Roetfilter
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een roetfilter is een filter dat op een auto met een dieselmotor aangebracht kan worden. Roetfilters vangen 30 tot meer dan 95% van het schadelijke roet af. Roetdeeltjes uit dieselauto's vervuilen de lucht en zijn schadelijk voor de gezondheid. Deze deeltjes leveren een bijdrage aan de concentratie van fijnstof. Ze zijn kleiner dan een duizendste millimeter.
Roetdeeltjes ontstaan door de onvolledige verbranding van dieselbrandstof. De kwaliteit van de brandstof, bijvoorbeeld het zwavelgehalte heeft invloed op het ontstaan van deze deeltjes. Ook de inspuitdruk van diesel is bepalend voor de vorming van fijnstofdeeltjes. Met een goed roetfilter zal de uitstoot van roet dalen tot 0,001 gr/km of minder.
Inhoud |
[bewerken] Werking
Roetfilters kunnen worden onderscheiden in gesloten "wall flow" filters en in (half) open filters. Het is verleidelijk een roetfilter te zien als een soort zeef waar de uitlaatgassen door heen kunnen en de roetdeeltjes op blijven liggen. Deze voorstelling is echter onjuist. Met name de kleinere deeltjes worden afgevangen doordat zij vastkleven aan de wanden van de poriën van het filtermateriaal. Roetfilters zijn daardoor ook voor de allerkleinste deeltjes effectief. Een roetfilter kan worden gemaakt van keramisch materiaal, bijvoorbeeld Citroën maakt het uit siliciumcarbide. Een roetfilter wordt zo dicht mogelijk bij de motor in het uitlaatsysteem gemonteerd. De deeltjes verzamelen zich in het filter. In het roetfilter worden de afgevangen roetdeeltjes periodiek verbrand, elke 200 tot 1000 kilometer. Deze verbranding wordt wel aangeduid met regeneratie. Voor die spontane verbranding is een temperatuur van ca. 600 graden C nodig, die alleen bij zeer hoge motorbelasting wordt bereikt. Om ook bij lagere motorbelasting tot regeneratie te komen wordt of kunstmatig de temperatuur van het uitlaatgas opgevoerd, of door verhoging van het aandeel stikstofdioxide in het uitlaatgas met een oxidatiekatalysator en/of toevoeging van een additief aan de brandstof, zoals ceriumoxide cerine, de ontstekingstemperatuur van het roet verlaagd. Brandstofadditieven hebben als nadeel dat zij tot asvorming leiden waardoor de standtijd van het filter wordt beperkt. Sensoren in het filter signaleren wanneer deze verbranding, die een aantal minuten duurt, moet gebeuren. Andere mogelijke filtermaterialen zijn sintermetaal of gestapelde laagjes metaalgaas en metaalplaat, in alle gevallen voorzien van een katalytische coating. Keramische wall flow filters worden op dit moment vooral toegepast bij nieuwe dieselauto's. Voor het achteraf uitrusten van bestaande dieselauto's met een roetfilter komen de (half) open filters meer in aanmerking. Hierbij is immers geen ingreep vanuit het motormanagement mogelijk om de uitlaatgastemperatuur te verhogen, waardoor een gesloten filter verstopt zou kunnen raken. Gesloten filters hebben een rendement van bijna 100 %. Half open filters zijn, afhankelijk van de rijomstandigheden, 30 tot 70 % effectief.
Bij het toevoegen van een roetfilter is het streven dat het motorvermogen niet wordt verminderd, maar het kan voorkomen dat de motor 2-4 % meer brandstof verbruikt en dus een hogere CO2-uitstoot heeft. Dit verhoogde brandstofverbruik komt doordat een steeds voller filter een steeds groter obstakel vormt voor de uitlaatgassen. De kracht om de uitlaatgassen door het filter heen te duwen moet door de motor worden geleverd.
