Romain Gary

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Romain Gary (Vilnius, Litouwen, 8 mei 1914Parijs, 2 december 1980), geboren Roman Kacew, geregeld ook werkend onder pseudoniem, onder meer als Emile Ajar, was een Frans-joods schrijver, vertaler, filmregisseur en diplomaat. Hij won, als enige schrijver, tweemaal de Prix Goncourt, eenmaal als Gary, eenmaal als Ajar. Behalve in het Frans publiceerde Gary ook in het Engels.

Leven en werk[bewerken]

Gary emigreerde na de Russische Revolutie naar Warschau en op elfjarige leeftijd trok hij met zijn moeder naar Nice, in Frankrijk. Hij studeerde rechten in Aix-en-Provence. Vanaf 1933 woonde hij in Parijs. In 1938 nam hij dienst bij de Franse luchtmacht. Na de Duitse bezetting van Frankrijk in 1940 vloog hij naar Engeland en sloot zich aan bij de France libre-strijdkrachten van Charles de Gaulle. Hij vocht met de geallieerden in Noord-Afrika en Normandië, waarbij hij ook nog een poos krijgsgevangen werd. Na de oorlog werd Gary diplomaat bij internationale ambassades en was hij onder meer secretaris van de Franse delegatie bij de Verenigde Naties en consul–generaal in Los Angeles.

'Place Roman Gary', Parijs

Als schrijver debuteerde Gary in 1945 met Éducation européenne (Leerschool Europa), een roman over de Duitse bezetting van Polen. In zijn algemeenheid geldt Gary als een pessimistisch auteur die schrijft in een verzorgde stijl, met veel bittere humor. Zijn bekendste boek is Les racines du ciel (1956, De laatste kudden van Afrika), waarvoor hij de Prix Goncourt ontving.

Na de dood van Gary werd uit een nagelaten tekst duidelijk dat hij een en dezelfde persoon was als Emile Ajar, die in 1975 voor de roman La vie devant soi (Een heel leven voor je) eveneens de Prix Goncourt toegekend had gekregen[1]. Daarmee is Gary de enige schrijver die deze prijs (die eigenlijk maar eenmaal aan een schrijver wordt uitgereikt) tweemaal heeft ontvangen.

Veel van Gary's boeken zijn verfilmd. Ook regisseerde hij zelf enkele verfilmingen van zijn werk, onder meer, met veel succes, Les oiseaux vont mourir au Pérou (1968). Verder schreef hij het scenario voor de bekende fim The Longest Day (1962).

Van 1945 tot 1962 was Gary getrouwd met Lesley Blanch[2]. Van 1962 tot 1970 was Gary getrouwd met Jean Seberg.

Bibliografie[bewerken]

Als Romain Gary:

  • Forest of Anger. 1944
  • L'Éducation européenne. 1945/1961 (Leerschool Europa)
  • Nothing Important Ever Dies. 1960
  • Tulipe 1946
  • Le grand vestiaire 1948
  • Les couleurs du jour. 1952
  • Les racines du ciel. 1958 (De laatste kudden van Afrika)
  • Lady L.. 1958 (Lady L.)
  • La promesse de l'aube. 1960
  • Johnnie Coeur. 1961. Theater
  • The Talent Scout. 1961. Übers.
  • Les mangeurs d'étoiles. La Comédie américaine 1. 1966
  • Gloire à nos illustres pionniers. 1962, verhalen
  • The ski bum. 1965 (Ruimte in de sneeuw)
  • Pour Sganarelle. Recherche d'un roman et d'un personnage. Frère océan 1. 1965. Essay
  • La danse de Gengis Cohn. Frère océan 2. 1967
  • La tête coupable. Frère océan 3. 1968
  • Adieu Gary Cooper. La Comédie américaine 2. 1969.
  • Chien blanc. 1970 (Blanke hond)
  • Les Trésors de la mer Rouge 1971
  • Europa 1972
  • Les enchanteurs. 1973
  • La nuit sera calme. 1974.
  • Au-delà de cette limite votre ticket n'est plus valable. 1975
  • Clair de femme. 1977 (Ruimte voor liefde)
  • Charge d'âme 1977
  • La bonne moitié. 1979. Theater
  • Les clowns lyriques. 1979
  • Les cerfs-volants. 1980
  • Vie et mort d'Émile Ajar 1981 (postuum)

Als Émile Ajar:

  • Gros-Câlin. 1974
  • La vie devant soi. 1975 (Een heel leven voor je)
  • Pseudo. 1976 (Pseudo)
  • L'Angoisse du roi Salomon. 1979 (De luimen van koning Salomon)

Als Fosco Sinibaldi:

  • L'homme à la colombe 1958

Als René Deville:

  • Direct flight to Allah. 1975
  • Les têtes de Stéphanie 1974

Als Shatan Bogat: "Les Têtes de Stéphanie"

Literatuur en bronnen[bewerken]

  • A. Bachrach e.a.: Encyclopedie van de wereldliteratuur. Bussum, 1980-1984. ISBN 90-228-4330-0
  • Dominique Bona: Romain Gary. Gallimard, Paris 1987 & 2001 ISBN 2070417611

Externe links[bewerken]

Noot[bewerken]

  1. De Académie Goncourt kende de prijs in 1975 toe aan Ajar zonder eigenlijk te weten wie er precies achter de schrijver zat. Een tijd lang presenteerde Paul Pavlowitch zich als Ajar (een zoon van Gary's neef), maar er bleef iets mysterieus rondom het schrijverschap hangen. Tot aan het moment dus van Gary's overlijden in 1980
  2. Biografie van Lesley Blanche op haar website