefhebber.

  • 1963. Relatie waarin het huwelijk met Zita kapot gaat, het jaar dat Inni een zelfmoordpoging doet.
  • 1953. Arnold Taads: Inni is 20 jaar en komt via zijn tante in contact met Arnold Taads. Arnold is een man die de absolute eenzaamheid zoekt en een door hemzelf voorspelde dood sterft in de Alpen.
  • 1973 / 1978. Philip Taads: Inni is 40 jaar en komt bij toeval in contact met de zoon van Arnold Taads. Deze blijkt geen enkel contact te hebben gehad met zijn vader. Hij is een aanhanger van de Japanse filosofie van Zen. Vijf jaar later na het verwerven van een dure theekom en het uitvoeren van een theeceremonie pleegt hij zelfmoord.

De titel van het boek verwijst naar de betekenis van rituelen, de overeenkomsten tussen de rituelen van de katholieke heilige mis en de Japanse theeceremonie.

Personages[bewerken]

  • Inni Wintrop
    • Het fictieve hoofdpersonage vertoont een aantal opvallende overeenkomsten met de biografie van de auteur zelf: hij is geboren in 1933, is een aantal keren van de middelbare school gestuurd, heeft in Den Haag gewoond, heeft op een kantoor in Hilversum gewerkt waarmee hij in 1953 stopte en is afgekeurd voor militaire dienst omdat hij te mager was.
    • Hij is vernoemd naar Inigo Jones, de eerste belangrijke Engelse architect.
    • Hij leeft in het heden; verleden en toekomst zijn voor hem duistere gebieden.
    • Hij heeft geen vaste bron van inkomsten en geen vast werk. Hij heeft een erfenis van zijn oma gehad, wat land geërfd van zijn oom (die ook zijn voogd was), handelde in schilderijen, aandelen, comoditymarkt, scheef horoscopen voor het Parool en recepten voor Elegance.
    • Hij heeft relaties met veel vrouwen om vele redenen: Petra in 1953, Zita, waar hij een relatie mee had van 1955 tot 1963 (de laatste zes jaar was hij met haar getrouwd zonder monogaam te zijn), Lydia, een barjuffrouw in 1963 en Duifje (een naamloos meisje in 1973) worden in dit boek bij naam genoemd.
    • Hij was katholiek maar heeft in zijn jeugd zijn geloof in God verloren; heeft daarna geen godsdienstige, politiek of filosofische overtuiging gehad.
    • Hij voelde zich in het leveneen dilettant in Italiaanse zin, wilde dan ook geen kinderen.
    • Hij was geïnteresseerd in rituelen zoals die van de Heilige Mis, het geritualiseerde leven van de Taadsen, de Theeceremonie, maar kon er zelf niet in geloven.
    • Hij was bang voor de chaos, had visioenen, veel dromen; depressieve periodes die door Zita 'zwelgen' werden genoemd maar ook extatische periodes.
    • Op 22 november 1963 heeft hij een zelfmoordpoging gedaan omdat zijn vrouw Zita hem verliet.
    • Ook in Nootebooms roman Een lied van schijn en wezen (1981) komt eenmaal de naam van Inni Wintrop voor.
  • De vader van Inni Wintrop
    • Getrouwd met een zakenrelatie, na korte tijd ervandoor gegaan met andere vrouw, waardoor hij uit de familie gestoten is. In de tweede wereldoorloog overleden in Den Haag.
  • Petra, dienstbode bij Tante Theresa, geliefde van Inni Wintrop
  • Zita, echtgenote van Inni Wintrop. Van haar scheidde hij in 1963 na zes jaar huwelijk. Dit komt overeen met het huwelijk van Cees Nooteboom met Fanny Lichtveld.
  • Lydia, cafejuffrouw, geliefde van Inni Wintrop
  • 'Duifje', naamloze geliefde van Inni Wintrop
  • De eerste vrouw van vader van Inni Wintrop, dochter van een Franse zakenrelatie.
  • De moeder van Inni Wintrop, wonende buiten Europa
  • De halfbroer van de grootvader van Inni Wintrop, voogd van Inni Wintrop
  • Oom Noud, halfbroer van de vader van Inni Wintrop
  • Oom Pierrre, halfbroer van de vader van Inni Wintrop
  • Claire, halfzuster van de vader van Inni Wintrop
  • De grootmoeder van Inni Wintrop (zij geeft hem een erfenis)
  • De grootvader van Inni Wintrop (minimaal tweemaal getrouwd)
  • Tante Théresa, dochter van de voogd van Inni Wintrop
  • Oom Louis, man van Théresa
  • Jaap, chauffeur van tante Théresa; is samen met oom Louis omgekomen bij auto-ongeval.
  • Arnold Taads, ex-notaris, ex-geliefde van tante Théresa, leeft in volkomen eenzaamheid; heeft een tijd gewerkt in de Canadese bergen. Houdst een zeer strak tijdschema aan; overleden in de Alpen.
  • Athos, hond van Arnold Taads, vernoemd naar de monnikenstaat in Griekenland.
  • Philip Taads, zoon van Arnold Taads, heeft geen contact gehad met zijn vader; werkte enkele dagen per week op een kantoor, was de rest van de week op zijn zolderkamer die hij had ingericht als een Japanse tuin.
    • Philip is waarschijnlijk een verwijzing naar de fotograaf Philip Mechanicus, met wie Cees Nooteboom naar Cannes trok en vandaar naar Nederland.
  • Roozeboom, handelaar in Renaissance kunst
  • Riezenkamp, handelaar in Japanse kunst
  • Monseigneur Terruw, door oom Louis heerom genoemd. Dogmatisch katholiek.
  • Een Italiaanse fotograaf, nieuwe relatie van Zita; werkte in de keuken van Victoria-Hotel in Amsterdam.

