Robert Schumann

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Dit artikel gaat over de componist Schumann. Zie Robert Schuman voor de politicus.
Robert Schumann
Robert Schumann in 1839
Robert Schumann in 1839
Algemene informatie
Volledige naam Robert Alexander Schumann
Geboren 8 juni 1810
Overleden 29 juli 1856
Land Vlag van Duitsland Duitsland
Werk
Genre(s) Klassiek
Beroep Componist, dirigent
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Robert (Alexander) Schumann (Zwickau, 8 juni 1810Endenich (bij Bonn), 29 juli 1856) was een Duitse componist in de tijd van de romantiek.

Levensloop[bewerken]

Robert Schumann-monument in Zwickau

Schumann werd geboren in Zwickau, Hauptmarkt 5, als het vijfde kind van August Schumann en Christiane. Zijn vader was boekhandelaar en uitgever, en dat verklaart grotendeels zijn literaire belangstelling. Robert had een zuster Emilie (geboren 1796) en drie broers, Eduard (geboren 1799), Carl (geboren 1801) en Julius (geboren 1805).

Vroege periode[bewerken]

Op zevenjarige leeftijd kreeg Robert Schumann zijn eerste pianoles. Zijn vader steunde de muzikale ambities van zijn zoon: er werd een vleugel aangekocht en zijn vader luisterde met plezier naar Roberts spel. Vader probeerde zelfs Carl Maria von Weber als pianoleraar voor zijn zoon te krijgen, tevergeefs. Tot zijn achttiende ging Robert naar het lyceum van zijn geboortestad. Robert Schumann noteerde later: Ich genoss eine sorgfältigste und liebevolle Erziehung (Ik heb een zorgvuldig en liefdevolle opvoeding genoten).

Op twaalfjarige leeftijd schreef hij zijn eerste composities, de Psalm 150 en de Ouverture met koor voor solisten, koor en orkest met obligate pianopartij. Zijn tweede creatieve werkterrein was de literatuur: hij schreef al jong gedichten, toespraken en artikelen en had vanzelfsprekend in de boekhandel van zijn vader toegang tot de nieuwste werken van de bekende schrijvers en dichters van zijn tijd.

In 1826 pleegde zijn zusje Emilie zelfmoord, enkele weken later overleed ook zijn vader. Volgens de wens van zijn moeder, maar vooral op advies van zijn curator Gottlob Rudel studeerde hij - zonder veel belangstelling - eerst rechtswetenschap in Leipzig en Heidelberg. Het bijwonen van een concert van Niccolò Paganini in Frankfurt am Main gaf de doorslag zich helemaal aan de muziek te wijden.

Schumann studeerde piano bij de befaamde Friedrich Wieck, maar een vingerverrekking verhinderde hem een loopbaan als pianovirtuoos of concertpianist te beginnen. Evenals de andere studenten ging Schumann te Leipzig bij Wieck inwonen. Hij maakte er kennis met Wiecks dochter Clara, die hij later zou huwen.

Bij Heinrich Dorn in Leipzig studeerde hij in 1831 muziektheorie.

De Davidsbündler[bewerken]

Zijn uitgebreide literaire belangstelling kwam tot uitdrukking in publicaties tegen filistreuse vervalverschijnselen op het gebied van de muziek. Samen met Clara Wieck en een paar andere kunstenaars richtte hij in 1834 het Neue Zeitschrift für Musik op. Vanaf 1835 nam Schumann de volledige leiding op zich. Dit tijdschrift werd in Duitsland het vooraanstaande medium op muziekgebied. In dit blad schreef hij zijn artikelen onder verschillende pseudoniemen. Eusebius was bezonnen en fijngevoelig, Florestan sterk, inspirerend en enthousiast, Meister Raro evenwichtig en verzoenend. Deze figuren noemde hij de Davidsbündler (leden van de bond van David).

