Senaat (Rome)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Romeinse senaat)
Ga naar: navigatie, zoeken
De "Curia Iulia" op het Forum Romanum, de vergaderplaats van de Senaat.

De senaat (Latijn: senatus) was een college van 100 tot 900 senatoren, die het staatshoofd assisteerden en welke uit senioren bestond, die vaak magistraten waren, werden gekozen door de consuls, en later door de censoren. Het Latijnse woord voor Senaat, Senatus is afgeleid van senex, dat oude man betekent. Letterlijk betekent 'senaat' zoiets als 'raad van ouderen'. De senaat dateert uit de tijd van de Romeinse monarchie (zie geschiedenis van het Romeinse Rijk) als adviesorgaan voor de koningen en is na het verdrijven van de koningen rond de 5de eeuw v.Chr. blijven bestaan tot zelfs na de val van het Westelijke Romeinse Imperium.

[bewerken] Geschiedenis

Ten tijde van de Romeinse Republiek, afgeleid van het Latijnse "res publica" wat iets als zaak van het publiek (volk) betekent, stond de Senaat op het hoogtepunt van zijn macht en was hij het enige bestuurlijke en regerende orgaan en was een decreet van de Senaat of Senatus consultum (afgekort S C) in de praktijk gelijk aan een wet. Strikt genomen was het slechts een aanbeveling die door de volksvertegenwoordigingen moest worden goedgekeurd. Dit werd aangegeven met de term Senatus Populusque Romanus (=senaat en volk van Rome) afgekort S.P.Q.R.. Het aantal senatoren werd uitgebreid van ongeveer honderd in de beginperiode tot ongeveer 900 man ten tijde van Julius Caesar.

Door de legerhervormingen van Marius in de 2de eeuw voor Christus ontstond er een betaald beroepsleger en degene die hen betaalde, meestal de legeraanvoerder zelf, werd natuurlijk door zijn manschappen gevolgd. Hierdoor werd de eigenlijke machtsbasis in de republiek overgeheveld naar het leger en begon er een onrustige periode wegens de elkaar de macht betwistende legeraanvoerders. Tijdens deze 'burgeroorlogen' in de eerste eeuw voor Christus verloor de Senaat dan ook veel van zijn macht en status aan de elkaar bevechtende generaals en vooral toen ze, min of meer gedwongen, Julius Caesar tot 'dictator voor het leven' benoemde. Onder Augustus werd het aantal senatoren weer teruggebracht tot 600 en werd niet de werkelijke macht, die lag nu vast bij het leger, maar de prestigieuze status van de Senaat weer in ere hersteld. Bij sommige keuzes van de Keizers in het vroege Imperium was de Senaat af en toe nog van invloed.

De Romeinse Senaat overleefde de val van het West-Romeinse Rijk maar z'n invloed was meestal beperkt tot de stad Rome zelf en was dus meer een 'gemeenteraad' van Rome geworden. De laatste senaatshandelingen die bekend zijn was toen ze in 578 en 580 een afvaardiging stuurden naar het Keizerlijke Hof in Constantinopel. Volgens de legenden was de Senaat in het jaar 800 nog aanwezig bij de kroning van Karel de Grote tot nieuwe 'keizer van het West-Romeinse Rijk' maar hiervan zijn geen onbetwiste bewijzen overgeleverd. Sommigen beweren dat de huidige Senaat in Rome rechtstreeks afstamt van die uit het Romeinse Rijk, en hoewel dit misschien best zo kan zijn zijn hiervoor evenmin echte bewijzen overgeleverd.

In de Romeinse kunst en op munten wordt de Senaat vaak afgebeeld als Genius senatus, de 'bezieling van de Senaat', die werd gesymboliseerd door een oudere man met baard, gekleed in toga met scepter en boekenrol of lauwertak.

[bewerken] Zie ook

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen