Romeins-Parthische oorlogen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Romeins-Parthische oorlogen
Onderdeel van de Romeins-Perzische oorlogen
Rome-Seleucia-Parthia 200bc.jpg
Datum 66 v.Chr. – 217 n.Chr.
Locatie Zuidoost-Anatolië, Armenië, de zuidoostelijke Romeinse grens (Osroene, Syria, Mesopotamië)
Resultaat patstelling
Territoriale
veranderingen
De Parthen wisten effectief een Romeinse vazalstaat, het koninkrijk Armenië onder de Romeinse invloedssfeer vandaan te halen, en het Armeense koninkrijk werd nu een vazalstaat van het Parthenrijk. Rome wist maar een minimale invloed over Armenië te behouden. Het koninkrijk van Osroene, dat soeverein was aan het begin van de oorlogen, werd afgestaan aan de Romeinen.
Strijdende partijen
Romeinse Republiek, opgevolgd door het Romeinse Keizerrijk, en vazalstaten Parthia en vazalstaten
Commandanten en leiders
Lucullus,
Pompeius,
Crassus,
Marcus Antonius,
Publius Ventidius Bassus
Gnaeus Domitius Corbulo
Trajanus,
Marcus Statius Priscus
Avidius Cassius
Septimius Severus
Julia Domna
Phraates III,
Surena,
Phraates IV
Artabanus III
Vologases I
Osroes I
Vologases IV

De Romeins-Parthische Oorlogen (66 v.Chr. – 217 n.Chr.) waren een serie van conflicten tussen het Parthië en de Romeinen. Na de Romeins-Parthische Oorlogen zouden later nog 719 jaar oorlog volgen, de Romeins-Perzische oorlogen. Vroege invallen van de Romeinse Republiek in het Parthische rijk werden afgeslagen, in het bijzonder bij de Slag bij Carrhae in 53 v.Chr. Tijdens de Romeinse burgeroorlog, die volgde na de moord op Julius Caesar, werden de Parthen gesteund door Cassius en Marcus Junius Brutus, waardoor de Parthen Syria in konden nemen. Tegen het eind van de burgeroorlog, wisten de Romeinen hun machtspositie in Zuidwest-Azië weer te handhaven.[1] In 113 n.Chr. maakte de Romeinse keizer Trajanus de veroveringen in het Oosten en de nederlaag van Parthia zijn topprioriteit, en wist de Parthische hoofdstad, Ctesiphon, te overvallen en te veroveren. Hij zette Parthamaspates er als leider neer, die de nieuwe vazalstaat moest leiden. Hadrianus, de opvolger van Trajanus, herzag Trajanus’ politieke beslissingen in het Oosten, en maakte plannen om de Eufraat als definitieve grens van de Romeinse controle te maken. Maar, in de 2e eeuw na Christus, brak er een nieuwe oorlog uit over Armenië, toen Vologases IV in 161 n.Chr. de Romeinen daar versloeg. De Romeinse tegenaanval die daarop op volgde onder leiding van Marcus Statius Priscus, leidde tot een nederlaag voor de Parthen. De Romeinen zetten daarna een pro-Romeinse koning op de Armeense troon. Het conflict gebruikte zijn toppunt tijdens de Romeinse inval in Mesopotamië, waarna Ctesiphon opnieuw veroverd en dit keer geplunderd werd, in 165 n.Chr. Rond 195 besloot Septimius Severus tot een nieuwe Romeinse inval in Mesopotamia, waarna hij Seleucia en Babylon bezette, en Ctesiphon opnieuw geplunderd werd in 197. Parthia zelf gaf zich uiteindelijk niet over aan de Romeinen, maar werd veroverd door de Sassaniden onder Ardashir I, die Ctesiphon in 226 binnentrok. Hij en zijn volgelingen zetten dit Perzisch-Romeinse conflict voor tussen het Rijk van de Sassaniden en het Romeinse Rijk, totdat de Moslimstrijders er onder Mohammed en opvolgers er een eind aan maakten.