Motto[bewerken]

Het motto is van Stendhal, uit Brouillon d'article, uit 1832.

Personne n'est, au fond, plus tolérant que moi. Je vois des raisons pour soutenir toutes les opinions; ce n'est pas que les miennes ne soient fort tranchées, mais je conçois comment un homme qui a vécu dans des circonstances contraires aux miennes a aussi des idées contraires.

Vertaald in het Nederlands:

"Niemand is eigenlijk verdraagzamer dan ik. Ik zie redenen om alle meningen te steunen; het is niet dat de mijne niet sterk geprofileerd zijn, maar ik begrijp hoe een mens die heeft geleefd in tegengestelde omstandigheden ook tegengestelde ideeën heeft."

Interpretaties[bewerken]

  • Het is een polyinterpretabel boek:
    • Rituelen zijn een poging om het leven vorm en zin te geven. In het boek worden mensen beschreven (met name Arnold en Philip Taads) die hun leven in extremo vorm geven. Inni kan juist geen vaste vorm geven aan zijn leven, en wil dat ook niet. Inni is echter wel bang voor de daardoor ontstane chaos.
    • Rituelen hebben iets verstarrends en kunnen daardoor dodelijk zijn. Inni zoekt zijn heil in zijn 'kerk' de vrouwendienst, de erotiek die meer bij het leven staat.
    • Het aspect van de tijd. Inni leeft volledig in het hier en nu. Verleden en toekomst kent hij niet.
    • Vaders ontbreken als regulerende factor in het leven van de hoofdpersonen.
    • Geen van de hoofdpersonen neemt/heeft een verantwoordelijkheid als zingevend, ordenend principe in zijn leven.
    • Personages zijn voortdurend op speurtocht naar de eenheid van het bestaan.
    • Een belangrijk motief is de keus tussen specialisatie en verdieping enerzijds versus generalisatie en oppervlakkigheid anderzijds.
    • Existentialisme: de mens is in het bestaan geworpen; de mens is slachtoffer in een absurde en zinloze wereld; de mens schept zelf zijn normen en waarden, is vrij; angst, eenzaamheid, chaos, op zichzelf teruggeworpen zijn.

Citaten[bewerken]

In een ideeënroman zoals deze zijn losse citaten vaak belangrijker dan het verhaal of de plot.

