Roodbekwever
| Roodbekwever IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2009) |
|||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||
|
|||||||||||||
| Soort | |||||||||||||
| Quelea quelea (Linnaeus, 1758) |
|||||||||||||
| Verspreidingsgebied roodbekwever | |||||||||||||
| Afbeeldingen Roodbekwever op |
|||||||||||||
| Roodbekwever op |
|||||||||||||
|
|||||||||||||
De roodbekwever (Quelea quelea) is een Afrikaanse wevervogel. De soort wordt beschouwd als de meest algemene wilde vogelsoort, met een geschatte populatie van anderhalf miljard dieren.
Inhoud |
Kenmerken[bewerken]
Het verenkleed is van onderen zandbruin en van boven bruingevlekt. De snavel en ogen zijn rood en hij draagt een zwart masker. Volwassen vogels worden ongeveer 13 centimeter groot.
Leefwijze[bewerken]
De vogels leven in groepen. Graszaden zijn hun belangrijkste voedselbron, maar ook bladen van zachtbladige planten en insecten staan op het menu.
Voortplanting[bewerken]
Broeden vindt plaats in kolonies. De mannetjes vlechten een nest in een boom, dat behoorlijk sterk van structuur is en moeilijk toegankelijk. De ingang is tamelijk nauw en iets schuin omlaag gericht. Er worden 2 tot 3 eieren gelegd. Deze komen na 12 dagen uit. De jongen worden door beide ouders grootgebracht en vliegen na 12 tot 14 dagen uit.
Verspreiding[bewerken]
De roodbekwever komt voor in Midden- en West-Afrika. Tijdens het broedseizoen zijn ze vooral in het zuiden van Afrika te vinden. Hun natuurlijke habitat zijn uitgestrekte savannes, steppen maar steeds vaker ook landbouwgronden. Op die laatste worden ze gezien als plaag, wat wel enigszins is voor te stellen, gezien de enorme aantallen waaruit zo'n zwerm bestaat.
| Bronnen, noten en/of referenties |