Parthia’s ambities in het Westen[bewerken]

Nadat de Parthen de Seleuciden in de Seleucidisch-Parthische oorlogen verslagen hadden, en grote delen van het Seleucidische rijk annexeerden, richtten de Parthische heersers hun aandacht op het westen. De Parthische bemoeienis in het Westen begon in de tijd van Mithridates I, die de Parthen naar de overwinning had geleid tegen de Seleuciden. De Arsaciden hadden ondertussen in Armenië en Mesopotamia hun rijk uitgebreid. Onderhandelingen tussen Mithridates II en Sulla van het Romeinse rijk, verliepen stroef. Na 90 v.Chr. verminderde de macht van de Parthen door vetes tussen dynastieën, terwijl op hetzelfde moment de Romeinse machtsbasis in Anatolië instortte. Er volgde echter weer contact tussen de Parthen en de Romeinen, toen Lucullus zuidelijk Armenië binnenviel en Tigranes de Grote in 69 v.Chr. versloeg in de Slag bij Tigranocerta, maar ook toen slaagden onderhandelingen tussen beiden niet.

De Romeinse Republiek versus Parthia[bewerken]

Toen Pompeius de leiding over de oorlog in het Oosten overnam, heropende hij onderhandelingen met Phraates III. Ze kwamen tot een overeenkomst, en een Romeins-Parthisch leger viel Armenië binnen in 66/65 v.Chr. Maar al gauw ontstond een conflict over de Eufraat als grens tussen Rome en Parthië. Pompeius weigerde Phraates als de ‘’Koning der Koningen’’ te erkennen. Phraates eiste controle over Mesopotamië, behalve Osroene, een westelijk district, dat nu een vazalstaat van het Romeinse rijk werd. In 53 v.Chr. leidde Marcus Licinius Crassus een invasie in Mesopotamia, met een catastrofe als gevolg; in de Slag bij Carrhae, de ergste Romeinse nederlaag sinds de Slag bij Cannae, werd Crassus en zijn zoon verslagen en gedood door een Parthisch leger onder hun Generaal, Surena. Het grootste deel van het Romeinse leger werd of vermoord of gevangen genomen; van de 42,000 manschappen, bereikte maar een kwart Syria. Rome was vernederd door deze nederlaag, en nog meer doordat de Parthen ook een aantal Legioenen Adelaren buitgemaakt hadden. Plutarchus schrijft dat de Parthen een Romeinse gevangene, die volgens hen het meest op Crassus leek, verkleedde als een vrouw en hem door Parthië paradeerden. Dit kan ook Romeinse propaganda zijn geweest. Orodes II, die de rest van het Parthische leger gebruikte om de Armeniërs te verslaan en hun land te veroveren. Surena’s overwinning duurde niet lang; de Parthische koning, jaloers op diens overwinning, liet hem executeren. Orodes II nam daarna het commando van het Parthische leger op zich en leidde een onsuccesvolle campagne tegen Syria. Het jaar daarop werd het weer onrustig; Na enkele plundertochten door Syria in 51 v.Chr., leidde Pacorus I en generaal Osaces een grootse invasie in Syria, maar dit keer liepen ze in een hinderlaag in de buurt van Antigonia, en de Romeinen versloegen de Parthen onder leiding van Cassius, en Osaces werd gedood. Pompeius en de Parthen behielden relaties tijdens de burgeroorlog tussen Pompeius en Caesar. Na de dood van Pompeius, steunde Pacorus een leger geleid door een generaal van Pompeius, Caecilius Bassus. Hij werd belegerd in Apamea door de legers van Caesar. Nu de burgeroorlog over was, begon Julius Caesar met de plannen voor een campagne tegen Parthia, maar de moordaanslag in 44 v.Chr. verijdelde dat.

Parthia, zijn vazalstaten en buren in 1 n.Chr.