Robert en Clara[bewerken]

Robert en Clara Schumann, 1847

Na een korte verloving met Ernestine von Fricken voelde Schumann zich sterk tot Clara Wieck aangetrokken. Zijn liefde voor haar leidde tot jarenlange debatten met zijn pianoleraar, de vader van Clara. Zij was de oogappel van haar vader en een veelbelovend pianiste, de kroon op zijn leraarschap. Friedrich Wieck was daarom bijzonder trots op zijn dochter. Het kwam tot een openlijke breuk met de familie-Wieck. Vader Wieck had Schumann verboden Clara te ontmoeten en ging met haar op concertreis. Maar in Schumanns werken uit deze tijd blijft Clara aanwezig. In 1837 verloofde het paar zich tegen de wil van vader Wieck. De intriges van Wieck leidden bij Schumann tot een zenuwcrisis en aanvallen van zwaarmoedigheid.

Via de rechtbank werd de toestemming voor het huwelijk geforceerd. Eindelijk kon het paar op 12 september 1840, daags voor de 21e verjaardag van Clara, in de dorpskerk van Schönefeld trouwen. Nog in datzelfde jaar werd Schumann door de Universiteit van Jena tot eredoctor benoemd en maakte hij kennis met Franz Liszt.

Liederen, symfonieën en kamermuziek[bewerken]

De eerste huwelijksjaren waren de gelukkigste van Schumanns leven. Het echtpaar bleef tot 1844 in Leipzig wonen.

Schumann schreef tot 1839 uitsluitend pianomuziek. Toen ontstonden de grote pianocycli, waarmee hij beroemd zou worden. 1840 was voor Schumann het jaar van de liederencycli: hij schreef 138 liederen, waaronder Liederkreis, op. 39, Frauenliebe und -leben, op. 42 en Dichterliebe, op. 48. Pas na het huwelijk werd de breedte van het compositorisch oeuvre vergroot. In 1841 ontstond de Symfonie Nr. 1 in Bes-groot, de zogenaamde "Lentesymfonie (Frühlingssinfonie)", op. 38. De première in het Gewandhaus te Leipzig onder leiding van Felix Mendelssohn Bartholdy was een van de grootste successen in Schumanns carrière.

1842 werd het jaar van de kamermuziek van Schumann met de Drie strijkkwartetten, op. 41.

Ten tijde dat hij met het wereldlijke oratorium Das Paradies und die Peri, op. 50 triomfeerde, liep het minder goed met zijn werk als compositieleraar aan het nieuwe conservatorium.

Spanningsveld Dresden[bewerken]

In 1844 vertrok het echtpaar Schumann naar Dresden. In deze tijd had hij verscheidene ontmoetingen met Richard Wagner. In 1847 werd hij dirigent van het koor Liedertafel in Dresden. Het jaar 1848, met de Europese revoluties, werd een van de productiefste van Schumann: hij voltooide zijn opera Genoveva, begon met het schrijven van de muziek voor het toneelstuk Manfred van Lord George Gordon Byron en voltooide het derde deel van de Scènes uit Faust van Johann Wolfgang von Goethe. Maar de familie Schumann voelde zich in Dresden steeds geïsoleerder, want zij ergerden zich aan de muzikale smaak van het conservatieve Dresdener publiek. Zo nam Schumann in 1850 het aanbod van Ferdinand Hiller aan om hem als zijn opvolger als stedelijke muziekdirecteur in Düsseldorf voor te dragen.

Muziekdirecteur in Düsseldorf[bewerken]

In Düsseldorf was Schumann verantwoordelijk voor de abonnementsconcerten van de Städtische Allgemeine Musikverein, de repetities van de verschillende koren en adviseur voor bijzondere muzikale festiviteiten in twee Rooms-Katholieke kerken. Hij was zeer ambitieus en het eerste concert, waarop Clara als soliste optrad, was een overweldigend succes. Zijn zwijgzaamheid, sterke bijziendheid, die in die tijd met een bril niet te verhelpen was, zijn zachte stem en onvoldoende pedagogische vaardigheid om orkestleden te motiveren, leidden tot een gebrekkige discipline in het orkest.

