Rockoxhuis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlaamse spreekwoorden van Pieter Brueghel de Jonge
De binnentuin van het Rockoxhuis

Het Rockoxhuis is een vroeg-17e-eeuws historisch pand in de Keizerstraat in Antwerpen.

Nicolaas Rockox (1560 - 1640), burgemeester, humanist, mecenas en kunstverzamelaar kocht het pand in 1603, toen ‘’De Gouden Rinck’’ genoemd, samen met de aanpalende woning. Rockox liet beide panden tot een patriciërshuis verbouwen. Na de dood van de laatste erfgenaam van Rockox, werd de Vlaamse renaissancegevel van zijn woning aan het begin van de 18e eeuw vervangen door een classicistische gevel. Een volgende grote restauratie vond in het tweede decennium van de 20ste eeuw plaats onder leiding van architect Jules Bilmeyer. Uit deze periode dateert een tweede galerij in de binnentuin van het huis.

KBC kocht het pand in 1970 en onder auspiciën van de bank werd gelijktijdig de vzw Museum Nicolaas Rockox opgericht, belast met de restauratie en het beheer van het pand. Tussen 1972 en 1977 werd het gebouw omgevormd tot een museum en polyvalente ruimten. Het huis getuigt van de 17e-eeuwse culturele rijkdom en uitstraling van Antwerpen.

Het Rockoxhuis herbergt bijzonder meubilair (waaronder kunstkabinetten, kisten en mooi gesculpteerde kasten), keramiek, beeldhouwwerken, wandtapijten en een grote verzameling schilderijen van onder andere Rubens, Antoon van Dyck, Jacob Jordaens, Joachim Patinir, David Teniers de Jonge, Joos de Momper, Frans Snyders, Jan Brueghel de Oude en Pieter Breugel de Jonge.

Van februari 2013 tot einde 2016 richt het Rockoxhuis vijf ruimten in tot kunstenkabinet en er een aantal topwerken van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen tentoonstellen dat zeker tot 2017 gesloten blijft wegens renovatiewerken.

De binnentuin[bewerken]

De binnentuin is een evocatie van de vroeg-17e-eeuwse stadstuin die Rockox naar alle waarschijnlijkheid bezat. Hij bestelde planten, heesters en boompjes in Aix-en-Provence, bij de botanicus en humanist Nicolas Claude Fabri de Peiresc (1580-1637). De zending is gedocumenteerd via begeleidende briefwisseling die bewaard bleef. Een aantal van deze planten maken weer deel uit van de binnentuin zoals olijfbomen, oleanders, styrax, een fluweelboom en vele andere. Tijdens de lente zijn er tulpen te zien en in de zomer versieren lelies de tuin.

De tuin evolueerde tot een plaats waar wetenschap, kunst en filosofie elkaar vonden. Rockox bezat immers een aantal tuintraktaten en filosofische werken van Justus Lipsius, die hij persoonlijk kende. Ook Abraham Ortelius, Christoffel Plantijn en Jan Moretus behoorden tot zijn kennissenkring. Peter Paul Rubens noemde hem zijn ‘’vriendt ende patroon’’.

De vier deuren van de tuin zijn beschilderd door leerlingen van de Artesis Hogeschool Antwerpen, trompe-l'oeils die aanwezig waren in 17e-eeuwse stadstuinen, vooral om de illusie van een grote tuin op te roepen en het perspectief te versterken.

Externe link[bewerken]