Ronja de roversdochter

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ronja de roversdochter
Oorspronkelijke titel Ronja Rövardotter
Auteur(s) Astrid Lindgren
Land Zweden
Taal Zweeds
Uitgever Rabén & Sjögren
Uitgegeven 1981
Pagina's 235
ISBN-code 91-29-54877-2
Verfilming Ronja de roversdochter (film)
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Ronja de roversdochter (Ronja Rövardotter) is een fantasyverhaal van Astrid Lindgren. Het boek is in 1981 voor het eerst verschenen met illustraties van Ilon Wikland en daarna wereldwijd bekend geworden en in veel talen vertaald. In 1984 volgde er een verfilming van het verhaal en in 1994 een musical in het Duits, Ronja Räubertochter.

Samenvatting[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Ronja, de dochter van roverhoofdman Mattis en zijn vrouw Lovis, wordt geboren tijdens een onweersnacht waarbij de burcht van haar vader door een blikseminslag volledig in tweeën wordt gespleten. Gedurende de eerste jaren van haar leven verblijft ze alleen in de grote roverszaal. Wanneer ze voor het eerst buiten komt ontdekt dat ze in het andere gedeelte van de burcht Borka en zijn rovers zijn gaan wonen, de grootste concurrent van Mattis en zijn roversbende; ze komt namelijk Birk tegen, de zoon van Borka die haar uitdaagt om samen over de afgrond (de "Hellepoel") heen te springen. De twee raken bevriend nadat Birk eerst bijna in de Hellepoel is gevallen en door Ronja gered. Heimelijk trekken de twee steeds meer met elkaar op. Birk redt later op zijn beurt Ronja van het verlokkende gezang van onderaardse wezens. De band tussen Ronja en Birk wordt zo nog sterker, en ze gaan elkaar als broer en zus beschouwen.

Op een gegeven moment neemt Ronja's vader Birk als gijzelaar gevangen in het bos. Hij hoopt op deze manier Borka over te halen uit het andere gedeelte van de burcht te vertrekken. Ronja is zo woedend op haar vader dat ze besluit om samen met Birk de burcht van haar ouders te verlaten. De hele zomer lang wonen de twee in een hol midden in het bos en weten zich allerlei gevaren van het lijf te houden, zoals de wilde dieren, aardmannen, trollen en vogelheksen. Ook temmen Ronja en Birk twee paarden, Rakker en Wildebras. Wanneer de herfst invalt komt Mattis persoonlijk naar het hol van Ronja en Birk om Ronja te smeken naar de burcht terug te komen voordat de winter invalt en ze dood zal vriezen. Ronja laat zich uiteindelijk overhalen wanneer Mattis belooft dat ook Birk voortaan in Mattis' deel van de burcht welkom is.

Gedurende de hele winter verblijft Ronja in de burcht van haar vader. Ze maakt mee hoe de oudste rover, Kale Per, sterft. Mattis en Borka besluiten na alles wat er is gebeurd om hun strijdbijl te begraven en voortaan gezamenlijk op te trekken. Wanneer het voorjaar aanbreekt besluiten Ronja en Birk alsnog opnieuw in het bos te gaan wonen, omdat ze het roversleven van hun ouders allebei niet meer zien zitten.