Laatste jaren[bewerken]

In november 1853 werd hem meegedeeld dat hij uitsluitend nog eigen werk kon dirigeren: een regelrecht ontslag. Schumann kreeg steeds meer last van gehoorhallucinaties, die gepaard gingen met depressies en angstvisioenen. Enkele maanden later sprong hij tijdens het plaatselijke carnavalsfeest in een vlaag van innerlijke verscheurdheid in de Rijn maar werd gered door een Hollandse schipper. Hij werd ontoerekeningsvatbaar verklaard en in een inrichting voor geesteszieken in Endenich (nabij Bonn) opgenomen. Daar woonde hij tot zijn overlijden helemaal geïsoleerd; zelfs zijn vrouw Clara heeft hem hier pas twee dagen voor zijn dood voor het eerst opgezocht.

Stijl[bewerken]

Robert Schumann behoorde zonder twijfel tot de belangrijkste componisten van de muzikale periode van de Romantiek. Hij heeft niet alleen een groot aantal belangrijke pianowerken en liederen nagelaten, maar verkende met zijn late koor- en orkestwerken vaak nieuwe mogelijkheden.

Composities[bewerken]

Werken voor orkest[bewerken]

Symfonieën[bewerken]

  • 1831-1832 Sinfonia per il Hamlet, Particell-schetsen voor een symfonie of ouverture in Es-groot
  • 1832-1833 Jeugdsymfonie (respectievelijk: "Zwickauer Symfonie") in g-klein
  • 1841 Symfonie Nr. 1 in Bes-groot "Frühlingssinfonie (Lentesymfonie)", op. 38
    1. Andante un poco maestoso - Allegro molto vivace
    2. Larghetto
    3. Scherzo: Molto vivace
    4. Allegro animato e grazioso
  • 1845-1846 rev.1846-1847 Symfonie Nr. 2 in C-groot, op. 61
    1. Sostenuto assai - Allegro, ma non troppo
    2. Scherzo: Allegro vivace
    3. Adagio espressivo
    4. Allegro molto vivace
  • 1850 Symfonie Nr. 3 in Es-groot "Rheinische", op. 97
    1. Lebhaft
    2. Scherzo: Sehr mäßig
    3. Nicht schnell
    4. Feierlich
    5. Lebhaft
  • 1841, omgewerkt:1851 Symfonie Nr. 4 in d-klein, op. 120
    1. Ziemlich langsam - Lebhaft
    2. Romanze: Ziemlich langsam
    3. Scherzo: Lebhaft
    4. Langsam - lebhaft

Concerten voor instrumenten en orkest[bewerken]

  • 1830-1831 Concert in F-groot, voor piano en orkest (Fragmenten)
  • 1841/1845 Concert in a-klein (Fantasie in a-klein), voor piano en orkest, op. 54
    1. Allegro affettuoso
    2. Intermezzo: Andantino grazioso
    3. Allegro vivace
  • 1849 Concertstuk in F-groot, voor vier hoorns en orkest, op. 86
    1. Lebhaft
    2. Romanze: ziemlich langsam, doch nicht schleppend
    3. Sehr lebhaft
  • 1850 Concert in a-klein voor cello en orkest, op. 129
    1. Nicht zu schnell
    2. Langsam
    3. Sehr lebhaft
  • 1853 Concert in d-klein, voor viool en orkest
    1. In kräftigem, nicht zu schnellem Tempo
    2. Langsam
    3. Lebhaft, doch nicht zu schnell

Ouvertures[bewerken]

