Roaring twenties

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Roaring Twenties)
Ga naar: navigatie, zoeken
Climax van de nieuwe architectuurstijl: de Chrysler Building in New York City werd gebouwd toen de Europese golf van art deco de VS bereikte

De roaring twenties (Nederlands: de roerige jaren twintig) is de benaming voor de zeer bewogen periode van de jaren twintig van de 20e eeuw.

Internationale politiek en economie[bewerken]

De Verenigde Staten waren na hun succesvolle deelname aan de Eerste Wereldoorlog een wereldmacht geworden, die door de uitgeputte Europese mogendheden wel serieus genomen moest worden, al was het maar omdat ze er nog zo veel schulden aan hadden af te betalen. Tot teleurstelling van de Amerikaanse president Woodrow Wilson werd Amerika geen lid van de Volkenbond, die de wereldvrede zou moeten garanderen. In de Amerikaanse buitenlandse politiek kreeg het isolationisme de overhand. In de Angelsaksische landen heerste toenemend optimisme en economische groei. Het gebruik van de auto nam vooral in Amerika hand over hand toe en men nam afstand van veel van de sociale conventies die tijdens de Grote Oorlog al op de helling waren komen te staan. Door zware herstelbetalingen die Duitsland bij de Vrede van Versailles waren opgelegd, ging het in dit land echter niet goed. Duitsland trachtte vertwijfeld aan alle herstelbetalingen te voldoen, wat in 1923 leidde tot hyperinflatie. In Nederland volgde er een instroom van tienduizenden Duitse dienstbodes, die hier meer kans op een redelijke betrekking hadden dan in eigen land. De economische ontwrichting leidde in combinatie met de vernederende bezetting van het Rijnland door de Fransen tot ondermijning van de prille parlementaire democratie in de Weimarrepubliek en tot de opkomst van het nationaalsocialisme. Aan het eind van dit tijdperk zorgde een beurskrach ervoor dat de negatieve stemming oversloeg naar vele andere landen; de roaring twenties mondden uit in de Grote Depressie.

Mode[bewerken]

In die periode golden de zogenaamde 'flapper-girls' als trendsetters en ontdeden de vrouwen zich voorgoed van het korset; de haren werden massaal kort geknipt en de rok reikte zelfs een moment boven de knieën. De garçonne, het ‘jongensmeisje’, was geboren: de androgyne, werkende vrouw met de aantrekkelijkheid van de femme fatale.

Korte rokken[bewerken]

Mede door de Eerste Wereldoorlog en de Reformbeweging hadden de korsetten hun langste tijd gehad: vrouwen namen de arbeidsplaatsen van de mannen over in de oorlogsindustrie en droegen hierdoor gemakkelijke kleding en bij de reformkleding stond een gezond lichaam voorop en de kunstmatige wespentaille paste niet in dit beeld.

Aan het begin van de jaren twintig bleven de rokken net zo kort als tijdens de oorlog, maar al snel brachten couturiers hier verandering in door van de werkende vrouw weer dames te maken en de rokken de enkel te laten raken. Al snel ging de hoogte weer opwaarts en een zakachtige rok die met een band bijeen werd gehouden raakte in de mode. In 1925 raakte de zoom nog net de knie, maar twee jaar later bevond deze zich zelfs boven de knie. Het waren historische tijden: nog nooit was de avondjurk even kort als de jurk voor overdag.

De mode werd steeds uitdagender. Er werden transparante stoffen gebruikt die daar waar het nodig was met glasparels, zijdefranje of het goedkopere rayon waren afgezet en precies dat accentueerden wat verborgen werd. De kousen waren als een tweede, mooiere, huid: vleeskleurig en van glanzend (kunst)zijde. De decolletés reikten van voren bijna de taille en een blote rug was ook eerder regel dan uitzondering. Roken was enorm in trek en de vrouw kon mannen perfect uitdagen met het lange sigarettenpijpje.

Naast het sigarettenpijpje waren lange sjaals en kettingen ook onmisbare accessoires. Chanels handelsmerken waren o.a. haar imitatiejuwelen, de lange snoeren van valse parels, want “Sieraden moeten een vrouw sieren, ze hoeft er niet rijk door uit te zien.”

Hoeden en schoenen[bewerken]

Nadat de populaire couturier Coco Chanel haar haren kort knipte in 1921, deed de hele modewereld haar massaal na en de bob werd de overheersende haardracht van de jaren twintig, gladgekamd met een spuuglok op de wang. Doordat lang haar uit de mode was geraakt, werden kleine hoeden die net om het hoofd pasten steeds meer gedragen. Overdag droegen vrouwen clochehoeden, de hoedrand diep over het gezicht getrokken en ’s avonds werden mooi versierde tulen haarbanden gedragen, ook vaak afgezet met glasparels.

De charleston was een geliefde dans in de roaring twenties en de schoenen waren indertijd dan ook bedoeld om mee te dansen. Vaak zaten ze net boven de wreef vast met een bandje, de lage hak was stabiel en de teen gesloten. Het modeverschijnsel was om je schoenen van dezelfde stof als je jurk te laten maken. Door de ontdekking van de tombe van de Egyptische farao Toetanchamon in 1922 ontstond het Egyptische thema en ook schoenen weerspiegelden deze trend met lichte kleuren, metaalkleurige stoffen en de hakken zelf waren al een kunstwerk.

Hoe platter hoe mooier[bewerken]

Terwijl aan het begin van de twintigste eeuw de nadruk op de boezem en het achterwerk lag, oftewel toen de vrouwen nog tot flauwvallens toe samengeperst werden in hun korsetten, was twintig jaar later het tegenovergestelde modieus. De vrouwen uit die tijd worden niet zomaar garçonnes genoemd: de vrouwen in de roaring twenties hadden jongensachtige figuurtjes. Naast het lange haar waren de volle boezem, buik en billen verdwenen. Sporten, diëten en kuren was de leus en al het vet dat overbleef (en juist in de korsetten mooi naar voren kwam), werd door de nieuwe, rekbare ondermode platgedrukt. Sommige vrouwen bonden zelfs hun borsten in om ze platter te laten lijken.

Mannenmode[bewerken]

Het confectiekostuum was na de Eerste Wereldoorlog al snel betaalbaar voor elke klasse, zodat niet alleen de rijkere burgers, maar ook de arbeiders zich een mooi pak konden veroorloven. Arbeiders droegen bij nette gelegenheden zoals het zondagse bezoek aan de kerk een colbertkostuum en doordeweeks hun werkkleding, vaak een kiel. Hoewel bijna iedereen zich een kostuum kon veroorloven, bleef er een verschil in kwaliteit en de manier waarop en wanneer het colbertkostuum gedragen werd.

De echte trendsetter voor de herenkleding in de jaren twintig was Edward, Prins van Wales, die liet zien dat een heer van stand het colbertkostuum in de vrije tijd verwisselde voor modieuze sportkleding. Plusfours, Oxford-bags – broeken met zeer wijde pijpen en omslagen – sportkousen, pullovers met V-hals over een overhemd en jerseykleding. Hieruit blijkt dat kleding comfortabel moest zijn: lage leren schoenen, strikdassen en overhemden met liggende boord. De strohoeden raakten uit de mode en werden vervangen door gleufhoeden en petten en bij de smoking werd een wit vest gedragen.

Strip[bewerken]

Striptekenaar Jacques Tardi situeert veel van zijn verhalen in de jaren twintig en besteedt daarbij veel aandacht aan het decor, waarbij veel oude gebouwen en voorwerpen uit die tijd afgebeeld worden. Een bekende serie van hem is De fantastische avonturen van Isabelle Avondrood.