Roze Balletten
De “Roze Balletten” is de benaming die wordt gegeven aan een reeks vermeende drugs- en seksfeesten die eind jaren 1970 in België zouden hebben plaatsgevonden en waaraan personaliteiten maar ook minderjarigen zouden hebben deelgenomen. Deze feesten zouden bedoeld zijn geweest als een middel om machtige personen af te persen.
Ondanks allerhande verklaringen en vermeende "bewijzen", is de materialiteit van de verhalen nooit aangetoond.
Inhoud |
[bewerken] Oorsprong van de beschuldigingen
De "Roze Balletten" werden in de openbaarheid gebracht door de Brusselse psychiater André Pinon, die toen van zijn vrouw, Josiane Jeuniau, scheidde. Het ex-koppel voerde een bittere strijd om het hoederecht over hun kinderen. Pinon was er op 30 augustus 1979 in geslaagd een geheime geluidsopname te maken waarop Jeuniau beweerde dat ze geregeld vreemd was gegaan met mannen en vrouwen, in de villa van haar nieuwe minnaar, Dokter Bettens. Ze noemde op de tape ook enkele van haar partners bij naam, waaronder een lid van de Staatsveiligheid en een arts uit Waterloo. Pinon wilde de tape gebruiken als bewijsmateriaal tijdens het proces, maar beweerde vervolgens dat het origineel was gestolen, terwijl een tweede exemplaar in handen was van de privédetective die hij had ingeschakeld. De rechtbank wees het 'bewijs' af en Pinon's vrouw kreeg het hoederecht toegewezen.
Op 18 juni 1981 nam Pinon samen met Jean-Claude Garot, een journalist van het weekblad "Pour", opnieuw een geheime geluidsopname op, ditmaal van Christine Doret, een 31-jarige vrouw die blijkbaar meer wist over de seksfuiven bij dokter Bettens. Doret beweerde dat zij en Jeuniau aanwezig waren geweest op deze seksfeesten en andere orgieën in een golfclub in Bercuit en villa's aan de Belgische kust. Ze noemde verschillende grote namen die hieraan hadden deelgenomen. Ze beweerde ook dat de feestvierders kinderen uit weeshuizen hadden gehaald zodat die tijdens de feesten seksueel konden worden misbruikt. Twee ervan zouden later zelfmoord hebben gepleegd. Doret verklaarde ook dat Anne Dedeurwaerder, de vrouw van de dokter waarmee Pinon’s ex een affaire had, op 4 september 1979 in verdachte omstandigheden dood was teruggevonden. Toen Doret echter ontdekte dat haar getuigenis in het geheim was opgenomen werd ze razend en beweerde alles te zullen ontkennen. Van wat ze had verteld werden trouwens, bij latere onderzoeken, geen bewijzen gevonden, allerminst over de zelfmoord van twee minderjarigen.
"Pour" bracht in 1981 het hele verhaal van deze "Roze Balletten" in de openbaarheid. Op 5 juli van datzelfde jaar werd een bomaanslag gepleegd op het redactielokaal van het blad in Elsene. De daders bleven lange tijd onbekend, maar later zou gewezen worden naar de extreemrechtse organisatie Front de la Jeunesse, die met die aanslag wraak zou genomen hebben vanwege een reeks artikels in "Pour" over hun militaire trainingskampen bij neonazi's in Duitsland.
[bewerken] Mogelijke verbanden met andere dossiers
In de loop der jaren werd in België ongeveer elk dossier dat enige ingewikkeldheid vertoonde, in verband gebracht met de roze balletten.
Dit was het geval met
- de zelfmoord van (volgens sommigen de moord op) Paul Latinus, leider van de extreemrechtse groepering Westland New Post, op 24 april 1984.
- de verhalen over prostitutie gekoppeld aan miljardencontracten in Arabische landen, in de jaren zeventig
- de moorden gepleegd door de Bende van Nijvel in 1983-1985, waarbij allerlei verbanden werden gezocht, zonder dat deze ooit werden aangetoond
- het twintig jaar later uitgebarsten schandaal rond de kindermoordenaar Marc Dutroux. Het was de tijd toen in sommige kranten "getuigen'" werden opgevoerd, onder de namen “X1, “X2”, “X3” en “X4”, die verklaarden slachtoffer te zijn geweest van seksfeesten. Eén ervan, getuige X1, werd later geïdentificeerd als Regina Louf, van wie de onderzoekers in 1998 tot de conclusie kwamen dat haar verklaringen ongeloofwaardig en tegenstrijdig waren.
[bewerken] Einde van het onderzoek
De ware toedracht achter de 'Roze Balletten' blijft, voor wie in het bestaan ervan gelooft, onopgehelderd. Het is in de loop van de jaren steeds waarschijnlijker geworden dat het om een fabel ging, hoogstens om een eerder banale geschiedenis van partnerruil, waarvan het opblazen binnen een bepaalde tijdsgeest enige geloofwaardigheid kon verwerven.
De meest waarschijnlijke conclusie is dat het om een ordinair echtscheidingsgevecht ging, met het hoederecht over de kinderen als inzet. De onderzoeken in verband met mogelijke strafbare feiten leverden niets op en stierven een stille dood.
De klacht van Pinon, op het parket van Nijvel bekend onder het nummer 38.91.1005/79, werd einde 1981 door procureur des konings Jean Deprêtre zonder gevolg geklasseerd.