Rudolph Pabus Cleveringa (1894-1980)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Zie het artikel Rudolph Pabus Cleveringa Pzn. voor de voormalig President van het Gerechtshof Leeuwarden.
Rudolph Cleveringa
Cleveringa (buste door Eja Siepman van den Berg)
Cleveringa (buste door Eja Siepman van den Berg)
Algemene informatie
Volledige naam Rudolph Pabus Cleveringa
Geboren Appingedam, 2 april 1894
Overleden Oegstgeest, 15 december 1980
Beroep jurist
Bekend van rede tegen ontslag Joodse collega's (1940)
Toga van Cleveringa

Rudolph Pabus Cleveringa (Appingedam, 2 april 1894Oegstgeest, 15 december 1980) was een Nederlandse hoogleraar in de rechtsgeleerdheid. Hij werd bekend door zijn rede op 26 november 1940 aan de Leidse universiteit waarin hij protesteerde tegen het ontslag van Joodse collega's. Later werd hij lid van de Raad van State.

Levensloop[bewerken]

Jeugd en opleiding[bewerken]

Ru Cleveringa werd geboren in Appingedam. Toen hij vier was, verhuisde het gezin naar Heerenveen. Hier leerde hij de latere minister van Buitenlandse Zaken Eelco van Kleffens kennen, met wie hij levenslang bevriend bleef.

Cleveringa doorliep de 3-jarige Rijks Hoogere Burgerschool in Heerenveen, waarvoor hij in 1909 slaagde,[1] en kreeg in 1911 het einddiploma van de 5-jarige opleiding van de Rijks HBS te Leeuwarden.[2] Hij deed daarna staatsexamen gymnasium, vereist voor een academische studie. Vanaf 1913 studeerde hij, tegelijkertijd met Van Kleffens, aan de Rijksuniversiteit Leiden. Hij deed in juni 1917 zijn doctoraalexamen en promoveerde in 1919 cum laude. Zijn proefschrift, dat een sterk rechtshistorisch karakter had, was getiteld De zakelijke werking van de ontbindende voorwaarde.

Werk en verzet[bewerken]

Cleveringa begon zijn arbeidzame leven bij de IJzer- en Staaldistributie, maar hij trad al na anderhalf jaar in dienst bij de Koninklijke Nederlandse Stoomboot-Maatschappij (KNSM), waar hij van 1919 tot 1926 werkte als bedrijfsjurist. Hij verdiepte zich daar in het bijzonder in het zeerecht en publiceerde daarover het standaardwerk Zeerecht (1927, 4e druk 1961). In 1922 trouwde hij met Hiltje Boschloo; zij kregen drie dochters. De jongste, Hiltje (1930), trouwde in 1931 met mr. Theophile Bonne ten Kate. Na een jaar als rechter te Alkmaar gewerkt te hebben werd Cleveringa in 1927 aangesteld als hoogleraar handelsrecht en burgerlijk procesrecht aan de universiteit in Leiden.

Hier hield hij op 26 november 1940 zijn beroemd geworden rede, waarin hij protesteerde tegen het door de Duitse bezettingsautoriteiten aangezegde ontslag van zijn leermeester, promotor en collega prof. Eduard Maurits Meijers en andere Joodse hoogleraren. Nog diezelfde avond werd de rede door enkele studenten onder leiding van André Koch in Den Haag gekopieerd en onmiddellijk verspreid onder de andere universiteiten. Cleveringa werd door de Sicherheitspolizei opgepakt en tot in de zomer van 1941 opgesloten in het gevangenis van Scheveningen (Oranjehotel). De Leidse studenten besloten, mede daartoe geïnspireerd door Cleveringa's collega en medestander B.M. Telders[3], tot een staking en daarop werd de universiteit gesloten. De studenten (veel geringer in aantal dan nu) meldden zich onmiddellijk aan bij de Gemeente Universiteit Amsterdam.

In 1944 werd Cleveringa als gijzelaar geïnterneerd in Kamp Vught. Na zijn vrijlating werd hij door het Londens kabinet benoemd in het College van Vertrouwensmannen dat de overgang naar een normaal bestuur na de bevrijding van de Duitse bezetting in Nederland moest coördineren.

Na de oorlog[bewerken]

Na de oorlog keerde Cleveringa, net als Meijers, terug als hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Leiden, die in september 1945 werd heropend. Zijn eerste promovendus was de latere Rotterdamse hoogleraar Piet Sanders, die tijdens de oorlog geweigerd had een andere promotor te zoeken. Cleveringa werd in dat jaar tevens benoemd tot lid van de Raad van State in buitengewone dienst. In 1946 trad hij op als erepromotor bij de verlening van een eredoctoraat aan Winston Churchill in de Leidse Pieterskerk. Cleveringa ontving van de Amerikaanse regering op 8 april 1953 de Medal of Freedom voor zijn verzetswerk. Hoewel een hoogleraar toen doorgaans aanbleef tot zijn 70e, ging hij in 1958 vroegtijdig met emeritaat om gewoon lid te worden van de Raad van State. Hij bleef dit tot 1963, toen hij weer staatsraad in buitengewone dienst werd.

Postuum[bewerken]

De Universiteit Leiden heeft de Cleveringa-leerstoel ingesteld en organiseert elk jaar de Cleveringa-oratie, omdat Cleveringa door zijn rede het motto van de universiteit Praesidium libertatis (Bolwerk van de vrijheid[4]) op indrukwekkende wijze gestalte gaf. Jaarlijks organiseert het Leids Universiteits Fonds op of rond 26 november de Cleveringalezingen op tal van plaatsen op de wereld. In 2004 werd hij door de lezers van het Leidse universiteitsblad Mare gekozen tot "de grootste universitaire Leidenaar", vóór Christiaan Huygens en Johan Rudolph Thorbecke.[5]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Nieuwsblad van Friesland: Hepkema's courant, 17 juli 1909
  2. Zie de lijst van geslaagden van 1911, p. 59. De vermelding van de HBS in Groningen in sommige bronnen, zoals het Biografisch Woordenboek van Nederland, berust op een misverstand.
  3. Hoogleraar volkenrecht Telders, die vrijgezel was, had voorgesteld dat hij de rede zou uitspreken om Cleveringa, die een gezin had, niet in gevaar te brengen. Cleveringa wees dit aanbod af. Ook Telders werd al snel gearresteerd. Hij stierf in 1945 in Bergen-Belsen.
  4. Laudatio eredoctoraat koningin in deze context van opkomen voor de vrijheid
  5. Cleveringa de 'Grootste Leidenaar' (Mare, 18 november 2004)

Externe links