  • 1841/1845 Ouverture, Scherzo en Finale in E-groot, voor orkest, op. 52
  • 1847 Ouverture tot de opera "Genoveva", voor orkest
  • 1848 Ouverture tot het schouwspel "Manfred" in es-klein, voor orkest, op. 115
  • 1850-1851 Die Braut von Messina, ouverture tot de tragedie van Friedrich von Schiller in c-klein, op. 100
  • 1851 Julius Cäsar, ouverture tot de tragedie van William Shakespeare in f-klein, op. 128
  • 1851-1852 Hermann und Dorothea, ouverture tot een geplant zangspel tot de verzen-epos van Johann Wolfgang von Goethe in b-klein, op. 136
  • 1853 Scènes tot Goethe's "Faust", ouverture in d-klein, WoO 3

Andere werken voor orkest[bewerken]

  • 1849 Introduction en Allegro appassionato, concertstuk in G-groot voor piano en orkest, op. 92
  • 1853 Phantasie, voor viool en orkest, op. 131
  • 1853 Concert-Allegro mit Introduction, voor solo en orkeststemmen, op. 134 - première: 26 november 1853 in Utrecht

Missen, oratoria en gewijde muziek[bewerken]

  • 1822-1824 Le Psaume cent cinquantième, voor eenstemmig koor, piano en orkest, op. 1
  • 1848 Adventlied "Dein König kommt in niedern Hüllen", voor sopraan, gemengd koor en orkest, op. 71 - tekst: Friedrich Rückert
  • 1849-1850 Verzweifle nicht im Schmerzensthal, motet voor dubbel mannenkoor en orgel - tekst: Friedrich Rückert
  • 1849-1850 Neujahrslied "Mit eherner Zunge da ruft er", voor solisten, gemengd koor en orkest, op. 144 - tekst: Friedrich Rückert
  • 1852-1853 Missa sacra in c-klein, voor solisten, gemengd koor en orkest, op. 147
  • 1852 Requiem in Des-groot, voor solisten, gemengd koor en orkest, op. 148

Oratorium[bewerken]

  • 1841-1843 Das Paradies und die Peri, oratorium in 3 delen voor solisten, gemengd koor en orkest, op. 50 - tekst: Thomas Moore «Lalla Rookh»

Muziektheater[bewerken]

Opera's[bewerken]

Voltooid in titel aktes première libretto
1844 Der Corsar 3 aktes 25 april 1981, Karlsruhe, Badisches Staatstheater Oswald Marbach, naar George Gordon Byron
1847-1848 Genoveva, op. 81 4 aktes 25 juni 1850, Leipzig, Stadttheater de componist en Robert Reinick, naar Ludwig Tieck en Friedrich Hebbel

Toneelwerk[bewerken]

Werken voor koren[bewerken]

  • 1822-1823 Ouverture et Chor (Chor von Landleuten), voor gemengd koor, piano en orkest, op. I/3
  • 1847 Beim Abschied zu singen "Es ist bestimmt in Gottes Rat", voor gemengd koor en 10 blazers (of piano), op. 84 - tekst: Ernst von Feuchtersleben
  • 1849 Nachtlied "Quellende, schwellende Nacht", voor gemengd koor en orkest, op. 108 - tekst: Friedrich Hebbel
  • 1849 Vier doppelchörige Gesänge, voor grote koren, op. 141
  • 1849 5 Jagdlieder (Fünf Gesänge aus H. Laubes Jagdbrevier für vierstimmigen Männerchor), voor mannenkoor, op. 137 - tekst: Heinrich Laube
    1. Zur hohen Jagd
    2. Habet Acht!
    3. Jagdmorgen
    4. Frühe
    5. Bei der Flasche

Vocale muziek[bewerken]

