Royal Dutch Shell

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Royal Dutch Shell plc
Een tankstation in Hiroshima (Japan)
Een tankstation in Hiroshima (Japan)
Beurs Euronext: Shell, LSE: Shell
Oprichting 1907
Oprichter(s) Jean B.A. Kessler
Henri Deterding
Hugo Loudon
Sleutelfiguren Ben van Beurden (CEO)[1]
Hoofdkantoor Carel van Bylandtlaan 30
2596 HR Den Haag, Vlag van Nederland Nederland
Werknemers 90.000 (2011)[2]
Producten Aardolie, aardgas, chemie, duurzame energie
Omzet Gestegen $ 467 miljard (2012)[3]
Winst Gestegen $ 26,6 miljard (2012)
Marktkapitalisatie € 236,7 miljard euro (30 december 2011)
Website Royal Dutch Shell
Portaal  Portaalicoon   Economie
Shell tankstation in de jaren '70
Shell House in Londen
Shell hoofdkantoor in Den Haag

Royal Dutch Shell (algemeen bekend als Shell) is een van oorsprong Nederlands-Britse multinational, behorend tot de Supermajors, de zes grootste staats-onafhankelijke oliemaatschappijen. Het bedrijf telde in 2011 ongeveer 90.000 werknemers.[2] Shell is tevens de meest winstgevende onderneming van Nederland. Met een omzet van ruim $467 miljard (2012) is Royal Dutch Shell de grootste private onderneming van de wereld, waarvan de omzet verdeeld is over meer dan 140 landen.[4]

Divisies[bewerken]

De Royal Dutch Shell is als energiemaatschappij actief in de hele keten van de exploratie van energiebronnen, de raffinage en ten slotte de verkoop van de eindproducten als benzine en diesel via een netwerk van pompstations. Het concern heeft een zestal divisies.

  • exploratie en productie
  • raffinage en inkoop
  • gas
  • elektriciteit
  • chemie
  • corporate en overige

Voorts is RDS voor 50% eigenaar van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (samen met ExxonMobil) en heeft ze een 25% belang in GasTerra.

Geschiedenis[bewerken]

N.V. Koninklijke Nederlandse Petroleum Maatschappij (Koninklijke Olie) werd opgericht op 16 juni 1890 [5] door August Kessler, Henri Deterding en Jhr Hugo Loudon. Met de steun van de Nederlandse overheid werd er in Nederlands-Indië geboord naar olie. Op Sumatra werd olie gevonden en vooral na de vondst van een grote oliebron bij Perlak in 1899 groeide de onderneming. In het jaar 1900 werd Henri Deterding bestuursvoorzitter en hij zou de koers van de onderneming de volgende 36 jaar bepalen.

Midden 19e eeuw werd in Londen door de gebroeders Samuel een zeeschelpenhandel opgezet. Aan het eind van de negentiende eeuw breidde het bedrijf zijn zaken uit naar de oliehandel. Het bloeiende handelshuis zocht toen ook naar een nieuwe naam voor het bedrijf. Omdat het nog voornamelijk lampolie en schelpen vervoerde werd het Shell Transport and Trading Company Ltd genoemd. Het lag voor de hand om een schelp als logo te nemen. In 1900 was dat een mosselschelp, maar vier jaar later zou dat veranderen in de schelp die we nu kennen: een Jakobsschelp met een geschulpte rand.[6]

In 1907 gingen Koninklijke Olie en Shell Co. een zeer nauwe samenwerking aan, zonder echter volledig te fuseren. Koninklijke Olie kreeg een belang van 60% in de Koninklijke/Shell Groep. Het Britse Shell kreeg een belang van 40%. De aandelen van de beide moedermaatschappijen werden nog altijd gescheiden verhandeld en het bedrijf had een bedrijfsstructuur met twee hoofdkantoren: één in Den Haag en één in Londen, maar het kantoor in Den Haag werd gezien als belangrijker. Unilever en Reed Elsevier kennen een vergelijkbare structuur.

Royal Dutch Shell was een van de Seven Sisters, de oliemaatschappijen die in het midden van de 20e eeuw, voor de oprichting van OPEC, de wereldoliemarkt beheersten.

