Rode bekerzwam
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Rode bekerzwam | |||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||
|
|||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||
| Sarcoscypha Coccinea (Scop.) Lambotte (1889) |
|||||||||||||||
| Afbeeldingen Rode bekerzwam op |
|||||||||||||||
|
|||||||||||||||
De rode bekerzwam, ook wel vermiljoen bekerzwam[1] of rode kelkzwam[2], (Sarcoscypha Coccinea) is een zeer zeldzame paddenstoel die in het vroege voorjaar voorkomt op begraven takjes van de els, wilg en verteerd loofhout in loofbossen op vochtige, voedselrijke grond. De zwam kan 3 - 6 centimeter groot worden.[1]
Gebruik [bewerken]
Verschillende bronnen spreken elkaar tegen over de eetbaarheid van de soort. Het Oneida-volk gebruikte de gedroogde en vermalen rode bekerzwam om op de navel van pasgeborenen te smeren, zodat deze sneller zou helen. De zwam wordt in Scarborough ook gebruikt als tafelversiering, samen met mos en takjes.
Bronnen, noten en/of referenties
|