  • 1827-1828 Lieder, voor zangstem en piano, op. II
  • 1840 Die Wallfahrt nach Kevelaer (De Bedevaart naar Kevelaer) "Am Fenster stand die Mutter", voor zangstem en piano - tekst: Heinrich Heine
  • 1840 Myrten, liederen-reeks van Johann Wolfgang von Goethe, Friedrich Rückert, George Gordon Byron, Thomas Moore, Heinrich Heine, Robert Burns en J. Mosen, op. 25
  • 1840/1847 Lieder und Gesänge I, op. 27
  • 1840 Drei Gedichte von Emanuel Geibel für mehrstimmigen Gesang, op. 29
  • 1840 Liederkreis, liederen-cyclus, op. 39 - tekst: Joseph von Eichendorff
  • 1840 Frauenliebe und -leben, liederen-cyclus, op. 42 - tekst: Adalbert von Chamisso
    1. Seit ich ihn gesehen
    2. Er, der Herrlichste von allen
    3. Ich kann's nicht fassen
    4. Du Ring an meinem Finger
    5. Helft mir, ihr Schwestern
    6. Süßer Freund, du blickest
    7. An meinem Herzen
    8. Nun hast du mir den ersten Schmerz getan
  • 1840 Dichterliebe, liederen-cyclus, op. 48 - tekst: Heinrich Heine
    1. Im wunderschönen Monat Mai
    2. Aus meinen Thränen sprießen
    3. Die Rose, die Lilie, die Taube, die Sonne
    4. Wenn ich in deine Augen seh'
    5. Ich will meine Seele tauchen
    6. Im Rhein, im heiligen Strome
    7. Ich grolle nicht
    8. Und wüßten's die Blumen, die kleinen
    9. Das ist ein Flöten und Geigen
    10. Hör' ich das Liedchen klingen
    11. Ein Jüngling liebt ein Mädchen
    12. Am leuchtenden Sommermorgen
    13. Ich hab' im Traum geweinet
    14. Allnächtlich im Traume
    15. Aus alten Mährchen
    16. Die alten, bösen Lieder
  • 1841 Tragödie "Entflieh' mit mir", voor sopraan, tenor en orkest - tekst: Heinrich Heine
  • 1844-1853 Scènes tot Goethe's "Faust", voor solisten, gemengd koor en orkst, WoO 3
  • 1846 Vijf liederen, op. 55 - tekst: Robert Burns, vertaalt van Wilhelm Gerhard
  • 1848 Aus ist der Schmaus, voor 3 stemmen
  • 1848 Fest im Tact, im Tone rein, canon voor 3 stemmen
  • 1848 Drei Freiheitsgesänge, voor mannenstemmen en groot harmonieorkest, WoO 4
  • 1849 Requiem für Mignon, voor solisten, gemengd koor en orkest, op. 98b - tekst: Johann Wolfgang von Goethe, «Wilhelm Meisters Lehrjahre» (1795-1796)
  • 1849 Romanzen und Balladen I, op. 67
  • 1849 Spanisches Liederspiel, zangcyclus voor een of meerdere zangstem(men) (sopraan, alt, tenor, bas) en piano, op. 74 - tekst: Emanuel Geibel, naar Spaanse liederen en gezangen
  • 1849 Romanzen und Balladen II, op. 75
  • 1849 Lieder (Lieder-Album) für die Jugend, op. 79
  • 1849 Minnespiel, uit Friedrich Rückert's «Liebesfrühling» voor een of meerdere zangstem(men) (sopraan, alt, tenor, bas) en piano, op. 101
  • 1849 Schön Hedwig "Im Kreise der Vasallen", ballade voor declamatie, op. 106 - tekst: Friedrich Hebbel
  • 1849 Spanische Liebes-Lieder, zangcyclus voor een of meerdere zangstem(men) (sopraan, alt, tenor, bas) en piano vierhandig, op. 138 - tekst: Emanuel Geibel, naar Spaanse liederen en gezangen
  • 1849-1851 Romanzen und Balladen III, op. 145
  • 1849-1851 Romanzen und Balladen IV, op. 146
  • 1850 Sechs Gedichte von Nikolaus Lenau und Requiem, op. 90
  • 1851 Der Rose Pilgerfahrt Mährchen, voor solisten, gemengd koor en orkest, op. 112 - tekst: Moritz Horn
  • 1851 Der Königssohn Ballade "Der alte graue König", voor solisten, gemengd koor en orkest, op. 116 - tekst: Ludwig Uhland
  • 1851 Glockentürmers Töchterlein "Mein hochgeborenes Schätzelein" - tekst: Friedrich Rückert
  • 1851-1852 Des Sängers Fluch, Ballade "Es stand in alten Zeiten", voor solisten, gemengd koor en orkest, op. 139 - tekst: Ludwig Uhland, bewerkt door Richard Pohl
  • 1852 Vom Pagen und der Königstochter, vier ballades voor solisten, gemengd koor en orkest, op. 140 - tekst: Emanuel Geibel
    1. Der alte König zog zum Wald
    2. Zwei Reiter reiten vom Königsschloss
    3. Den Runenstein in der Sommernacht
    4. Die Säle funkeln im Königsschloss
  • 1853 Fest-Ouverture mit Gesang über das Rheinweinlied "Was lockt so süß", voor tenor, gemengd koor (of mannenkoor) en orkest, op. 123 - tekst: Matthias Claudius
  • 1853 Das Glück vom Edenhall - ballade "Heil Edenhall!", voor solisten (mannenstemmen), mannenkoor en orkest, op. 143 - tekst: Ludwig Uhland, bewerkt door Richard Hasenclever