Eind 2004 kwam de aankondiging de duale structuur over boord te zetten. Op 20 juli 2005 werd op de effectenbeurzen voor het eerst gehandeld in het aandeel Royal Dutch Shell. De Koninklijke/Shell Groep groeide daarmee uit tot één onderneming naar Brits recht: Royal Dutch Shell plc (plc staat voor public limited company, het Britse equivalent van de Nederlandse N.V.). Het bedrijf is gevestigd in één hoofdkantoor, in Den Haag.

Predicaat Koninklijk[bewerken]

Het is bijzonder dat de maatschappij het predicaat Koninklijk kreeg door een brief van koning Willem III, al vóór de oprichting bij de notaris. De brief is van 18 april 1890 en de oprichting op 16 juni. De koning verleende de ondersteuning vanwege de 'zedelijke' aard van de onderneming. Gebruikelijk is dat er een oorkonde bij wordt verstrekt, maar die bleef achterwege. De oorkonde werd pas verstrekt bij de 'unificatie' van de N.V. Koninklijke Nederlandse Petroleum Maatschappij en de Shell Transport and Trading Company Ltd tot de huidige Royal Dutch Shell plc. [5]

Beursnotering[bewerken]

Beursfonds Koninklijke Olie/Shell[bewerken]

De onderneming is gemeten naar beurswaarde één van de grootste ter wereld. De omvang van het bedrijf is zo groot dat het onvergelijkbaar is met andere aandelen op de Amsterdamse effectenbeurs. Het aandeel geldt als het vlaggenschip van de Nederlandse beurs. Beurshandelaren noemen de aandelen simpelweg: de Olies. Ook was de onderneming lange tijd bekend als een weduwen- en wezenfonds, een veilige belegging waar je geen spectaculaire prestaties van verwacht, maar wel een veilig jaarlijks dividend. De dividenduitkeringen is nog nooit verlaagd of overgeslagen en altijd meegegroeid met de inflatie. Hoewel Royal Dutch Shell handelt in olie en afgeleide producten, loopt de beurskoers van Shell, in tegenstelling tot wat veel beleggers denken, niet altijd mee met de olieprijs. Eind 2007 tot midden 2008 is de prijs van een vat olie extreem opgelopen tot wel 150 dollar per vat, terwijl de koers van Royal Dutch Shell niet of nauwelijks opliep.

Houdstermaatschappijen[bewerken]

Tot 2000 waren er drie "grote" houdstermaatschappijen van het aandeel Koninklijke Olie, nl. Dordtsche Petroleum, Maxwell Petroleum en Moeara-Enim, die destijds zijn ontstaan doordat deze oliemaatschappijen door Koninklijke Olie zijn overgenomen middels een aandelenruil. Dordtsche Petroleum had in 1992 een belang van 6,24% in Koninklijke Olie, Maxwell ruim 2%. Deze vennootschappen hadden een notering op de Amsterdamse effectenbeurs, met een disagio in vergelijking met de intrinsieke waarde, en daardoor een hoger dividendrendement. Door fiscale perikelen (een latente belastingclaim) hebben deze beursfondsen het zo lang uitgehouden. Omdat Moeara-Enim de aandelen nooit heeft gesplitst, was dit aandeel een van de duurste aandelen op de Amsterdamse effectenbeurs.

Aandeelhouderschap Nederlands koninklijk huis[bewerken]

Toren Overhoeks, voormalig kantoor van het Koninklijke/Shell-Laboratorium in Amsterdam

Lange tijd is aangenomen dat het Nederlands Koninklijk huis een groot belang had in Koninklijke Olie, kortom: een miljardenfortuin. koning Willem III was immers betrokken bij de oprichting. Echter, in 1992 heeft niemand van het huis van Oranje zich gemeld met een belang van meer dan vijf procent in het aandelenkapitaal. Maar het aandelenbezit kan ook verspreid zijn en niet bij één persoon rusten. Sinds de invoering van een strikter meldingsbeleid anno 2013, waarbij belangen boven de 3% gemeld moeten worden bij de AFM is er ook geen melding binnen gekomen van het koningshuis over het bezit van een aanmerkelijk belang in aandelen Royal Dutch Shell.