Intermezzo, 1963
  • Herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil
  • (Inni) beschouwde het leven als een wat vreemde club waar hij bij toeval lid van geworden was en waaruit men zonder opgaaf van redenen weer geroyeerd kon worden. Hij had al besloten die club te verlaten als de vergadering erg vervelend zou worden.
  • Hij had besloten dat voor zover de wereld bestond, en hij dus ook, hij zich aan Zita's code had te houden ...
  • Dat je wildvreemde, aangeklede, rechtoplopende mensen ergens in een houten vogelnest op de een of andere verdieping van een naamloze wijk met een paar handgrepen tot hun meest natuurlijke staat kon terugbrengen, dat de onbekende die daarnet nog in een espressobar in Elsevier had zitten bladeren naakt naast je lag in een bed dat daarvoor nooit bestaan had terwijl het al jaren bestond, als er iets was dat hielp tegen dood, blindheid en kanker, was dat het wel.
  • De nieuwe liefde was het crematorium van de oude
  • ... maar zoals van veel oude gebruiken waren er in de diaspora de scherpste kantjes afgesleten.
Arnold Taads, 1953
  • Hij scheidde de verdwenenen (zelfmoordenaars) in twee soorten, al naargelang hun methode: de glijbaan en de trap. De ene ging, na wat aanvankelijke moeite, vanzelf, voor de andere moest je werken.
  • Eén ding was zeker, de tijd die hij geleefd had was op
  • Ze had, maar ook dat was pas later tot hem doorgedrongen, nooit iets te doen en deed dat met de grootst mogelijke snelheid.
  • Bij elk belangrijk moment in je leven, dacht hij later, zou je een Arnold Taads moeten hebben, iemand die je vraagt exact te beschrijven wat je voelt, ruikt, proeft, denkt
  • ... maar het was uitsluitend de theatrale, uiterlijke kant ervan die hem geboeid had, het zingen, de wierook, de kleuren waren hem zeer bevallen, zozeer dat hij zonder te geloven ook nog wel dat klooster in gewild had. Iets anders dat hem in het katholieke geloof wel aanstond was dat anderen er wél in geloofden.
  • Toen de oorlog afgelopen was en wij eindelijk konden horen en zien wat er allemaal gebeurd was. verraad, honger, moord, vernietiging, allemaal mensenwerk, toen heb ik de mensen pas goed veracht. Niet ieder individu, maar het soort, dat zich moordend, liegend en bang naar zijn eigen dood begeeft. Dieren zijn straight, dieren hebben geen slogans, sterven niet voor iemand anders, maar ook niet voor meer dan hen toebehoort.
  • In de moderne zwakkemensenmaatschappij is de pecking order een gehaat begrip, maar het heeft tot wij in de evolutie verschenen uitstekend gewerkt.
  • God is gemaakt naar het beeld en de gelijkenis van de mensen.
  • Ook later zou een zekere wrevel zich van hem meester maken ten opzichte van mensen die precieze antwoorden wilden hebben, of pretendeerden ze te weten. Juist het raadselachtige van alles was prettig, daar moest je niet al te veel orde in aan willen brengen. Deed je dat wel, dan zou er onherroepelijk iets verloren gaan. Dat geheimen geheimzinniger kunnen worden door er met precisie en methode over na te denken, wist hij nog niet.
  • Men kan van heel weinig leven, maar dat weet niemand meer.
  • Als dat geluid niet terecht komt bij de onbekende voor wie het bestemd is, bestaat het niet.
  • 'Hoe mensen kunnen leven tussen de stront van het verleden is mij een raadsel,' zei Taads toen ze even alleen waren. 'Aan alles kleeft iets, alles is al door andere mensen mooi gevonden. Antiek stinkt. Honderden ogen die allang verrot zijn, hebben ernaar gekeken.
  • 'Boven de grote rivieren zijn alle Nederlanders calvinist. Wij houden niet van te veel, niet van te lang, niet van te duur.
  • 'Ik heet Petra,' zei ze. Op deze steenrots, deze zachte, bolle steenrots, dacht hij later, had hij zijn kerk gebouwd. Want daar was geen twijfel aan, die dag waren vrouwen zijn religie geworden, het centrum, de essentie van alles, het grote karrewiel waar de wereld op rond draaide.