Nadat de moordenaars van Caesar in de slag bij Philippi verslagen werden, vielen de Parthen onder Pacorus Romeins grondgebied in 40 v.Chr. binnen, samen met Quintus Labienus, een Romeinse overloper en medestander van Brutus en Cassius. Na een snelle opmars door Syria, versloegen ze de Romeinse troepen, die daar gelegerd waren. Alle steden aan de kust gaven zich over, op Tyrus, in het huidige Libanon, na. Pacorus rukte daarna op naar Judea, en stootte de Romeinse vazalvorst Hyrcanus II van de troon en zette zijn neef Antigonus op de troon (40-37). Korte tijd was het gehele Romeinse oosten in Parthische handen. Maar een rustperiode in de Romeinse burgeroorlogen zorgde voor een terugkeer van de Romeinse macht in Zuidwest-Azië. Ondertussen had Marcus Antonius een tegenaanval tegen Labienus, die Anatolia was binnengevallen, gelanceerd. Hoewel de Parthen hem te hulp schoten, werd hij verslagen, gevangen genomen, en geëxecuteerd. De Romeinen bezorgden de Parthen daarna nog een nederlaag in Syria, waarna de Parthen zich terugtrokken naar Parthia. In 38 v.Chr. kwamen ze terug, maar Ventidius versloeg ze nu definitief en Pacorus werd gedood. In Judea zetten de Romeinen Herodes I op de troon, die hen geholpen had bij het verjagen van Antigonus. Nadat de Romeinen hun heerschappij in Syria en Judea weer hersteld hadden, leidde Marcus Antonius een groots leger naar Azerbeidzjan, maar zijn Armeense bondgenoten deserteerden, en zijn belegeringswapens raakten geïsoleerd en werden vernietigd. Toen hij de posities van het Parthische leger niet kon innemen, trokken de Romeinen zich met zware verliezen terug. In 33 v.Chr. kwam Antonius terug in Armenië, en sloot een alliantie met de Medische koning tegen zowel Octavianus als de Parthen, maar andere bezigheden verplichtten hem om zich terug te trekken, en de hele regio kwam onder Parthische controle.

Het Romeinse Keizerrijk versus Parthia[bewerken]

Armenië als brandhaard[bewerken]

Door het uitblijven van beslissende oorlogen, en de dreiging tot een nieuwe bedreigende oorlog tussen de twee blokken, besloten Gaius Caesar (Niet te verwarren met Gaius Julius Caesar) en Phraates V van Parthia tot het trekken van een grove grens tussen de twee, in 1 n.Chr. Volgens de overeenkomst zouden de Parthen zich terugtrekken uit Armenië en het Romeinse protectoraat over het land erkennen. Hoewel daarna de Romeins-Parthische rivaliteit over de controle en invloed in Armenië nog decennia voortduurde. De beslissing van de Parthische koning Artabanus III om zijn zoon, Arsaces, op de lege Armeense troon te plaatsen, veroorzaakt een oorlog met Rome in 36 n.Chr. Lucius Vitellius wist een overeenkomst te sluiten met Artabanus III, zodat die hun heerschappij en invloed in Armenië weer opgaven. In 58 n.Chr. volgde een nieuwe crisis, toen de Romeinen Armenië binnenvielen, nadat de nieuwe Parthische koning, Vologases I, zijn broer Tiridates van Armenië op de Armeense troon had gezet. Romeinse troepen stootten hem van de troon en zetten een Cappadociaanse prins op de troon. Daarop volgde weer een wraakactie van de Parthen, met de daarbij behorende Parthische campagnes in Armenië. De Romeins-Parthische oorlog (58-63) had als gevolg, dat de Romeinen Tiridates en zijn opvolgers erkenden als heersers van Armenië, op voorwaarde dat ze hun koningschap van de Romeinse keizer zouden ontvangen. Armenië werd nu geregeerd door een Perzische dynastie, maar hoewel het in naam een alliantie met Rome moest onderhouden, kwam het onder toenemende Parthische invloed. Latere generaties zagen dit als het moment dat de ‘’Romeinen Armenië verloren hadden’’. De vrede van Rhandeia verzekerde minstens 50 jaar van vreedzame relaties tussen beiden, maar Armenië bleef een punt van hevige conflicten tussen Rome en Parthië.

Trajanus en zijn Parthische Oorlog[bewerken]

In 113 trok Trajanus nog een laatste keer ten strijde, ditmaal tegen de Parthen. De eeuwige twistappel Armenië was de aanleiding. De Parthische koning Osroes zette de door de Romeinen benoemde Exedares af, om hem te vervangen door Parthamasiris, een Parthische prins. Daarop trok Trajanus het land binnen, zette Parthamasiris af en lijfde het gebied in als de provincie Armenia. Daarna keerde hij zich tegen het Parthische Rijk zelf en veroverde eerst Babylon, dan Seleucia en uiteindelijk Ctesiphon in 116. Hij trok verder tot de Golfkust en maakte het op de Parthen veroverde gebied tot de nieuwe provincie Mesopotamia.