Schandalen[bewerken]

Schandaal omtrent oliereserves[bewerken]

In 1996 reorganiseerde Cor Herkströter en introduceerde het nieuwe Shell. Een belangrijk element in dat nieuwe Shell was, dat iedere werknemer de beste in zijn groep moest willen zijn en toch goed diende samen te werken. Het bijbehorende systeem van bonussen in de nieuwe werkwijze veroorzaakte dat veel werknemers hun aandacht richtten op persoonlijk voordeel. Begin 2004 kwam aan het licht dat managers voor hun bonus de bewezen oliereserves van Shell veel te hoog hadden ingeschat. Shell maakte bekend dat de bewezen reserves van olie en gas twintig procent lager waren dan aangenomen. De olie- en gasreserves die in de boeken stonden waren niet allemaal daadwerkelijk bewezen winbaar. Volgens de regels van de Amerikaanse beurstoezichthouder de SEC mogen alleen de olievondsten worden opgenomen die met een investeringsplan in de praktijk rendabel te exploiteren zijn. Proefboringen alleen mogen niet de basis vormen van de hoeveelheid oliereserves. Deze regels moeten beleggers beschermen tegen olieconcerns die de zaken te rooskleurig voorstellen. Bij Shell ontbraken adequate interne controles om op een juiste manier met de schattingen van de olie- en gasvoorraden om te gaan. Na onderzoek van de onbewezen voorraden is een derde als voorraad geschrapt en twee derde teruggekeerd in de boeken als bewezen voorraden. Van bewuste fraude en misleiding is overigens geen sprake geweest.

Shell oliedepot in Kowloon, Hongkong

Bij de bekendmaking van de lagere olie- en gasvoorraden daalde de beurskoers acht procent. Dat was een schok voor de markt omdat het weduwen- en wezenfonds als uiterst betrouwbaar bekendstond. Het bedrijf werd maar liefst 12 miljard euro minder waard. Door de omvang van het bedrijf is dat verlies in absolute zin het grootste verlies ooit op de Amsterdamse beurs van een bedrijf.

De affaire leidde uiteindelijk tot het vertrek van de toenmalige bestuursvoorzitter Philip Watts en het hoofd van "exploratie en productie", Walter van de Vijver. Daarna werd er in 2005 aangekondigd dat de organisatiestructuur werd vereenvoudigd. Koninklijke Olie en Shell Transport and Trading gingen op in Royal Dutch Shell plc, waarvan 60% van de aandelen voor aandeelhouders van Koninklijke Olie zijn en 40% voor de aandeelhouders van Shell Transport. Den Haag werd definitief het wereldwijde hoofdkantoor van Shell na de transformatie. Jeroen van der Veer bleef bestuursvoorzitter na het samengaan van de Raden van Bestuur van beide bedrijven. Op 20 juli 2005 fuseerden de bedrijven en bestaat Shell onder de namen Royal Dutch Shell en Koninklijke Nederlandse Shell.

Schandaal omtrent schikking reserves[bewerken]

In april 2007 werd bekendgemaakt dat Shell een schadevergoeding zal betalen van in totaal 352,6 miljoen dollar aan de Europese beleggers die tussen 8 april 1999 en 18 maart 2004 aandelen gekocht hebben van de onderneming. Begin 2014 was dat bedrag opgelopen tot 377 miljoen dollar. De begindatum van deze termijn is gekozen omdat destijds de onzorgvuldigheden met de reserves zijn begonnen. Per aandeel komt de schadevergoeding uit op ongeveer 10 dollarcent, afhankelijk van het aantal aanmeldingen. De Amerikaanse beleggers ontvingen hetzelfde voorstel en kregen tot begin 2014 net als de Amerikaanse werknemers van Shell 90 miljoen dollar. Met de Vereniging van Effectenbezitters is overeengekomen dat particuliere gedupeerden ongeveer 100 euro basisschadevergoeding ontvangen, ongeacht het aantal aandelen dat men destijds in bezit had[7]. De Amerikaanse beurstoezichthouder SEC kreeg 120 miljoen dollar en de Britse FSA 17 miljoen. In totaal moest Shell bijna $ 750.000.000 betalen aan boetes en schadevergoedingen. De voor de claim opgerichte Nederlandse stichting werd pas op 2 december 2013 opgeheven. [8]

Beschuldiging van mensenrechtenschendingen[bewerken]