  • Iets wat gebaseerd is op lijden en dood kan nooit iets goeds betekenen.'
  • Alle godsdiensten zijn het verkeerde antwoord op dezelfde vraag, altijd de eerste: waartoe zijn wij op aarde?'
  • Door mannen, maar dit zou hij pas veel later zo kunnen zeggen, leer je hoe de wereld is-door vrouwen wat hij is.
Philip Taads, 1973
  • Lijden, had hij geleerd, kon je ook weigeren, en dat werd tegenwoordig op grote schaal gedaan.
  • 'Wie mij moet hebben weet mij wel te vinden,
  • 'Nee dank je, ik bijt ze altijd zelf.' (antwoord op de vraag of hij een nagelbehandeling wil)
  • Echt iets voor jou. Omnivoor, omnifume, omniboit, omnivoit. Je kunt niet kiezen, dat is altijd gebrek aan klasse. Daarom ben je een scharrelaar. Dat is iemand die alles mooi vindt.
  • Nu hij de veertig gepasseerd was, zou hij geen pianist meer worden, geen Japans meer leren, dat wist hij zeker, en tegelijkertijd gaf die zekerheid hem een verdrietig gevoel, alsof het leven nu eindelijk zijn beperkingen begon duidelijk te maken en daardoor de dood zichtbaar werd: het was niet waar dat alles mogelijk was. Alles was misschien mogelijk geweest, maar nu was dat niet meer zo.
  • Hij kon niet verdragen dat hij een spoor op aarde zou achterlaten.
  • 'Stabilitas loci, dat is een van de grondregels van de contemplatieve ordes. Men blijft op de plaats waar men intreedt.'
  • Mensen hadden zich niet zo onbeschaamd aan een systeem over te leveren.
  • 'Uitzonderlijke wijsheden uit het Verre Oosten worden verkocht aan de ongelukkige Westerse middenstand. Maar het is allicht beter dan heroïne.'
  • Wat een eigenaardig ras was de mensheid toch dat er, hoe dan ook, altijd voorwerpen aan te pas moesten komen, gemaakte dingen die de passage naar de schemergebieden van het hoge makkelijker moesten maken.
  • Weet u,' zei Riezenkamp, 'soms denk ik dat wij alleen al door in deze tijd te leven de hemel verdienen. Er klopt geen donder meer van. Het wordt tijd dat ze dat ding eens gooien. Moet u zich voorstellen, de verrukkelijke stilte die daarop volgt.'
  • 'Mij ontbreekt de liefde.'
  • ... zodat Inni begon te vermoeden dat de eenzame kloosterling besloten had het tijdstip van zijn gekozen met dat van zijn natuurlijke dood te laten samenvallen.
  • Amsterdam, dat ter compensatie op een aangename manier steeds verder in Afrika en Azië kwam te liggen.
  • Het einde der tijden was nabij en hij dacht niet dat dat erg was. De zondvloed moest niet na je komen, die moest je meemaken.
  • Toen pakte Philip Taads de kom plotseling met twee handen beet en tilde hem hoog op, als bij een consecratie.
  • Hij heeft wat hij hebben wou, dacht Inni, die uit ervaring wist dat dat niet altijd prettig is.
  • Er bestonden dus kennelijk twee werelden, een waar de Taadsen wel, en een waar ze niet vertoefden, en gelukkig bevond hij zich nog in de laatste.

Verfilming[bewerken]

Het boek is in 1988 verfilmd door Herbert Curiel met Derek de Lint in de hoofdrol.

Prijzen[bewerken]

  • Mobil Pegasus Literatuur Prijs in 1982. Naast een geldsom omvatte de prijs de uitgave van een vertaling in het Engels. In 1983 verscheen Rituals in de vertaling van Adrienne Dixon bij de Louisiana State University Press..
  • F. Bordewijk-prijs in 1981.

Literaire kritiek[bewerken]

  • De kritieken waren over het algemeen positief. De stijl werd lichtvoetig, ironisch en afstandelijk genoemd. Men prees de knappe en complexe structuur van het boek.
  • Reinjan Mulder in NRC Handelsblad leverde een negatieve kritiek en dat wordt hem nog steeds nagedragen, ook door Cees Nooteboom zelf.

Secundaire Literatuur[bewerken]

  • Henk Harbers in: Lexicon van literaire werken, mei 1990.
  • Jaap Goedegebuure: Over Rituelen van Cees Nooteboom, Synthese-reeks, De Arbeiderspers, Amsterdam, 1983.