Hij vond het maar niets dat hij al te oud was om in de voetsporen van Alexander de Grote te treden, maar zette Osroes af en verving hem door een stroman, Parthamaspates. Vanaf dit moment ging het echter bergafwaarts. Er waren tegenvallers. Het fort van Hatra, achter zijn rug aan de Tigris, weigerde zich over te geven. Verder braken in Cyrenaica, Egypte, Syria en op Cyprus opstanden uit binnen de Joodse gemeenschappen (in later tijd aangeduid als de Kitosoorlog). Daarna kwam het ook in Mesopotamië tot een opstand en de gezondheid van de keizer ging achteruit. Laat in 116 verbleef hij in Cilicië en werd hij ernstig ziek. Hij leefde nog tot 8 augustus 117.

De opvolger van Trajanus, Hadrianus, herzag het beleid van Trajanus. Volgens hem was het voor Rome het beste als de Eufraat de grens van het Romeinse rijk in het Oosten bleef, waarbij hij de territoria van Mesopotamië en Adiabene teruggaf aan de voormalige heersers en vazalkoningen. De vrede van Rhandeia, wat betreft Armenië bleef geldig. Rome zou nu een halve eeuw oorlog met de Parthen weten te voorkomen.

Lucius Verus en zijn Parthische Oorlog[bewerken]

Maar oorlog in Armenië brak weer uit in 161 n.Chr. toen Vologases IV de Romeinen daar versloeg, Edessa innam en Syria plunderde. In 163 leidde Marcus Statius Priscus een tegenaanval en heroverden ze Armenië, waar ze een nieuwe heerser op de troon zetten. Het jaar daarop begon Avidius Cassius een invasie in Mesopotamië, waarbij hij bij Dura Europos verschillende veldslagen won en Seleucia en Ctesiphon, de hoofdsteden van Parthië, links en rechts van de Tigris , in 165 plunderde. Een epidimie, waarschijnlijk de pokken, verdreef de Romeinen weer uit Parthië.

Severische dynastie en hun Partische Oorlogen[bewerken]

Na de Slag op de vlakte van Issus (194), waarbij Septimius Severus zijn rivaal Pescennius Niger, die steun kreeg van de Partische koning Vologases V, versloeg, kwam er een nieuwe Romeinse invasie in Mesopotamië. In 195 n.Chr. werden Seleucia en Babylon ingenomen en werd Ctesiphon opnieuw geplunderd (198), maar Severus slaagde er niet in om het strategisch uiterst belangrijke fort van Hatra in te nemen. De veroverde gebieden heetten voortaan Mesopotamia.

De laatste oorlog tegen de Parthen was de oorlog van Caracalla. De Romeinse keizer Caracalla zocht naar een voorwendsel om het fort Hatra te veroveren. In 216 plunderde hij de stad, Arbela en rukte Parthië binnen. In 217 werd Caracalla door zijn eigen troepen vermoord. De Parthen zagen hun kans schoon voor een tegenaanval, wat volgt is de Slag bij Nisibis. De nieuwe keizer Macrinus kon zich slechts redden, door de Parthen met grote sommen af te kopen en door het opgeven van alle veroverde gebieden.

Opkomst van de Sassaniden[bewerken]

Parthië werd uiteindelijk verslagen door Ardashir I, die Ctesiphon in 226 innam. De Sassaniden hadden een meer gecentraliseerd rijk dan de Parthische dynastieën. In voorafgaande oorlogen tussen Oost en West, waren de Romeinen vaak de aanstichters, maar de Sassaniden, die van de Perzen afstamden, waren vastbesloten om de gebieden van de Achaemenidische dynastie (de oude Perzische dynastie waar de Grieken ook mee te maken hadden gehad) te heroveren. Hun nationale geestdrift leidde tot veel agressievere conflicten dan de Parthen ooit begonnen waren.

Zie ook[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. Bivar (1968), 57

Bronvermelding[bewerken]

Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) vertaald vanaf de Engelstalige Wikipedia, die onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.