In het begin van 1996 lanceerden enkele mensenrechtengroeperingen een aantal rechtszaken om Shell verantwoordelijk te stellen voor medeplichtigheid aan vermeende mensenrechtenschendingen in Nigeria, waaronder standrechtelijke executies, misdaden tegen de menselijkheid, marteling, onmenselijke behandeling en willekeurige arrestaties en detentie.[9] In het bijzonder werd Shell beschuldigd van medeplichtigheid aan de executie van Ken Saro-Wiwa en acht andere leiders van de Ogoni in zuid-Nigeria, die in 1995 door het toenmalige militaire regime werden opgehangen. [10] De aanklachten waren gericht tegen Royal Dutch Shell en Brian Anderson, toenmalig hoofd van Shells activiteiten in Nigeria. [11] In 2009 trof Shell een schikking door 15.5 miljoen dollar te betalen.[10] Shell heeft echter altijd verklaard niet aansprakelijk te zijn voor de misdrijven waarvoor zij aangeklaagd is.[12]

In 2009 publiceerde Amnesty International een rapport over de verslechtering van mensenrechtensituatie in Nigeria als gevolg van de activiteiten van Shell in de Niger Delta. In het bijzonder bekritiseerde Amnesty het voortdurend gebruik van affakkelen en de langzame reactie van Shell op olielekken. [13]

In 2010 werd in een door Wikileaks gelekte memo onthuld dat Shell claimt medewerkers te hebben in de voornaamste ministeries van de Nigeriaanse overheid, en daardoor nu "alles wat er gebeurt in deze ministeries onder controle heeft", zo stelde Shell's hoogste medewerker in Nigeria. Dezelfde medewerker verklaarde ook dat de Nigeriaanse overheid niet door heeft in hoeverre Shell in de overheid geïnfiltreerd is.[14] Documenten die vrijkwamen in de loop van 2009 (maar die niet gebruikt zijn tijdens de rechtszaak) onthulden dat Shell regelmatig het Nigeriaanse leger betaalde om demonstraties te voorkomen.[15]

In 2012 intensiveerden Amnesty International en Milieudefensie hun campagne tegen Shell. Naast kritiek op de impact op het milieu benadrukken zij ook de mensenrechtenschending als gevolg van de activiteiten van Shell. Dit heeft geleid tot een toename van publieke druk op Shell om verantwoording af te leggen en verantwoordelijkheid te nemen voor het opruimen van de milieuvervuiling. [16]

Vanaf maandag 1 oktober 2012 behandelt het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten de vraag of Shell als bedrijf verantwoordelijk gehouden kan worden voor mensenrechtenschendingen nadat eerder twee lagere rechters de claim afwezen.[17] [18]

Bekende oud-werknemers[bewerken]

Bestuursvoorzitters[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Elsevier Ben van Beurden nieuwe topman Shell, 9 juli 2013, geraadpleegd op 3 januari 2014
  2. a b (en) About Shell, op de website van Royal Dutch Shell], geraadpleegd op 8 april 2012
  3. 4th Quarter Results 2012 (PDF) Geraadpleegd op 17 March 2013
  4. Shell verstoot Wal-Mart als grootste ter wereld, NU.nl, 9 juli 2009
  5. a b Shell Venster Mei-Juni 2013, pag. 15
  6. http://www.shell.nl/home/content/nld/aboutshell/who_we_are/history/
  7. www.shellvergoeding.nl - informatie over de schikking mbt de oliereservers van de VEB
  8. Financieel Dagblad van zaterdag 25 januari 2014, pag. 3
  9. http://ccrjustice.org/learn-more/faqs/factsheet%3A-case-against-shell-0
  10. a b Ed Pilkington in New York. Shell pays out $15.5m over Saro-Wiwa killing. The Guardian Geraadpleegd op 1 oktober 2012
  11. The case against Shell
  12. "Shell settles Nigeria deaths case", BBC News, 9 June 2009.
  13. Amnesty.org (PDF) Geraadpleegd op 1 oktober 2012
  14. Smith, David. "WikiLeaks cables: Shell's grip on Nigerian state revealed", The Guardian, 8 December 2010.
  15. Vidal, John. "Shell oil paid Nigerian military to put down protests, court documents show", The Guardian, 3 October 2011. Geraadpleegd op 1 oktober 2012. “Confidential memos, faxes, witness statements and other documents, released in 2009, show the company regularly paid the military to stop the peaceful protest movement against the pollution [...] In 2009, in a New York federal court, that evidence never saw light during the trial.”
  16. Worse Than Bad. Milieudefensie.nl Geraadpleegd op 1 oktober 2012
  17. http://www.rtl.nl/components/financien/rtlz/nieuws/2012/40/opperrechters-vs-bezien-klacht-tegen-shell.xml
  18. http://www.youtube.com/watch?v=SqnsCBhG_nc&feature=plcp