Rozen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Roos
Een roos
Een roos
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Fabiden
Orde: Rosales
Familie: Rosaceae (Rozenfamilie)
geslacht
Rosa
L. (1753)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Rozen zijn bloemplanten die tot het geslacht Rosa behoren. Er komen ongeveer 300 soorten in het wild voor. Daarnaast bestaan er vele veredelde vormen (cultivars). De vrucht van de roos heet rozenbottel.

Geschiedenis[bewerken]

Rozen worden al sinds duizenden jaren geteeld om hun schoonheid, en in de oudheid gebeurde dat in China en Afrika, door de Grieken, Romeinen en Egyptenaren. Rozen werden gebruikt voor rituelen en er werden tempels en paleizen mee versierd. Voor de vroege Christenen symboliseerde de roos de vijf wonden van Christus. Later werd de roos het symbool van het bloed der martelaren en werd zij een attribuut van Maria, de moeder van Jezus.

In de Nederlanden is het kweken van rozen gedocumenteerd vanaf de tweede helft van de zestiende eeuw. Over export van rozen naar Engeland bestaat geschreven materiaal; volgens een Frans reisverslag werden ze geteeld in de formele tuinen van de paleizen die in de zeventiende eeuw door de Oranjes werden gebouwd, zoals paleis Honselaarsdijk.

De editie uit 1608 van het bekende Cruydtboek van Rembert Dodoens maakt melding van tien verschillende soorten rozen, vijf tamme en vijf wilde. De kruidkundigen Matthias de l'Obel en Carolus Clusius voegden aan deze lijst nog tientallen andere toe. Achttiende-eeuwse catalogi van Nederlandse rozenkwekers laten onafzienbare lijsten van varianten zien. Een catalogus van de Franse kweker Narcisse Desportes uit 1829 bevat maar liefst 2562 verschillende soorten rozen.

Joséphine de Beauharnais, de echtgenote van Napoleon Bonaparte richtte bij haar huis Malmaison een rozentuin in waarin alle destijds bekende rozen stonden. Tijdens de 18e en de 19e eeuw ontstonden er naar aanleiding van dit voorbeeld vele rosaria (enkelvoud rosarium). Deze pronktuinen stonden vol met allerlei rozensoorten. Als gevolg van de hoge kosten voor het onderhoud is er na de jaren 30 langzaam een einde gekomen aan deze collecties.

Vroeger werden uitsluitend wilde rozensoorten gekweekt, met name Rosa gallica, die van nature zeer variabel van verschijning is. Hier kwam omstreeks 1800 verandering in met de invoering van de Rosa chinensis, die een langere bloeitijd had dan de tot dan toe bekende soorten. Er werden nieuwe variëteiten gekweekt die deze gunstige eigenschap overnamen en zo ontstonden de eerste hybriden.

Aan het eind van de 19e eeuw waren er vele variëteiten ontstaan van gevuldbloemige rozen, theehybriden en andere soorten. Ook ontstonden er treurrozen, rozen op een stam, klimrozen, dwergrozen en bodembedekkende varianten. Tegenwoordig zijn er zo veel verschillende genetische variëteiten gekweekt, dat het steeds moeilijker wordt de planten te groeperen. Er is zo veel gekruist dat de groepen door allerlei overgangen nauw met elkaar zijn verbonden. De Britse rozenkweker David C.H. Austin heeft zich ingespannen om moderne rozen te kweken met de geur van botanische soorten en de gevuldheid van oude rassen die wat verloren leken te gaan.

Leefomgeving[bewerken]

Wilde rozensoorten groeiden van nature uitsluitend op het noordelijk halfrond, voornamelijk in gematigde streken. Door deze oorspronkelijke rozen te veredelen zijn vele nieuwe varianten ontstaan die ook in warme gebieden goed kunnen gedijen. Tegenwoordig komen rozen over de gehele wereld voor.

Wilde rozensoorten groeien op ruig terrein en zijn goed bestand tegen barre weersomstandigheden. Deze sterke, taaie planten zijn daardoor populaire planten voor in (wilde) tuinen, windsingels en parken. Ook in Nederland komen diverse rozensoorten in het wild voor. Van deze wilde soorten zijn de hondsroos (Rosa canina) en duinroos (Rosa pimpinellifolia) de bekendste.

