Roodsnavelkitta

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Roodsnavelkitta
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2012)
Urocissa erythrorhyncha.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Passeriformes (zangvogels)
Familie: Corvidae (Kraaien)
Geslacht: Urocissa (Kitta's)
Soort
Urocissa erythrorhyncha
Boddaert, 1783
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De roodsnavelkitta (wetenschappelijke naam: Urocissa erythrorhyncha) is een kraaiensoort die van nature voorkomt in het oosten en zuidoosten van Azië.

Kenmerken[bewerken]

Roodsnavelkitta

Roodsnavelkitta's zijn slanke kraaien met een opvallend lange staart. De totale lengte van de vogel is 65 tot 68 cm en het gewicht ligt tussen de 190 en 230 gram. De roodsnavelkitta is daarmee iets kleiner dan de nauw verwante geelsnavelkitta (Urocissa flavirostris).

De kop, nek en borst zijn zwart. Bovenop de kop bevindt zich een opvallende witte plek met een blauwige glans. De schouders en romp hebben dezelfde lichte kleur, waarbij de romp wit is met een blauwgrijze glans en de buik vaal grijzig. De staart en de vleugels zijn opvallend blauw van kleur. De punten van de staartveren zijn wit. De poten en snavel zijn fel oranje, net als de onbedekte huid rond de ogen. Het oranje kan in sommige populaties licht van kleur zijn, tot vrijwel geel.

Levenswijze[bewerken]

De roodsnavelkitta is een alleseter, die zowel op de grond als in bomen foerageert en zich voedt met insecten, andere kleine dieren, fruit en zaden. Ook rooft het dier de nesten van andere vogels. Het eet daarbij zowel eieren als kuikens. De roodsnavelkitta bouwt zijn nest in lage bomen en struiken. Gewoonlijk worden er drie tot vijf eieren gelegd.

De roodsnavelkitta heeft een uitgebreid repertoire aan geluiden. De meest voorkomende geluiden zijn korte, harde uitstoten en hoge, melodieuze riedels.

Verspreidingsgebied van de roodsnavelkitta.

Verspreiding en habitat[bewerken]

De roodsnavelkitta komt voor langs de zuidkant van de Himalaya, in het noordoosten van Zuidoost-Azië (Vietnam, Laos, Thailand, Myanmar) en in het grootste deel van China, op het noorden van dat land na.

De soort telt 5 ondersoorten:

  • U. e. occipitalis: van noordwestelijk India tot oostelijk Nepal.
  • U. e. magnirostris: van noordoostelijk India tot zuidelijk Indochina.
  • U. e. alticola: noordelijk Myanmar en zuidelijk-centraal China.
  • U. e. brevivexilla: noordoostelijk China.
  • U. e. erythroryncha: centraal, oostelijk en zuidoostelijk China, noordelijk Indochina.

De vogel leeft vooral in heuvelachtig of bergachtig gebied, liefst in groenblijvende bossen.

Bronnen en verwijzingen