Kamermuziek[bewerken]

  • 1842 Strijkkwartet Nr. 1 in a-klein, op. 41 Nr. 1
  • 1842 Strijkkwartet Nr. 2 in F-groot, op. 41 Nr. 2
  • 1842 Strijkkwartet Nr. 3 in A-groot, op. 41 Nr. 3
  • 1842 Kwintet in Es-groot, voor 2 violen, altviool, cello en piano, op. 44
  • 1842 Kwartet in Es-groot, voor viool, altviool, cello en piano, op. 47
  • 1842 Fantasiestukken, voor viool, cello en piano, op. 88
  • 1847 Trio Nr. 1 in d-klein, voor viool, cello en piano, op. 63
  • 1847 Trio Nr. 2 in F-groot, voor viool, cello en piano, op. 80
  • 1849 Adagio en Allegro, voor hoorn en piano, op. 70
  • 1849 Fantasiestukken, voor klarinet en piano, op. 73
  • 1849 Drie romances, voor hobo en piano, op. 94
  • 1849 Vijf stukken in de volkston, voor cello en piano, op. 102
  • 1851 Sonate Nr. 1 in a-klein, voor viool en piano, op. 105
  • 1851 Trio Nr. 3 in g-klein, voor viool, cello en piano, op. 110
  • 1851 Sprookjesschilderijen, voor altviool en piano, op. 113
  • 1851 Sonate Nr. 2 in d-klein, voor viool en piano, op. 121
  • 1853 Sprookjesvertellingen, voor klarinet, altviool en piano, op. 132
  • 1853 Sonate Nr. 3 in a-klein, voor viool en piano
  • Fantasiestukken, voor cello en piano

Werken voor orgel[bewerken]

  • 1845 rev.1846 6 Fugen über BACH, voor orgel, opus 60

Werken voor piano[bewerken]