Eigenschappen[bewerken]

Het blad van de roos bestaat uit een aantal kleinere blaadjes, die samen als een veer aan een centrale stengel zijn bevestigd. Op de takken en stengels zitten stekels (geen doornen). De bloemen groeien vaak in groepen of trossen of zijn soms alleenstaand. De bloemen bevatten veel meeldraden.

De rozenbottel is een vlezige vrucht die afhankelijk van de variëteit oranje, purper, rood of zwart van kleur kan zijn. De vorm varieert van rond, langwerpig tot flesvormig. Binnen in de bottel zitten diverse geelwitte, harde zaden.

Kweek[bewerken]

Rozenbottels

Rozen zijn over het algemeen niet moeilijk te verzorgen, maar kunnen afhankelijk van het ras vatbaar zijn voor aantastingen. Belangrijk is dat het planten in het voor- of najaar gebeurt, tussen november en maart, maar niet tijdens vorst. De grond waarop rozen staan dient goed doorlatend te zijn om te voorkomen dat de planten in te veel water komen te staan. Met name in de winter leidt dit tot ongewenste resultaten.

Andere vereisten zijn een zeer lichte plek (7 uur zonlicht per dag) en genoeg beschutting tegen de wind. Meestal zijn wilde rozen iets minder veeleisend dan hun gecultiveerde tegenhangers. Een vruchtbare grond werkt positief, zo mogelijk lichte kleigrond. Rozen zijn erg gevoelig voor droge grond. Daarom moet er tijdens de groeiperiode bij droogte tijdig water gegeven worden.

Rozen kunnen worden gezaaid, gestekt en geoculeerd. Het zijn geschikte snijbloemen die over de hele wereld erg populair zijn.

Milieu[bewerken]

De rozen die in Nederland gekweekt worden, worden geteeld in gesloten systemen. Het milieu wordt zo veel mogelijk ontlast. Voorbeelden van het ontlasten van het milieu zijn het recirculeren van drainwater, het inzetten van biologische gewasbescherming en het gebruik maken van warmtekrachtkoppelingen. Deze wkk's zetten aardgas om in elektriciteit, warmte en CO2. Al deze producten worden vervolgens verbruikt in de kas voor het stimuleren van de groei. De warmte en elektriciteit kunnen ook gebruikt worden om omliggende woonwijken te voorzien van warmte en elektriciteit. Tegenwoordig zijn er in Nederland ook al netwerken van leidingen met zuivere CO2. Deze CO2 wordt opgevangen als restproduct in industriële installaties (raffinaderijen) en vervolgens getransporteerd naar kwekers. Deze kwekers verbruiken deze CO2 vervolgens in de kas.

Sinds het laatste decennium van de 20e eeuw verliest Nederland gestaag zijn productieareaal snijrozen aan voornamelijk Kenia en later ook Ethiopië. Voor de teelt van Nederlandse snijrozen wordt in vergelijking met Afrikaanse snijrozen meer fossiele brandstoffen verbruikt, dit inclusief luchtvracht, maar exclusief opstanden. Afrikaanse snijrozen worden doorgaans met meer gewasbeschermingsmiddelen geteeld. Dit is wel aan veel regels gebonden en de omstandigheden waaronder dit gebeurt zijn bijvoorbeeld beter dan tot voor kort in de Nederlandse rozenteelt.

Ziekten en beschadigingen[bewerken]

Sterroetdauw bij de doornloze Zéphirine Drouhin

Rozen kunnen o.a. aangetast worden door bladluizen, aaltjes, de Rozenkever en de schimmels sterroetdauw (Diplocarpon rosae), echte meeldauw (Sphaerotheca pannosa var. pannosa) en valse meeldauw of zwart genoemd (Pseudoperonospora sparsa).

Toepassingen[bewerken]

Sommige rozen hebben een aangename geur, bijvoorbeeld Rosa gallica, Rosa alba, Rosa damascena en Rosa centifolia. Deze soorten worden gebruikt in de parfumindustrie.