[bewerken] Euro normen
Personen- en bestelauto's moeten voldoen aan Euro normen. De in 2004 geldende norm, de Euro-3, kon in alle gevallen zonder filter worden gehaald. Sinds 1 januari 2005 gelden de strengere Euro-4 normen. Vanaf die datum mag nog slechts 0,025 gram fijn stof per kilometer worden uitgestoten. Toen de Euro-4 norm in 1997 werd vastgesteld, werd verondersteld dat er filters nodig zouden zijn om eraan te voldoen. De afgelopen jaren bleek het echter mogelijk om ook de Euro-4 norm zonder filter te realiseren. Vanaf september 2009 moet voldaan worden aan de Euro-5 norm. Deze houdt in dat de wagens 80% minder roetdeeltjes uitstoten dan tot daarvoor de norm was. Op dit moment is de plaatsing van een roetfilter de enige manier om hieraan te voldoen. Verwacht wordt dus dat het in de toekomst op alle modellen te vinden zal zijn.
Vanaf 1 maart 2008 geldt voor Euro II en en Euro III vrachtauto's dat zij alleen met roetfilter de milieuzones in mogen. Milieuzones zijn in 2008 ingesteld voor acht Nederlandse gemeentes [1]
[bewerken] Fiscale stimulering
Nederland loopt hierop vooruit, want vanaf 1 juni 2005 wordt de aankoop van een nieuwe dieselauto met een ultra lage roetuitstoot fiscaal gestimuleerd met een korting van 600 euro op de Belasting Personenauto's Motorrijwielen (BPM). Nederland is hiermee het eerste Europese land waar de roetfilter fiscaal wordt gestimuleerd. Naar verwachting zullen meerdere EU-landen dit voorbeeld volgen. De achtergrond hiervan is dat de problematiek rond fijn stof in Nederland ernstig is. Op 1 april 2006 is het ministerie van VROM met een subsidieregeling gekomen die een bijdrage van € 400 toekent aan automobilisten die een bestaande dieselauto (bouwjaar vanaf 1995) van een filter voorzien. Uiteraard moet zo'n filter dan wel aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen. Vanaf 1 juli 2006 wordt dit bedrag tijdelijk verhoogd naar € 500. Dit bedrag zou ongeveer 80% van de kosten van het roetfilter dekken, dus 20% van de investering is voor rekening van de eigenaar. De verwachting is dat de kosten voor inbouw zal dalen naarmate er vaker roetfilters worden ingebouwd. De subsidie zal dan ook worden verlaagd.
[bewerken] Nadelen
Roetfilters zouden ook kankerverwekkend kunnen zijn. Volgens een verslag[2] zijn de omstandigheden in een roetfilter „ideaal” voor de vorming van zeer fijne, giftige deeltjes die kanker en genetische beschadigingen kunnen veroorzaken. Die deeltjes ontstaan juist in het roetfilter en worden er niet door tegengehouden. Het Nederlandse ministerie van Volksgezondheid heeft hierover een studie laten uitvoeren door TNO om meer te weten te komen over de mogelijke schadelijkheid van roetfilters in personenauto’s met een dieselmotor. TNO merkt in het rapport op dat de regeneratie van de filters niet onderzocht is. Ondanks het feit dat tijdens de regeneratie van de verschillende filters een deel van de gefilterde deeltjes weer geëmitteerd werd en deze met een opvallend hoog gehalte muterend materiaal beladen waren, concludeert het rapport, daar volledig aan voorbijgaand, dat er geen extra risico's zitten aan retroroetfilters:[3] In februari 2009 werd de subsidie op roetfilters voor vrachtauto's onmiddellijk stopgezet door Minister Cramer van VROM wegens "teleurstellende resultaten" Het mag dan ook niet gesteld worden dat bewezen is dat bij toepassing van het retrofit roetfilter de toxiciteit van de uitlaatgassen afneemt. Op basis van de onvolledige conclusies van het verkennend onderzoek is van TNO mag geen uitspraak gedaan worden betreffende de verwachten emissie verandering en de daaraan gekoppelde negatieve effecten van dieselmotoruitstoot op de volksgezondheid door toepassing van de door VROM gesubsidieerde retrofit roetfilters.
Bronnen, noten en/of referenties:
Een klein gedeelte van de tekst op deze pagina of een eerdere versie daarvan is afkomstig van de website van het Nederlandse ministerie van VROM, http://www.minvrom.nl
| Referenties: |