  • 1828 Acht Polonaises, voor piano vierhandig, op. III
  • 1828 Variaties over een thema van prins Louis Ferdinand van Pruisen (1772-1806) in f-klein, voor piano vierhandig, op. IV
  • 1829-1833 Toccata in C-groot, op. 7
  • 1829-1831 Thème sur le nom Abbegg varié in F-groot, op. 1
  • 1829-1832 Papillons, op. 2
  • 1830, 1832-1835 Sonate Nr. 2 in g-klein, op. 22
  • 1830-1832 Capriccio in Bes-groot, voor piano vierhandig
  • 1831, 1832-1834 Scènes musicales sur un Théme connu/Sehnsuchtswalzervariationen in As-groot
  • 1832 Intermezzi, op. 4
  • 1832-1845 Albumblätter, 20 pianostukken, op. 124
  • 1832-1833 Zes fuga's en twee canons
  • 1833 Impromptus sur une Romance de Clara Wieck, op. 5
  • 1833-1835 Grande Sonate Nr. 1 in fis-klein, op. 11
  • 1834-1835 Carnaval - Scènes mignonne [...] sur quatre notes, op. 9
  • 1834-1835 12 Études symphoniques, op. 13
  • 1835-1836 2e versie:1850-1852 Concert sans orchestre - Sonate Nr. 3 in f-klein, op. 14
  • 1836-1838 Fantasie in C-groot, op. 17
  • 1837 Davidsbündlertänze, op. 6
  • 1837 Fantasiestukken, op. 12
  • 1837-1838 Kinderszenen, op. 15
  • 1838 Novelletten, op. 21
  • 1838 Kreisleriana, op. 16
  • 18381839 Arabeske in C-groot, op. 18
  • 18381839 Blumenstück in Des-groot, op. 19
  • 18381839 Humoreske in Bes-groot, op. 20
  • 1838-1849 Bunte Blätter, 14 pianostukken, op. 99
  • 1839-1840 Nachtstücke, op. 23
  • 1839-1840 Faschingsschwank aus Wien, fantasieschilderijen voor piano, op. 26
  • 1839 Drei Romanzen, op. 28
  • 1843 Andante und Variationen in Bes-groot, voor twee piano's, op. 46
  • 1848 Bilder aus Osten, zes impromptus voor piano vierhandig, op. 66
  • 1848 Album für die Jugend, op. 68
  • 18481849 Waldszenen, negen pianostukken, op. 82
  • 1849 Vier marsen, op. 76
  • 1849 Twaalf pianostukken vierhandig voor kleine en grote kinderen, op. 85
  • 1849-1851 Ball-Scènes - negen karakteristieke stukken voor piano vierhandig, op. 109
  • 1850-1853 Kinderball, zes lichte dansstukken voor piano vierhandig, op. 130
  • 1851 Drie fantasiestukken, op. 111
  • 1853 Drie sonates voor de jeugd, op. 118
  • 1853 Zeven pianostukken in fughettavorm, op. 126
  • 1853 Gesänge der Frühe, vijf pianostukken, op. 133
  • 1854 Thema met variaties in Es-groot (Geistervariationen)
  • 1854 Vier Fugen

Publicaties[bewerken]

  • Robert Schumann- Schriften über Musik und Musiker - Ausgwählt und herausgegeben von Josef Häusler, Universal Bibliothek Nr. 2472 (3) Stuttgard, ISBN 3-15-002472-2
  • Siegfried Kross: Robert Schumann im Spannungsfeld von Romantik und Biedermann, in: Bonner Geschichtsblätter Band 33 (1981), Bonner Heimat- und Geschichtsverein en Stadtarchiv Bonn
  • Barbara Meier: Robert Schumann, rororo Monografie Nr.50522, Rowohlt Verlag Reinbek, 4. Aufl. 1995, ISBN 3-499-50522-3
  • Leander Hotaki: Robert Schumanns Mottosammlung. Übertragung, Kommentar, Einführung, Freiburg i.Br. 1998, ISBN 3-7930-9173-2
  • Ernst Burger: Robert Schumann – Eine Lebenschronik in Bilderrn und Dokumenten, Schott Verlag Mainz 1998, ISBN 3-7957-0343-3
  • Arnfried Edler: Robert Schumann und seine Zeit, Laaber-Verlag, 2. Aufl. 2002, ISBN 3-89007-538-X
  • Wolfgang Boetticher: Robert Schumann – Leben und Werk, Noetzel Verlag 2004, ISBN 3-7959-0804-3
  • Udo Rauchfleisch: Robert Schumann – Eine psychoanalytische Annäherung, Verlag Vandenhoeck & Ruprecht 2004, ISBN 3-525-01627-1
  • Gerd Nauhaus/ Ingrid Bodsch (Hrsg.): Clara und Robert Schumann. Ehetagebücher, StadtMuseum Bonn, Bonn und Stroemfeld-Verlag, Frankfurt-Bazel 2006, ISBN 3-86600-002-2

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Robert Schumann.