Rosa gallica is daarnaast van belang voor de farmaceutische industrie. De bloemblaadjes leveren diverse stoffen die voor medicinale doeleinden van belang zijn.

Van de vrucht van de roos, de rozenbottel, worden rozenbotteljam en -siroop bereid (Roosvicee). De jam is rijk aan vitamine C. Voor de bereiding van rozenbotteljam worden vooral de vruchten van de hondsroos (Rosa canina) gebruikt.

Predikaat Toproos[bewerken]

Toprozen [1] vormen een sortiment van tuinrozenrassen dat aan een aantal zeer strenge keuringseisen voldoet en dat goed verkrijgbaar is in Nederland. Sinds 1974 worden (meestal 4 keer per groeiseizoen) in 5 verschillende rosarias in Nederland rozensoorten door juryleden gekeurd onder auspiciën van de Vaste Keurigs Commissie (VKC) op bloeirijkheid, bloemvorm, kleur, (her)groei, en ziektegevoeligheid. Een roos wordt gedurende 3 jaren gekeurd. Er mogen geen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt bij de kweek. Wanneer een roos 3 jaar lang aan de hoog gestelde eisen voldoet kan het het predikaat Toproos krijgen. Een roos hoeft niet eeuwig een Toproos te blijven. Noodzakelijke herkeuring op ziekteresistenties en groeikracht, wordt eenmaal per jaar uitgevoerd door een kleine commissie van de VKC. In de loop van de jaren verloren diverse rozen hun predikaat weer, omdat ze niet meer aan de gestelde eisen voldeden. De nieuwe Toprooscertificaten worden traditiegetrouw uitgereikt tijdens het Internationale Rozenconcours in het Haagse Westbroekpark, dat ieder jaar in juli plaatsvindt. In het jaar 2008, bestond het Toproos sortiment uit 65 rassen.

Soorten[bewerken]

Met het verschijnen van de Standaardlijst van de Nederlandse flora 2003 zijn drie rozensoorten opgesplitst. Hierdoor is meer overeenstemming bereikt met de Flora Europaea en zijn dertien nieuwe soorten toegevoegd. De soorten zijn hieronder aangeduid met "afgesplitst van ... 2003".

Nederlandse soorten[bewerken]

Overige soorten[bewerken]

  • Rosa acicularis
  • Rosa blanda
  • Rosa carolina
  • Rosa cinnamomea
  • Rosa eglanteria
  • Rosa gallica
  • Rosa multiflora
  • Rosa nitida
  • Rosa palustris
  • Rosa setigera
  • Rosa virginiana
  • Rosa wichuriana

Enkele rassen[bewerken]

  • rood grootbloemig: 'Passion', 'Red Naomi'Ingrid Bergman'
  • zwartrood grootbloemig: 'Grand Prix'
  • rood kleinbloemig: 'Red Sher', 'Red Rascal'
  • wit grootbloemig: 'Avalanche+', 'Blanc Double de Coubert, 'A1', 'Norma Jeane', 'Mark v.d. Hulst'
  • wit kleinbloemig: 'Schneewitchen'
  • geel grootbloemig: 'Diamond Jubilee', 'Graham Thomas', 'Helmut Schmidt'
  • geel kleinbloemig: 'Celina', 'Baby Love', 'Poetry in Motion'
  • rose kleinbloemig: 'The Fairy', 'Ballerina', 'Pinkie', 'Mussette'
  • rose grootbloemig: 'Bonica' 82', 'Ellen Willmott', 'Constance Spry', Sudoku
  • oranje: 'Circus', 'Pat Austin', 'Redgold', 'Colandro'
  • verkleurend bij uitbloeien: 'Aquarius', 'True Love', 'Claude Monet'
  • tweekleurig: 'Double Delight', 'Duet'Utopia
  • bodembedekker rood: 'Red Mediland'
  • bodembedekker wit: 'Swanny'
  • bodembedekker zalm: 'Amstelveen'

Fotogalerij[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Kleis, Gerrit: Rozenteelt in Nederland, Hes & De Graaf Uitgevers, 2007
  • Wijlen, A. van: Grote Tuinplanten Encyclopedie, Zuid-Nederlandse Uitgeverij Aartselaar, 1980