Roodrugspin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Roodrugspin
Vrouwelijke roodrugspin.
Vrouwelijke roodrugspin.
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Arachnida (Spinachtigen)
Orde: Araneae (Spinnen)
Familie: Theridiidae (Kogelspinnen)
Geslacht: Latrodectus (Weduwen)
Soort
Latrodectus hasselti
Thorell, 1870
Afbeeldingen Roodrugspin op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Buikzijde van een vrouwelijke roodrugspin.

De roodrugspin (Latrodectus hasselti) is een giftige spin die van nature in Australië voorkomt. De spin is verwant met de katipo en de beruchte Noord-Amerikaanse zwarte weduwe, en behoort tot de familie van de kogelspinnen (Theridiidae).

De wetenschappelijke naam hasselti is afgeleid van een zekere A.W.M. van Hasselt, een collega van de ontdekker Tamerlan Thorell.

Anatomie[bewerken]

Het vrouwtje is makkelijk herkenbaar aan haar zwarte lijf, met op de rug een rode figuur (meestal een dubbele ruit). Ze worden tot 1 cm lang (lichaamslengte). De mannetjes, die volledig bruin zijn, zijn meestal kleiner: ongeveer 3 tot 4 millimeter. De vrouwtjes zijn meestal het meest agressief en eten het mannetje meteen na de paring op. De poten zijn smal, maar vrij lang, voornamelijk de voorpoten (tot 3 cm).

Web[bewerken]

Het web van de roodrugspin is vrij chaotisch en onregelmatig opgebouwd. Het bestaat uit een dunne, maar erg stevige spinnendraad, die is vastgemaakt aan allerlei voorwerpen. Soms kunnen vrouwtjes ook een soort tunnelconstructie maken, om de eierzak in te bewaren.

Voedsel[bewerken]

Roodrugspinnen jagen op allerlei insecten, maar ze kunnen ook dieren vangen, die vele malen groter zijn dan zijzelf (van kevers en valdeurspinnen tot zelfs kleine hagedissen).

Verspreiding[bewerken]

De oorsprong van de spin is vrij onduidelijk, maar men denkt dat de spin is verspreid door menselijke activiteit gedurende de 19de eeuw. Roodrugspinnen worden nu overal teruggevonden in Australië. Ze wordt meestal aangetroffen in de nabijheid van steden en dorpen. Ze bouwen hun web op droge en afgeschermde plaatsen, meestal zo donker mogelijk.