Roeland Raes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Roeland Raes
Afbeelding gewenst
Volledige naam Roland Henri Theofiel Raes
Geboren Gent, 4 september 1934
Regio Flag of Flanders.svg Vlaanderen
Land Vlag van België België
Functie Politicus
Partij 1955 - 1977 Volksunie
1978 - 1983 VVP
1983 - 2004 Vlaams Blok
2004 - heden Vlaams Belang
Functies
1968 - 1971 Provincieraadslid Oost-Vlaanderen
1977 - 1980 Redacteur Haro
 ? - 2001 Ondervoorzitter Vlaams Blok
 ? - ? Voorzitter Were Di
 ? - ? Redacteur Dietsland-Europa
 ? - ? Hoofdredacteur Revolte
1991 - 1995 Vlaams Raadslid[1]
1991 - 1995 Provinciaal senator
1995 - 2001 Senator[2]
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Roland Henri Theofiel (Roeland) Raes (Gent, 4 september 1934) is een Belgisch jurist, politicus en negationist.

Levensloop[bewerken]

Zijn moeder was naaister en kwam uit een socialistisch gezind arbeidersgezin. Zijn vader begon, na een kortstondige onderwijsloopbaan, als bediende bij het Gentse Havenbedrijf en wist er zich op te werken tot administratief directeur. Zijn broer is leraar en actief bij Groen en de Noord-Zuidbeweging. Roeland Raes studeerde rechten aan de Universiteit Gent en was tijdens zijn studies lid van het KVHV. Hij militeerde in de Volksunie en was tussen 1968 en 1971 provincieraadslid in Oost-Vlaanderen voor deze partij. Hij was voorzitter van de Gentse afdeling van 1970 tot 1977. Daarna verliet Raes de VU en belandde via de Vlaamse Volkspartij in het Vlaams Blok. Hij werd er ondervoorzitter.

Tussen 1977 en 1980 gaf Raes samen met Siegfried Verbeke en Xavier Buisseret (ex-VMO, toenmalig Vlaams Blok-propagandaleider en later kamerlid) het maandblad Haro uit, dat berichtte over onder meer 'jodenintriges' en het bestaan van de gaskamers tijdens de Tweede Wereldoorlog ontkende. Dit "maandblad voor de conservatieve revolutie" nam negationistische publicaties over van onder andere Richard Harwoods ("Did six million really die?"). In 1979 liet Raes zich ten overstaan van het Algemeen Dagblad ontvallen dat de Joden een eigen staat hebben en dus in Israël horen. Later stelt hij dat dit een onbezonnen uitspraak was. Tevens was Raes jarenlang voorzitter van de nationalistische vereniging Were Di, en leverde bijdragen voor het ledenblad Dietsland-Europa, waarin hij onder meer de negationist Robert Faurisson prees. Ook had hij via Were Di goede contacten met de Nederlandse Volks-Unie (NVU), waarvan hij een tijdlang ondervoorzitter was. Binnen de rechts-radicale organisatie Voorpost (die hij samen met Francis Van den Eynde en Luk Van Nieuwenhuysen oprichtte) ten slotte was hij tot 1989 hoofdredacteur van het driemaandelijkse ledenblad Revolte. Vanaf 1995 was hij verkozen als senator voor het Vlaams Blok. Hij hangt de Groot-Nederlandse strekking binnen de Vlaamse Beweging en Nieuw-Rechts.[3]

In september 1996 eerde Raes in het partijblad van de partij Jef François, tijdens de Tweede Wereldoorlog commandant van de Dietsche Militie - Zwarte Brigade (samenwerking van het VNV en het Verdinaso) en na de oorlog tweemaal bij verstek ter dood veroordeeld. Op 26 februari 2001 trok Raes tijdens een interview in het programma Netwerk op de Nederlandse televisiezender NCRV de Holocaust in twijfel (in een niet-gepubliceerd interview in 1995 stelde hij reeds het aantal gedode Joden ter discussie). In dat interview relativeerde hij de bewuste opzet, planning, methode en omvang van de genocide onder andere op het Europese Jodendom door het toenmalige Duitse nationaalsocialistisch regime (van 1933 tot 1945).[4] Hij bekende zich alzo tot het negationistische kamp. Tevens betwistte hij ook de echtheid van Anne Franks dagboek. Het Duitse Bundeskriminalamt (BKA) bevestigde de authenticiteit ervan. Het papier en de inkt die de Joodse onderduikster in haar dagboek gebruikte, stammen wel degelijk uit de oorlogsjaren.

"Het is systematisch gebeurd dat ze (de Joden, nvdr) vervolgd zijn, dat ze weggesleept zijn, maar of het systematisch was of of het gepland was dat ze allemaal zouden omkomen tijdens de oorlog, dat is een andere kwestie"
— Roeland Raes, op de Nederlandse televisie

Als reactie op al deze negationistische uitspraken, werd Raes in maart door het Vlaams Blok gedwongen ontslag te nemen als ondervoorzitter van de partij en als senator. Hierna bleef hij wel partijlid[5][6] en secretaris voor de plaatselijke VB-afdeling te Lovendegem en werd hij bij Voorpost opnieuw hoofdredacteur van Revolte. Op basis van het protest van studenten en personeel werd hij ook uit de Raad van Bestuur van de Universiteit Gent gezet. Raes ziet zich echter niet als negationist maar als revisionist aangezien hij de jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog nooit ontkend heeft.

In 2001 was Roeland Raes een der aanwezigen op de jubileum-viering van het Sint-Maartensfonds (vereniging van Vlaamse oud-Waffen-SS'ers). Op 1 februari 2004 gaf hij in Antwerpen een lezing voor dit Sint-Maartensfonds. Op de Vlaams Blok-partijraad van 11 september 2004 (waar besloten werd om de naam te veranderen in Vlaams Belang) was Roeland Raes aanwezig. Voordien liet hij in een editoriaal in Revolte optekenen: "Wij hebben geen behoefte aan een ‘Vlaams Blok light' en er hoeven nu geen ‘scherpe kantjes aan het programma' afgevijld te worden. Dan en alleen dan blijft de partij ook morgen onze partijpolitieke vertegenwoordiger.".

Op 6 april 2006 verwees de kamer van inbeschuldigingstelling Raes door naar de correctionele rechtbank waar hij zich moet verantwoorden voor negationistische uitspraken in een Nederlands tv-interview van 2001, na een klacht van het Forum der Joodse Organisaties. Hij riskeert één jaar cel een boete van € 2500. Op 12 december 2008 werd Raes uiteindelijk door de Brusselse Correctionele Rechtbank veroordeeld tot 4 maanden cel met uitstel. Ook moet hij € 1800 betalen aan het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding en het Forum der Joodse Organisaties.[7] Het Hof van Beroep bevestigde de veroordeling wegens negationisme op 15 september 2010. De schadevergoeding aan de beide organisaties werd verhoogd tot € 1800 elk. De celstraf met uitstel werd echter niet bevestigd, aangezien de rechtbank van oordeel was dat de redelijke procestermijn overschreden was.[8][9][10]


Bronnen, noten en/of referenties